Wanprestatie vereist deugdelijke ingebrekestelling met redelijke termijn voor nakoming, tenzij uitzonderingen van toepassing.

Rechtbank Rotterdam · 25 maart 2026 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht; Verbintenissenrecht

Samenwerkingsovereenkomst. Afwijzing vorderingen op grond van wanprestatie. Geen verjaring. Ontbreken ingebrekestelling en geen verzuim.

Rechtsvraag

Is FTG tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens [naam] B.V., waardoor [naam] recht heeft op schadevergoeding, en is FTG daartoe in verzuim gesteld?

Regel

  • art. 6:248 BW (Algemene bepalingen overeenkomsten) (Redelijkheid en billijkheid bij uitleg en nakoming van overeenkomsten)
  • art. 6:74 BW (Verzuim en schadevergoeding) (Voorwaarden voor schadevergoeding bij tekortkoming in de nakoming van een verbintenis)
  • art. 6:82 BW (Ingebrekestelling) (Vereisten voor een geldige ingebrekestelling)
  • art. 3:310 BW (Verjaring van rechtsvorderingen) (Verjaringstermijn voor schadevorderingen)
  • art. 3:317 BW (Stuiting van verjaring) (Voorwaarden voor stuiting van verjaring)
  • art. 6:159 BW (Overname van overeenkomst) (Voorwaarden waaronder een overeenkomst kan worden overgenomen door een derde)

Toepassing

  • art. 6:82 BW (Ingebrekestelling) (Vereisten voor een geldige ingebrekestelling) De rechtbank oordeelt dat [naam] geen geldige ingebrekestelling heeft uitgebracht aan FTG. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:1581 en ECLI:NL:HR:2004:AO9494) moet een ingebrekestelling een schriftelijke aanmaning bevatten met een redelijke termijn voor nakoming van gespecificeerde verbintenissen. De e-mails van [naam 3] (rechtsoverweging 5.15-5.16) en de e-mail van mr. Leeman (rechtsoverweging 5.14) voldeden niet aan deze vereisten, omdat zij geen concrete termijn voor herstel noemden en geen specifieke verbintenissen aanwezen die FTG moest nakomen. De rechtbank benadrukt dat het simpelweg stellen dat FTG 'in gebreke is' niet voldoende is voor een juridisch geldige ingebrekestelling.
  • art. 6:74 BW (Verzuim en schadevergoeding) (Voorwaarden voor schadevergoeding bij tekortkoming in de nakoming van een verbintenis) Omdat FTG niet geldig in gebreke is gesteld, is zij niet in verzuim geraakt. Dit betekent dat er geen grondslag is voor schadevergoeding op basis van art. 6:74 BW. De rechtbank stelt dat zonder verzuim geen aansprakelijkheid voor schade bestaat, zelfs als er sprake zou zijn van tekortkomingen (rechtsoverweging 5.18).
  • art. 3:310 BW (Verjaring van rechtsvorderingen) en art. 3:317 BW (Stuiting van verjaring) (Verjaringstermijn en stuiting daarvan) De rechtbank oordeelt dat de vordering van [naam] niet is verjaard. De e-mail van mr. Leeman van 14 december 2020 (rechtsoverweging 5.7) wordt beschouwd als een stuitingsmededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW, omdat deze een ondubbelzinnig voorbehoud van het recht op nakoming bevat. De dagvaarding is binnen vijf jaar na deze stuiting uitgebracht, waardoor de verjaringstermijn van art. 3:310 BW niet is verstreken.
  • art. 6:159 BW (Overname van overeenkomst) (Voorwaarden waaronder een overeenkomst kan worden overgenomen door een derde) FTG stelde dat [naam] niet-ontvankelijk was omdat Zyon Group B.V. de verbintenissen uit de overeenkomst had overgenomen. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van overname van de overeenkomst in de zin van art. 6:159 BW, omdat FTG zelf als contractspartij verantwoordelijk blijft voor de nakoming van de verbintenissen (rechtsoverweging 5.3). Het feit dat Zyon de bedrijfsactiviteiten voortzette, doet hier niet aan af.
  • art. 6:248 BW (Algemene bepalingen overeenkomsten) (Redelijkheid en billijkheid bij uitleg en nakoming van overeenkomsten) Ten overvloede overweegt de rechtbank dat FTG niet tekort is geschoten in haar contractuele verplichtingen. De overeenkomst bevatte geen resultaatsverplichting voor FTG om een bepaalde omzet te behalen (rechtsoverweging 5.20-5.22). Ook was er geen concrete inspanningsverplichting vastgelegd voor de ondersteuning van het merk en [naam 3] (rechtsoverweging 5.23-5.25). De rechtbank benadrukt dat de overeenkomst duidelijk maakte dat de vergoeding voor [naam] afhankelijk was van de gerealiseerde omzet, wat een ondernemingsrisico met zich meebracht dat [naam] heeft aanvaard.

