Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor wanprestatie rechtspersoon onder bijzondere omstandigheden.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 september 2024 · Bodemzaak · Civiel recht; Ondernemingsrecht

Bestuurdersaansprakelijkheid. De zorgaanbieder heeft verschillende voorwaarden uit de overeenkomst met het zorgkantoor geschonden. Er is zorg gedeclareerd die op grond van de overeenkomst niet was toegestaan. De bestuurder van de zorgaanbieder kan hiervan persoonlijk een ernstig verwijt worden gemaakt.

Rechtsvraag

De vraag of [gedaagde] als bestuurder van CCC persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die VGZ heeft geleden door de wanprestatie van CCC.

Regel

  • art. 6:162 BW (Burgerlijk Wetboek) (Onrechtmatige daad): Een persoon die een ander schade toebrengt door een onrechtmatige daad is verplicht deze schade te vergoeden.
  • art. 16 lid 5 Deel III van de overeenkomst tussen VGZ en CCC (Aansprakelijkheid bij tekortkoming): De zorgaanbieder is aansprakelijk voor schade indien deze toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst.
  • Voorschrift Zorgtoewijzing (Regels voor toewijzing en declaratie van zorg): Zorgaanbieders moeten zorg leveren en declareren conform de indicaties en goedkeuringen van het zorgkantoor.
  • art. 3.3.3.1 Voorschrift Zorgtoewijzing 2019 (Budgetoverschrijding): Overschrijding van het zorgtoewijzingspercentage is voor risico van de zorgaanbieder.
  • art. 4.10 Voorschrift Zorgtoewijzing 2018 en art. 3.3.6.1 Voorschrift Zorgtoewijzing 2019 (Palliatieve terminale zorg): Een verklaring van de huisarts met de geschatte levensverwachting is vereist voor palliatieve terminale zorg.
  • Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz 2019 (Gegevens in cliëntdossier): Zorgaanbieders moeten een volledig cliëntdossier bijhouden.

Toepassing

  • art. 6:162 BW (Burgerlijk Wetboek) (Onrechtmatige daad): Een persoon die een ander schade toebrengt door een onrechtmatige daad is verplicht deze schade te vergoeden. [gedaagde] heeft toegelaten dat CCC haar contractuele verplichtingen schond door zonder goedkeuring onderaannemers in te schakelen, zorg boven het toegekende budget te declareren, en zorg te declareren die niet aantoonbaar was verleend. Dit handelen wordt als onrechtmatige daad gekwalificeerd. Rechtsoverwegingen: 5.3, 5.4, 5.30.1-5.30.5
  • art. 16 lid 5 Deel III van de overeenkomst tussen VGZ en CCC (Aansprakelijkheid bij tekortkoming): De zorgaanbieder is aansprakelijk voor schade indien deze toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst. CCC heeft haar verplichtingen uit de overeenkomst geschonden door zonder goedkeuring onderaannemers in te schakelen, zorg boven het toegekende budget te declareren, en zorg te declareren die niet aantoonbaar was verleend. Rechtsoverwegingen: 5.9-5.26
  • Voorschrift Zorgtoewijzing (Regels voor toewijzing en declaratie van zorg): Zorgaanbieders moeten zorg leveren en declareren conform de indicaties en goedkeuringen van het zorgkantoor. CCC heeft zonder goedkeuring onderaannemers ingeschakeld en zorg boven het toegekende budget gedeclareerd zonder dit te melden aan VGZ. Rechtsoverwegingen: 5.9-5.26
  • art. 3.3.3.1 Voorschrift Zorgtoewijzing 2019 (Budgetoverschrijding): Overschrijding van het zorgtoewijzingspercentage is voor risico van de zorgaanbieder. CCC heeft het zorgtoewijzingspercentage bij meerdere cliënten overschreden zonder dit te melden aan VGZ, wat in strijd is met de voorschriften. Rechtsoverwegingen: 5.13-5.14
  • art. 4.10 Voorschrift Zorgtoewijzing 2018 en art. 3.3.6.1 Voorschrift Zorgtoewijzing 2019 (Palliatieve terminale zorg): Een verklaring van de huisarts met de geschatte levensverwachting is vereist voor palliatieve terminale zorg. CCC heeft niet alle terminaalverklaringen in het zorgdossier opgenomen, waardoor de noodzaak van de ingezette zorg niet voldoende kon worden aangetoond. Rechtsoverwegingen: 5.15-5.21
  • Regeling declaratievoorschriften, administratievoorschriften en informatieverstrekking Wlz 2019 (Gegevens in cliëntdossier): Zorgaanbieders moeten een volledig cliëntdossier bijhouden. CCC heeft niet voldaan aan de vereisten voor een volledig cliëntdossier, waardoor de gedeclareerde zorg niet controleerbaar was. Rechtsoverwegingen: 5.16-5.21

