Nederlands bestuursorgaan mag bewijs gebruiken verkregen in strijd met buitenlands recht.
Intrekken terugvorderen bijstand. Geen melding bezit onroerende zaak in Turkije. Geen onrechtmatig verkregen bewijs.
Rechtsvraag
Heeft de Sociale verzekeringsbank (Svb) bij de uitvoering van het onderzoek in Turkije gehandeld in strijd met de Turkse wetgeving ter bescherming van de privacy, en mogen de daarbij verkregen onderzoeksbevindingen aan het bestreden besluit ten grondslag worden gelegd?
Regel
- Art. 17, Participatiewet (PW) (Inlichtingenverplichting bijstandsgerechtigden)
- Art. 18a, Participatiewet (PW) (Boete bij schending inlichtingenverplichting)
- Internationaal verdragenrecht (Rechtsmatigheid van het gebruik van bewijs)
Toepassing
- Art. 17, Participatiewet (PW) (Inlichtingenverplichting bijstandsgerechtigden) De Svb stelde vast dat de appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door geen melding te maken van het bezit van een onroerende zaak in Turkije. Uit het rapport bleek dat de appellant sinds 1993 een woning bezat en dat hij de helft van deze onroerende zaak bezat. Daarnaast erfde hij een deel van het aandeel van zijn overleden echtgenote. Dit niet-opgegeven bezit beïnvloedde de rechtmatigheid van de verleende bijstand. De rechtbank heeft geoordeeld dat de appellant door deze schending van de inlichtingenverplichting de rechtmatigheid van zijn bijstandsuitkering niet kon worden vastgesteld. De rechtsoverwegingen hiervoor zijn te vinden in 1.2, 1.4, 4.3.
- Art. 18a, Participatiewet (PW) (Boete bij schending inlichtingenverplichting) Aangezien de appellant de inlichtingenverplichting had geschonden, was de Svb verplicht om een boete op te leggen. De opgelegde boete van €1.760,- werd als evenredig beschouwd, gezien de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid. De rechtbank achtte de boete passend en in overeenstemming met de relevante regelgeving. De rechtsoverwegingen hiervoor zijn te vinden in 1.3, 1.4, 4.3.
- Internationaal verdragenrecht (Rechtsmatigheid van het gebruik van bewijs) De rechtbank oordeelde dat er geen regel van Nederlands recht, inclusief verdragenrecht, voorschrijft dat bewijs, vergaard door Nederlandse bestuursorganen, naar Turks recht rechtmatig moet zijn verkregen. Het gebruik van het bewijs was niet in strijd met regels van internationaal verdragenrecht of anderszins in strijd met wat van een behoorlijk bestuursorgaan mag worden verwacht. De enkele stelling dat de afgifte van het bewijs naar Turks recht onrechtmatig is, was onvoldoende om het gebruik van het bewijs ontoelaatbaar te achten. De rechtsoverwegingen hiervoor zijn te vinden in 4.2.
Conclusie
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak. De Svb heeft aangetoond dat de appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden en terecht een boete heeft opgelegd. Het gebruik van het in Turkije verkregen bewijs was niet in strijd met internationale verdragen of behoorlijk bestuur.
Partijen en standpunten
- Eiser: Appellant
- Gedaagde: Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Appellant stelt dat de Svb onrechtmatig heeft gehandeld door zijn privacy te schenden bij het onderzoek naar zijn vermogen in Turkije en betwist de rechtmatigheid van de intrekking van de AIO-aanvulling en de opgelegde boete.
Svb stelt dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van zijn onroerende zaak in Turkije, waardoor het recht op AIO-aanvulling niet kon worden vastgesteld. De Svb beroept zich op de onderzoeksbevindingen om de intrekking van de AIO-aanvulling en de opgelegde boete te rechtvaardigen.
Tijdlijn
- 01-01-2008 Appellant en zijn echtgenote, [naam Y], ontvangen vanaf 1 januari 2008 bijstand van de Sociale Verzekeringsbank (Svb), laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW) in de vorm van een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO‑aanvulling) naar de norm voor een alleenstaande.
- 2011 De echtgenote van appellant, [naam Y], overlijdt in 2011.
- 24-03-2015 Appellant vult een formulier 'Verblijf en vermogen buiten Nederland' in en geeft op dat hij eigenaar is van een woning op adres X te Turkije.
- 18-08-2015 Het Bureau Attaché voor Sociale Zaken van de Nederlandse Ambassade in Turkije heeft, in opdracht van de Svb, onderzoek gedaan naar het bezit van onroerende zaken van appellant in Turkije. De bevindingen zijn neergelegd in een rapportage vermogensonderzoek.
- 23-12-2015 De Svb trekt de aan appellant verleende AIO-aanvulling over de periodes van 1 januari 2008 tot en met 31 augustus 2013 en van 1 oktober 2013 tot en met 31 maart 2015 in, en vordert de gemaakte kosten van AIO-aanvulling tot een bedrag van € 21.487,52 netto terug.
- 11-01-2016 De Svb legt appellant een boete op van € 1.760,- wegens het schenden van de inlichtingenverplichting.
- 22-11-2016 De Svb verklaart de bezwaren tegen de besluiten van 23 december 2015 en 11 januari 2016 ongegrond. Dit besluit wordt het 'bestreden besluit' genoemd.
- 20-06-2017 De rechtbank Den Haag verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.
- 01-10-2018 De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat geen regel van Nederlands recht voorschrijft dat bewijs, vergaard door, in opdracht van of onder verantwoordelijkheid van Nederlandse bestuursorganen, naar Turks recht rechtmatig moet zijn verkregen.
- 05-11-2019 Het onderzoek ter zitting in hoger beroep vindt plaats. Appellant is aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk. De Svb wordt vertegenwoordigd door mr. P.J. Stahl-de Bruin.
- 17-12-2019 De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2017.