Onrechtmatig huisbezoek sluit verdere bewijsvoering uit, maar schending inlichtingenverplichting rechtvaardigt intrekking bijstand.

Centrale Raad van Beroep · 28 juli 2020 · Hoger beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Onrechtmatig huisbezoek. Geen ondubbelzinnig verkregen informed consent bij gebreke van redelijke grond voor huisbezoek. Onderzoeksresultaten uit vermogensonderzoek eveneens onrechtmatig verkregen. Betreft verboden vruchten. Rechtsgevolgen in stand gelaten op grond van in bezwaar overgelegde belastinggegevens over woning in Turkije.

Rechtsvraag

Was het huisbezoek dat leidde tot de intrekking van de AIO-aanvulling rechtmatig en kunnen de bevindingen van dat huisbezoek en daaropvolgende onderzoeken als bewijs worden gebruikt voor de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling?

Regel

  • art. 8, EVRM (recht op respect voor privéleven, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie)
  • art. 7:12, eerste lid, Awb (motivering van besluiten)

Toepassing

  • art. 8, EVRM (recht op respect voor privéleven, familie- en gezinsleven, woning en correspondentie) De toezichthouders hadden bij aanvang van het huisbezoek moeten meedelen dat een weigering geen gevolgen zou hebben voor de bijstandsverlening, omdat er geen redelijke grond voor het huisbezoek was. Uit de Verklaring blijkt niet onmiskenbaar dat dit is meegedeeld. Hierdoor kan niet buiten twijfel worden gesteld dat het 'informed consent' op de juiste wijze is verleend. Daarom kunnen de bevindingen van het huisbezoek niet aan de besluitvorming ten grondslag worden gelegd.
  • art. 7:12, eerste lid, Awb (motivering van besluiten) Doordat het huisbezoek onrechtmatig was, kunnen de bevindingen daarvan niet worden gebruikt. De Svb heeft echter voldoende andere gegevens die door appellanten zelf zijn overgelegd, zoals het Overzicht aangifte, dat niet voortvloeit uit het onrechtmatige huisbezoek. Deze gegevens zijn voldoende voor de conclusie dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden door de woning in Turkije niet te melden. Hierdoor kan de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling alsnog worden gemotiveerd.

Conclusie

Het bestreden besluit van de Svb kan niet in stand blijven omdat het berust op bevindingen van een onrechtmatig huisbezoek. Echter, op basis van andere door appellanten zelf overgelegde gegevens kan worden geconcludeerd dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden. Hierdoor kunnen de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. De Svb wordt veroordeeld in de kosten van appellanten en moet het betaalde griffierecht vergoeden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [appellant] en [appellante], beiden te [woonplaats]
  • Gedaagde: Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Appellanten betogen dat de Svb de waarde van hun woning onjuist heeft vastgesteld en dat het huisbezoek onrechtmatig was. Zij stellen dat de terugvordering onevenredig is.

De Svb stelt dat appellanten beschikken over vermogen boven het vrij te laten vermogen en dat de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling gerechtvaardigd is.

Wetsartikelen

  • art. 8:42 Awb
  • art. 8 lid 1 EVRM
  • art. 7:12 lid 1 Awb
  • art. 8 EVRM

Tijdlijn

  1. 01-12-2000 Appellant ontvangt sinds 1 december 2000, aanvankelijk alleen en later samen met appellante, in aanvulling op zijn, later hun, AOW-pensioen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naar de norm voor gehuwden.
  2. 08-08-2016 Toezichthouders van de Svb hebben op 8 augustus 2016 een vooraf aangekondigd huisbezoek afgelegd op het woonadres van appellanten. Bij aanvang van het huisbezoek is een Verklaring omtrent huisbezoek ingevuld en ondertekend door beide partijen.
  3. 08-08-2016 Tijdens het huisbezoek hebben appellanten gemeld dat appellante een woning bezit met een waarde van ongeveer € 20.000,- en hiervan opgave gedaan in een formulier Verblijf en vermogen buiten Nederland.
  4. 22-11-2016 In opdracht van de Svb en met tussenkomst van het Internationaal bureau Fraude heeft een medewerker van het Bureau Attaché Sociale Zaken van de Nederlandse Ambassade te Ankara onderzoek verricht naar het vermogen van appellanten in Turkije. Dit onderzoek vond plaats op 22 november 2016.
  5. 12-12-2016 De bevindingen van het onderzoek in Turkije zijn neergelegd in een rapport van 12 december 2016.
  6. 16-01-2017 De Svb heeft bij besluit van 16 januari 2017 de uitbetaling van de AIO-aanvulling met ingang van 1 januari 2017 geblokkeerd.
  7. 09-03-2017 De Svb heeft bij besluiten van 9 maart 2017, gehandhaafd bij besluit van 30 juni 2017, het recht op AIO-aanvulling per 1 januari 2007 ingetrokken en de kosten van AIO-aanvulling over de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2016 teruggevorderd.
  8. 16-02-2018 De rechtbank Rotterdam verklaart het beroep tegen het besluit van de Svb ongegrond.
  9. 16-06-2020 Het onderzoek ter zitting bij de Centrale Raad van Beroep heeft plaatsgevonden op 16 juni 2020. Appellanten zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. De Svb heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
  10. 28-07-2020 De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit van 30 juni 2017, bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, veroordeelt het college in de kosten van appellanten tot een bedrag van € 2.100,-, en bepaalt dat het college aan appellanten het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 172,- vergoedt.