Conclusie

De rechtbank heeft geoordeeld dat [gedaagde] als bestuurder van CCC persoonlijk aansprakelijk is voor de schade die VGZ heeft geleden door de wanprestatie van CCC. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 295.081,86, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 april 2022, en tot betaling van € 3.933,00 voor buitengerechtelijke kosten, eveneens vermeerderd met de wettelijke rente.

Partijen en standpunten

  • Eiser: VGZ Zorgkantoor BV
  • Gedaagde: [gedaagde]

VGZ stelt dat [gedaagde] als bestuurder van CCC aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door onrechtmatige declaraties en wanprestatie van CCC. VGZ vordert € 369.668,30 aan schadevergoeding, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.

[gedaagde] betwist de aansprakelijkheid en stelt dat de zorg noodzakelijk en daadwerkelijk verleend was. [gedaagde] betoogt dat VGZ op de hoogte was van de werkwijze met onderaannemers en dat tekortkomingen slechts administratieve omissies waren.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 29-10-2017 VGZ en CCC sluiten een schriftelijke overeenkomst waarbij CCC langdurige zorg zal verlenen aan verzekerden van VGZ. De looptijd van de overeenkomst is drie jaar, van 1 januari 2018 t/m 31 januari 2020.
  2. 01-04-2018 [gedaagde] wordt bestuurder van CCC. Voorheen verleende zij als zzp'er zelf zorg aan verzekerden.
  3. Mei 2019 VGZ constateert dat CCC in 2018 bij vijf cliënten zorg heeft gedeclareerd boven het toegewezen zorgpercentage, wat een bedrag van € 32.115,99 betreft. VGZ laat CCC weten dat zij een materiële controle zal uitvoeren voor de periode 1 april 2018 t/m 31 december 2018.
  4. 24-05-2019 VGZ informeert CCC over de materiële controle die uitgevoerd zal worden om de rechtmatigheid van de gedeclareerde zorgprestaties te controleren.
  5. 05-12-2019 Een bespreking vindt plaats tussen VGZ en CCC op het kantoor van CCC. Van deze bespreking wordt een verslag gemaakt.
  6. 21-01-2020 VGZ breidt de materiële controle uit naar het jaar 2019 omdat ook in dat jaar het zorgtoewijzingspercentage bij meerdere cliënten is overschreden.
  7. 15-02-2020 CCC reageert per brief op de bevindingen van het controleverslag van VGZ.
  8. 18-03-2022 VGZ geeft haar bevindingen weer in een brief na reactie van CCC op het onderzoeksrapport.
  9. 22-02-2022 Op verzoek van VGZ wordt CCC in staat van faillissement verklaard.
  10. 21-03-2022 De advocaat van VGZ stelt [gedaagde] als bestuurder van CCC aansprakelijk voor een vordering van € 369.668,30 en sommeert haar tot betaling over te gaan.
  11. 07-10-2022 De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beslist dat het door CCC gedeclareerde bedrag van € 356.890,00 aan langdurige zorg voor het jaar 2019 gecorrigeerd dient te worden tot € 310.438,00. De beschikking wordt onherroepelijk.
  12. 12-07-2023 De rechtbank Zeeland-West-Brabant wijst een tussenvonnis in de zaak van VGZ tegen [gedaagde].