Indirecte uren vallen onder arbeidsuren volgens artikel 6, tweede lid, BWOO.

Centrale Raad van Beroep · 22 mei 2008 · Hoger beroep · Bestuursrecht,Ambtenarenrecht

Terugvordering bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.

Rechtsvraag

Is de terugvordering van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van appellant terecht, gezien de discrepantie tussen het aantal arbeidsuren opgegeven aan de belastingdienst en het Uwv?

Regel

  • art. 6 BWOO (beëindiging van het recht op uitkering)
  • art. 20 BWOO (anticumulatie van inkomen uit arbeid of bedrijf)
  • art. 21, eerste lid, aanhef en onder a BWOO (terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering)

Toepassing

  • art. 6 BWOO (beëindiging van het recht op uitkering) De rechtbank en de Raad hebben geoordeeld dat onder het begrip 'arbeidsuren' in de zin van artikel 6, tweede lid, van het BWOO ook de indirecte uren van voorbereiding en reizen vallen, omdat deze uren onmiskenbaar ten goede komen aan het beroep of bedrijf van appellant. De urenadministratie van appellant, waarin de indirecte uren zijn opgenomen, toont aan dat het aantal arbeidsuren boven de drempel van 1225 uur per jaar uitkomt, wat betekent dat het recht op uitkering beëindigd moest worden.
  • art. 20 BWOO (anticumulatie van inkomen uit arbeid of bedrijf) Hoewel appellant heeft aangevoerd dat de omvang van het gegenereerde inkomen in aanmerking moet worden genomen, biedt het BWOO hiervoor geen grondslag. Het BWOO bepaalt dat het aantal arbeidsuren beslissend is voor het recht op uitkering, ongeacht de omvang van het inkomen uit die uren.
  • art. 21, eerste lid, aanhef en onder a BWOO (terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering) De minister heeft terecht het onverschuldigd betaalde bedrag van € 85.010,60 teruggevorderd omdat appellant door toedoen van onjuiste opgave van arbeidsuren een te hoge uitkering heeft ontvangen. Appellant heeft niet te goeder trouw gehandeld en had schriftelijk om informatie moeten vragen bij het uitvoeringsorgaan. De Raad acht de terugvordering op goede gronden berusten en heeft de discretionaire bevoegdheid van de minister juist toegepast.

Conclusie

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De terugvordering van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering door de minister is terecht, omdat appellant onjuiste opgave van arbeidsuren heeft gedaan, wat leidde tot onverschuldigde betaling van uitkering.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-02-1992 Appellant werd eervol ontslagen uit zijn functie als leraar in het basisonderwijs.
  2. 26-06-1992 De minister kende appellant een ontslaguitkering toe op grond van hoofdstuk I-H van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpO).
  3. 01-03-1994 Hoofdstuk I-H van het RpO werd ingetrokken. Appellant ontleent vanaf dat moment zijn recht op uitkering aan het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO).
  4. 01-01-1996 De artikelen 6 en 20 van het BWOO werden van toepassing op de uitkering van appellant.
  5. 2000 Appellant vroeg vanaf het fiscale jaar 2000 zelfstandigenaftrek aan en gaf arbeidsuren op aan de belastingdienst en het Uwv.
  6. 16-06-2005 Het Uwv informeerde appellant over het verschil in opgegeven arbeidsuren aan de belastingdienst en het Uwv en vroeg om uitleg.
  7. 28-06-2005 Appellant zond zijn urenadministratie in voor de jaren 2000 tot en met 2005, waarin hij de uren van voorbereiding, werk en reistijd vermeldde.
  8. 18-07-2005 De minister herzag de uitkering van appellant over de periode 1 juli 2000 tot 1 juli 2005 en vorderde een bedrag van € 85.010,60 terug.
  9. 25-10-2005 De minister verklaarde het bezwaar van appellant tegen het besluit van 18 juli 2005 ongegrond.
  10. 08-02-2007 De rechtbank Assen verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 25 oktober 2005 ongegrond.
  11. 17-04-2008 De zitting in hoger beroep vond plaats, waarbij appellant in persoon verscheen, bijgestaan door zijn advocaat mr. M.T. van Daatselaar. De minister werd vertegenwoordigd door twee medewerkers van KPMG Management Services.
  12. 22-05-2008 De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Assen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.