Eén tekortkoming in cliëntacceptatiedossier rechtvaardigt boete trustkantoor; onvoldoende AO/IC-onderzoek vernietigt tweede boete.

College van Beroep voor het bedrijfsleven · 26 april 2021 · Hoger beroep,Proceskostenveroordeling · Bestuursrecht

Wet toezicht trustkantoren en Sanctiewet, hoger beroep, boetes, overtreding poortwachtersfunctie (Wtt), tekortkomingen in één dossier doet niet af aan de ernst van de overtreding op grond van de Wtt, boete 1 is evenredig en blijft in stand. Het niet screenen van een relatie in één dossier betekent niet dat trustkantoor geen adequate controle heeft op haar eigen administratie op grond van de Sanctiewet, boete 2 om die reden vernietigd.

Rechtsvraag

Heeft appellante de Wet toezicht trustkantoren (Wtt) en de Sanctiewet 1977 (Sw) overtreden, en waren de door DNB opgelegde boetes van € 593.750 voor de Wtt-overtreding en € 10.000 voor de Sw-overtreding gerechtvaardigd?

Regel

  • Artikel 10, Wet toezicht trustkantoren (Wtt) (Regels voor integere bedrijfsvoering)
  • Artikel 13, tweede lid, aanhef en onder d, Regeling integere bedrijfsvoering Wet toezicht trustkantoren 2014 (Rib 2014) (Doorlopende onderzoeksplicht)
  • Artikel 16, eerste lid, Rib 2014 (Cliëntenonderzoek)
  • Artikel 19, eerste lid, aanhef en onder c, Rib 2014 (Doel van de structuur)
  • Artikel 23, eerste tot en met derde lid, Rib 2014 (Beheersmaatregelen en vastlegging)
  • Artikel 10b, eerste lid, Sanctiewet 1977 (Sw) (Regels voor administratieve organisatie en interne controle)
  • Artikel 2, Regeling toezicht Sanctiewet 1977 (RTSw) (Adequate controle van administratie)

Toepassing

  • Artikel 10, Wet toezicht trustkantoren (Wtt) (Regels voor integere bedrijfsvoering) DNB heeft vastgesteld dat appellante structureel tekort is geschoten in haar verplichtingen voor integere bedrijfsvoering door tekortkomingen in het cliëntacceptatiedossier (CAD) van [doelvennootschap]. Dit betrof onder andere onvoldoende onderzoek naar integriteitsrisico's en het niet vastleggen van beheersmaatregelen.
  • Artikel 13, tweede lid, aanhef en onder d, Rib 2014 (Doorlopende onderzoeksplicht) Appellante heeft niet voldaan aan haar doorlopende onderzoeksplicht door onvoldoende controle uit te voeren en de resultaten van haar onderzoek niet of onvoldoende vast te leggen.
  • Artikel 16, eerste lid, Rib 2014 (Cliëntenonderzoek) Appellante heeft niet afdoende onderzoek gedaan naar de integriteitsrisico's verbonden aan de doelvennootschap en haar dienstverlening.
  • Artikel 19, eerste lid, aanhef en onder c, Rib 2014 (Doel van de structuur) Appellante heeft nagelaten het doel van de structuur waarin de doelvennootschap deelneemt voldoende te onderzoeken en vast te leggen in het dossier.
  • Artikel 23, eerste tot en met derde lid, Rib 2014 (Beheersmaatregelen en vastlegging) Appellante heeft de beheersmaatregelen ter mitigatie van integriteitsrisico's niet zichtbaar vastgelegd, wat in strijd is met de vereisten van de Rib 2014.
  • Artikel 10b, eerste lid, Sanctiewet 1977 (Sw) (Regels voor administratieve organisatie en interne controle) DNB heeft vastgesteld dat appellante de sanctieregelgeving niet naleefde door [entiteit] niet tijdig te screenen tegen de sanctielijsten, wat een schending is van haar verplichtingen onder de Sw.

Conclusie

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft geconcludeerd dat appellante de Wtt heeft overtreden door tekortkomingen in haar cliëntacceptatiedossier en de Rib 2014 niet na te leven, wat een boete van € 534.375 rechtvaardigt. Echter, de boete voor overtreding van de Sw werd vernietigd omdat de enkele constatering van één niet gescreende relatie onvoldoende was om schending van de Sw en RTSw vast te stellen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 23-12-2004 Appellante verkrijgt een vergunning voor het verlenen van trustdiensten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren (Wtt).
  2. 20-08-2013 Appellante wordt bestuurder van de doelvennootschap en Stichting [Stichting], en verleent domicilie en aanvullende diensten aan beide rechtspersonen.
  3. 11-09-2013 De doelvennootschap geeft $500 miljoen aan obligaties uit op de kapitaalmarkt om een lening over te nemen die eerder door de bank [naam 8] aan [entiteit] S.A. was verstrekt.
  4. 11-10-2013 De doelvennootschap verhoogt de financiering van de lening met $350 miljoen aan obligaties.
  5. 09-03-2016 De overheid van [land] neemt alle uitstaande obligaties en de lening van de doelvennootschap over.
  6. 31-05-2016 De compliance officer van [naam 6] meldt een incident bij DNB met betrekking tot mogelijke betrokkenheid van de doelvennootschap bij een vermeend fraudeschandaal in [land].
  7. 21-12-2017 Een medewerker van DNB stelt een boeterapport op waarin tekortkomingen in de naleving van de sanctieregelgeving en de Rib 2014 door appellante worden geconstateerd.
  8. 31-05-2018 DNB legt aan appellante twee bestuurlijke boetes op: € 593.750,- (boete 1) en € 10.000,- (boete 2) wegens overtredingen van de Wtt en de Sw.
  9. 20-12-2018 DNB verklaart het bezwaarschrift van appellante ongegrond en handhaaft het primaire besluit.
  10. 15-10-2019 De rechtbank Rotterdam verklaart het beroep van appellante gegrond en verlaagt de boetebedragen met 10%.
  11. 17-12-2020 Het onderzoek ter zitting vindt plaats waarbij beide partijen vertegenwoordigd zijn.
  12. 26-04-2021 Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking heeft op boete 2 en bevestigt de uitspraak voor het overige.