Tijdelijke schorsing statutair bestuurder mogelijk bij onbestuurbaarheid in aanloop naar enquêteprocedure.

Rechtbank Rotterdam · 19 augustus 2025 · Kort geding · Civiel recht

Kort geding. Aandeelhoudersgeschil. Gedeeltelijke toewijzing. De voorzieningenrechter schorst gedaagde tijdelijk als statutair bestuurder van de vennootschap. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is aannemelijk geworden dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij de vennootschap te twijfelen. Het is om die reden noodzakelijk om gedaagde tijdelijk te schorsen als statutair bestuurder van de vennootschap. Deze schorsing geldt tot het moment dat de Ondernemingskamer in een binnen vier weken na vandaag door eiseres te starten procedure uitspraak heeft gedaan over de vraag wie van partijen definitief als statutair bestuurder van de vennootschap aanblijft. Het verzoek van eiseres om tijdelijk als zelfstandig bevoegd statutair bestuurder te worden benoemd, wordt afgewezen. De vraag welk belang bestaat bij toewijzing van die vordering, in geval van toewijzing van de gevorderde schorsing van gedaagde, is niet afdoende beantwoord. De vordering tot terugbetaling van € 20.000,00 door gedaagde aan de vennootschap wordt toegewezen.

Rechtsvraag

De rechtsvraag is of [gedaagde] tijdelijk moet worden geschorst als statutair bestuurder van [bedrijf] en of [eiseres] moet worden benoemd tot zelfstandig bevoegd statutair bestuurder van [bedrijf]. Daarnaast is de vraag of [gedaagde] €20.000,00 moet terugbetalen aan [bedrijf] omdat dit bedrag onverschuldigd is betaald.

Regel

  • Art. 2:356 BW (Bevoegdheid Ondernemingskamer tot schorsing van bestuurders)
  • Precedent ECLI:NL:GHAMS:2023:583 (Voorlopige voorziening in aanloop naar een enquêteprocedure)

Toepassing

  • Art. 2:356 BW (Bevoegdheid Ondernemingskamer tot schorsing van bestuurders) De rechter erkent dat de schorsing van een statutair bestuurder in principe voorbehouden is aan de Ondernemingskamer. Echter, in afwachting van een enquêteprocedure kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen. De rechter oordeelt dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij [bedrijf] te twijfelen, wat de schorsing van [gedaagde] rechtvaardigt.
  • Precedent ECLI:NL:GHAMS:2023:583 (Voorlopige voorziening in aanloop naar een enquêteprocedure) De voorzieningenrechter moet beoordelen of het noodzakelijk is om, in afwachting van de uitkomst van de bodemzaak, ordemaatregelen te treffen. Gezien de impasse bij [bedrijf] en het risico voor het welzijn van de cliënten, acht de rechter het noodzakelijk om [gedaagde] te schorsen en zo rust en continuïteit te waarborgen.

Conclusie

De rechter besluit om [gedaagde] tijdelijk te schorsen als statutair bestuurder van [bedrijf] vanwege de gegronde twijfel aan het beleid en de gang van zaken en het belang van continuïteit van zorg. [eiseres] wordt niet benoemd tot zelfstandig bevoegd statutair bestuurder, omdat het belang daarvan onvoldoende is aangetoond. De rechter oordeelt ook dat [gedaagde] €20.000,00 moet terugbetalen aan [bedrijf] omdat het bedrag onverschuldigd is betaald.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiseres] B.V.
  • Gedaagde: [gedaagde] B.V.

[eiseres] vordert dat [gedaagde] tijdelijk wordt geschorst als statutair bestuurder en dat [eiseres] wordt benoemd tot zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf]. Tevens wordt terugbetaling van € 20.000,00 geëist, die onverschuldigd aan [gedaagde] zou zijn betaald.

[gedaagde] weerspreekt de onbestuurbaarheid van [bedrijf] en de onverschuldigde betaling van de managementvergoeding. [gedaagde] stelt dat er een vaste managementvergoeding is afgesproken, die rechtmatig is ontvangen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-04-2025 [persoon B] verschijnt niet meer op de werkvloer van de onderneming (in de zorgwoning) en is lange tijd onbereikbaar voor [persoon A]. Er zijn geen reacties op berichten van [persoon A] over de dagelijkse gang van zaken bij [bedrijf].
  2. 01-04-2025 De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bezoekt [bedrijf] en treft volgens [persoon A] [persoon B] slapend op een bank aan. Cliënten zijn één uur en veertig minuten te laat gewekt door [persoon B].
  3. 16-05-2025 In een brief van de gemachtigde van [gedaagde] wordt een vaste managementvergoeding van € 11.008,62 netto genoemd.
  4. 26-06-2025 [eiseres] dient een dagvaarding in met bijlagen 1 tot en met 15. De vordering betreft onder andere de schorsing van [gedaagde] als statutair bestuurder en terugbetaling van € 20.000,00 aan [bedrijf].
  5. 14-07-2025 De financieel adviseur van [bedrijf] stuurt een e-mail waarin wordt gesteld dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst met een vaste maandelijkse vergoeding.
  6. 21-07-2025 De mondelinge behandeling vindt plaats, waarbij de eis in reconventie van [gedaagde] buiten beschouwing wordt gelaten omdat zij niet door een advocaat, maar door een gemachtigde wordt bijgestaan.
  7. 04-08-2025 Vonnis in kort geding wordt uitgesproken. [gedaagde] wordt tijdelijk geschorst als statutair bestuurder van [bedrijf], en [gedaagde] moet € 20.000,00 aan [bedrijf] terugbetalen. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

kort-geding · bestuurdersaansprakelijkheid · aandeelhoudersgeschil · vennootschapsrecht · schorsing