Individuele inkomenstoeslag wordt geweigerd als er uitzicht is op inkomensverbetering, ongeacht eerdere toekenningen.
Afgewezen aanvraag individuele inkomenstoeslag. Niet voldaan aan "geen uitzicht hebben op inkomensverbetering". Doelgroep door beleid niet categoriaal beperkt. Individuele beoordeling van personen naast doelgroep in beleid. Volledige zorg voor kinderen en studie (lerares Frans) maken niet dat appellante geen uitzicht heeft op inkomensverbetering. Toekening voorgaande jaren leidt niet tot toekenning jaar daarna.
Rechtsvraag
Is het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard terecht tot de conclusie gekomen dat appellante geen recht heeft op een individuele inkomenstoeslag omdat zij uitzicht heeft op inkomensverbetering?
Regel
- art. 36, eerste lid, Participatiewet (PW) (individuele inkomenstoeslag voor personen zonder uitzicht op inkomensverbetering)
- art. 36, tweede lid, Participatiewet (PW) (omstandigheden voor individuele inkomenstoeslag zoals krachten en bekwaamheden)
- art. 3, Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Krimpenerwaard (categorieën zonder zicht op inkomensverbetering)
Toepassing
- art. 36, eerste lid, Participatiewet (PW) (individuele inkomenstoeslag voor personen zonder uitzicht op inkomensverbetering) Het college concludeerde dat appellante niet voldoet aan het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' omdat zij een opleiding volgt die haar arbeidsmarktpositie kan verbeteren. Daarnaast is er geen objectief bewijs dat appellant vanwege zijn psychiatrische problemen niet kan bijdragen aan de verzorging van de kinderen. De kinderen gaan overdag naar school, waardoor appellante in de gelegenheid is om te werken. Rechtsoverwegingen 4.5 en 4.6.
- art. 36, tweede lid, Participatiewet (PW) (omstandigheden voor individuele inkomenstoeslag zoals krachten en bekwaamheden) De krachten en bekwaamheden van appellante zijn beoordeeld, waarbij het volgen van een opleiding als een inspanning voor inkomensverbetering wordt gezien. Dit impliceert dat er potentieel uitzicht op inkomensverbetering is. Rechtsoverweging 4.6.
- art. 3, Beleidsregels individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Krimpenerwaard (categorieën zonder zicht op inkomensverbetering) Appellante valt niet onder de categorieën die in de beleidsregels zijn genoemd als personen zonder uitzicht op inkomensverbetering. Het college heeft een individuele beoordeling gemaakt die overeenkomt met de beleidsregels. Rechtsoverweging 4.4.
Conclusie
De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat het college terecht de aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag heeft afgewezen omdat appellante uitzicht heeft op inkomensverbetering. De argumenten van appellanten slagen niet, en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Partijen en standpunten
- Eiser: [appellant] en [appellante]
- Gedaagde: het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard
Appellanten stellen dat het college de doelgroep van de individuele inkomenstoeslag onterecht beperkt en dat de afwijzing van hun aanvraag niet deugdelijk is gemotiveerd, mede gezien eerdere toekenningen.
Het college stelt dat appellante niet voldoet aan het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' en dat eerdere toekenningen gebaseerd waren op onvolledige informatie.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 23-05-2016 Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard.
- 31-05-2016 Het college heeft de aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag afgewezen omdat appellante niet voldoet aan het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' zoals bepaald in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet.
- 17-10-2016 Na bezwaar hebben ingediend, heeft het college het besluit om de aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag af te wijzen, gehandhaafd.
- 29-12-2016 Appellante heeft aangegeven dat haar studie voor lerares Frans nog een jaar zal duren.
- 13-06-2017 De rechtbank Den Haag heeft het beroep tegen het besluit van het college van 17 oktober 2016 ongegrond verklaard.
- 04-02-2020 Het onderzoek ter zitting in hoger beroep heeft plaatsgevonden. Namens appellanten is mr. Van den Heuvel verschenen, het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
- 16-06-2020 De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, waarmee het hoger beroep van appellanten ongegrond is verklaard.