Conclusie

De rechtbank wijst de vorderingen van [naam] B.V. af omdat FTG niet geldig in gebreke is gesteld, waardoor zij niet in verzuim is geraakt. Daarnaast is er geen sprake van tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst door FTG, aangezien de overeenkomst geen resultaats- of concrete inspanningsverplichtingen bevatte. [naam] wordt veroordeeld in de proceskosten van FTG.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [naam] B.V.
  • Gedaagde: [naam 2] GROUP B.V. (FTG)

[naam] B.V. vordert een verklaring voor recht dat FTG wanprestatie heeft gepleegd door onvoldoende verkoopondersteuning te bieden en het merk niet adequaat te promoten binnen de FTG-groep. Daarnaast stelt [naam] dat FTG een resultaatsverplichting had om de omzetprognoses te halen en eist schadevergoeding voor geleden en nog te lijden schade, gemaakte kosten en gederfde rente en rendementen.

FTG betwist de vorderingen en stelt dat [naam] niet ontvankelijk is omdat Zyon Group B.V. de verbintenissen uitvoert. Daarnaast voert FTG aan dat de vordering verjaard is en dat er geen sprake is van een deugdelijke ingebrekestelling. FTG betwist verder dat er een resultaatsverplichting of tekortkoming in de inspanningsverplichting bestaat.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 21-08-2017 [naam 3], enig aandeelhouder en bestuurder van [naam] B.V., registreert het logo, het merk en de domeinnaam van het concept voor duurzame verpakking voor sierteeltproducten bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder nummer 1359520.
  2. 00-00-0000 [01-2018] FTG benadert [naam] B.V. voor besprekingen over diverse vormen van samenwerking, waaronder de overname van het merk en bedrijfsactiviteiten van [naam] B.V. en een tijdelijk dienstverband voor [naam 3].
  3. 11-10-2018 Partijen sluiten een overeenkomst waarin FTG (via een aan te wijzen groepsvennootschap) het merk, de domeinnaam, de voorraad verpakkingsmaterialen en de website van [naam] B.V. overneemt. [naam 3] treedt per 1 november 2018 in dienst bij Zyon Group B.V., een groepsvennootschap van FTG. De overeenkomst omvat onder andere: overdracht van het merk (Artikel 1), vergoedingen voor [naam] B.V. (Artikel 2), overdracht van de website (Artikel 3), overdracht van de voorraad (Artikel 4), en de arbeidsovereenkomst van [naam 3] (Artikel 6).
  4. 01-11-2018 [naam 3] treedt in dienst bij Zyon Group B.V. op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 12 maanden, conform de overeenkomst van 11 oktober 2018.
  5. 01-11-2018 [naam] B.V. draagt het merk, de website en de voorraad verpakkingsmaterialen over aan Zyon Group B.V., conform de overeenkomst van 11 oktober 2018.
  6. 31-10-2019 De arbeidsovereenkomst van [naam 3] met Zyon Group B.V. eindigt na 12 maanden, maar wordt aansluitend verlengd tot 31 maart 2020.
  7. 22-05-2019 [naam 3] stuurt een e-mail naar [naam 4] (FTG/Zyon) waarin hij zijn zorgen uit over het verloop van de samenwerking, het ontbreken van verkoopondersteuning en het aanbieden van producten met plastic hoezen in plaats van duurzame verpakkingen van [naam]. Hij geeft input voor verbeterpunten.
  8. 20-09-2019 [naam 3] stuurt een e-mail naar [naam 4] waarin hij aangeeft teleurgesteld te zijn in de samenwerking met FTG en zijn vertrouwen in de omzetprognoses en verkoopondersteuning als beschadigd beschouwt.
  9. 31-10-2021 De periode van drie jaar waarin Zyon Group B.V. vergoedingen aan [naam] B.V. verschuldigd is op grond van Artikel 2.2 van de overeenkomst eindigt. [naam] B.V. heeft over deze periode facturen ter waarde van €13.910,00 (excl. btw) gestuurd, die door Zyon zijn betaald.
  10. 14-12-2020 mr. Leeman stuurt een e-mail naar mr. Buitelaar (advocaat FTG) waarin hij aangeeft dat FTG in gebreke is en dat [naam] B.V. hem heeft geïnstrueerd om FTG in rechte te betrekken. Deze e-mail wordt later door de rechtbank aangemerkt als een stuitingsmededeling in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW.
  11. 02-07-2025 [naam] B.V. brengt een dagvaarding uit tegen FTG waarin zij vordert: (i) een verklaring voor recht dat FTG ernstig is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, (ii) een verklaring voor recht dat FTG aansprakelijk is voor de geleden schade, (iii) veroordeling van FTG tot betaling van schadevergoeding, en (iv) veroordeling van FTG in de proceskosten.
  12. 00-00-0000 [NA-07-2025] FTG dient een conclusie van antwoord in waarin zij betwist dat zij tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en stelt dat [naam] B.V. niet-ontvankelijk is in haar vorderingen. FTG verzoekt de rechtbank om de vorderingen af te wijzen en [naam] B.V. te veroordelen in de proceskosten.

overeenkomst · wanprestatie · ingebrekestelling · verzuim · schadevergoeding · uitleg-overeenkomst · proceskosten