Peter Gillis v ex (ECLI:NL:RBMNE:2023:6354)
Geheimhoudingsbeding blijft gelden, dwangsom bij overtreding; geen preventieve censuur zonder duidelijke inbreuk.
Nakoming geheimhoudingsbeding en preventieve censuur. De juridische argumenten waarom gedaagde zich niet aan de geheimhoudingsafspraak zou hoeven te houden, slagen niet. Zij moet zich dus aan die afspraak houden. Dat heeft zij niet gedaan en eiser heeft daar last van. Daarom wordt gedaagde veroordeeld om zich aan de geheimhoudingsafspraak te houden en om een dwangsom aan eiser te betalen als zij dat niet doet. Eiser mag het boek van gedaagde niet bekijken voordat het wordt gepubliceerd. Hij heeft namelijk niet voldoende aannemelijk gemaakt dat er dingen in het boek staan die in strijd zijn met de geheimhoudingsafspraak en dat hij daardoor zo’n schade leidt dat het nodig is om het boek vooraf te controleren.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of [gedaagde] zich moet houden aan de geheimhoudingsafspraak die zij met [eiser] heeft gemaakt en of zij kan worden verplicht om de inhoud van haar boek aan [eiser] te tonen voordat het gepubliceerd wordt.
Regel
- Artikel 6:89 BW (klachtplicht): Een partij moet binnen bekwame tijd klagen over een gebrek.
- Geheimhoudingsbeding: Partijen hebben afgesproken dat zij niets in het openbaar zullen zeggen over hun relatie of de beëindiging daarvan, en niets over de ander zullen zeggen als dat niet in diens belang is.
- Artikel 843a Rv (inzage en afschrift van bescheiden): Biedt de mogelijkheid tot inzage van documenten, mits er een rechtmatig belang is.
- Redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW): Een verbintenis is niet van toepassing als dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Toepassing
- Artikel 6:89 BW (klachtplicht) [gedaagde] is niet te laat met haar argument dat de geheimhoudingsafspraak onder dwang is gemaakt. Artikel 6:89 BW is niet van toepassing omdat het gaat om de vraag of de vaststellingsovereenkomst onder dwang is gemaakt. De voorzieningenrechter neemt dit argument serieus omdat [gedaagde] zegt dat het tijd kostte om voldoende afstand van de relatie te krijgen.
- Geheimhoudingsbeding [gedaagde] heeft 26 keer in het openbaar dingen over [eiser] gezegd die zij niet had mogen zeggen. Zij erkent deze uitlatingen, maar stelt dat veel hiervan herhalingen in de media zijn. De voorzieningenrechter vindt dat [gedaagde] zich niet aan het geheimhoudingsbeding heeft gehouden, gezien haar actieve medewerking aan interviews en media-uitingen.
- Artikel 843a Rv (inzage en afschrift van bescheiden) [eiser] heeft zijn vordering voor inzage van het boek gebaseerd op artikel 843a Rv, maar deze grondslag is pas op zitting genoemd en is daarom te laat. De voorzieningenrechter beoordeelt deze vordering als een indirecte vordering tot censuur voor publicatie, wat alleen in bijzondere gevallen mogelijk is.
- Redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW) [gedaagde]'s beroep op de redelijkheid en billijkheid om over huiselijk geweld te spreken faalt. De voorzieningenrechter vindt dat de geheimhoudingsafspraak niet zo ver gaat dat [gedaagde] geen aangifte kan doen of niet in het algemeen over huiselijk geweld kan spreken. Het beding is niet onaanvaardbaar.
Conclusie
De voorzieningenrechter concludeert dat [gedaagde] zich moet houden aan de geheimhoudingsafspraak en legt haar een dwangsom op voor overtredingen. De vorderingen tot inzage van het boek en een publicatieverbod worden afgewezen omdat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de inhoud van het boek in strijd is met de geheimhoudingsafspraak en dat hij daardoor ernstige schade zou lijden.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Naam van de eiser]
- Gedaagde: [Naam van de gedaagde]
[Eiser] eist dat [gedaagde] zich houdt aan het geheimhoudingsbeding en wil een dwangsom bij overtreding. Verder wil [eiser] inzage in het boek van [gedaagde] en een publicatieverbod totdat hij de inhoud heeft gecontroleerd.
[Gedaagde] stelt dat de geheimhouding niet meer geldt wegens nietigheid, vernietiging, ontbinding en redelijkheid en billijkheid. Zij voelt zich niet gebonden aan de overeenkomst en vindt dat haar vrijheid van meningsuiting voorop staat.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- DD-MM-YYYY [Eiser] en [gedaagde] hadden een relatie en maakten afspraken over de beëindiging hiervan, vastgelegd in een schriftelijke vaststellingsovereenkomst inclusief geheimhoudingsbeding.
- DD-MM-YYYY [Eiser] beschuldigt [gedaagde] van het schenden van het geheimhoudingsbeding na berichten in de media die negatieve dingen over hem bevatten.
- DD-MM-YYYY [Gedaagde] kondigt aan een boek te willen publiceren over haar leven, wat bij [eiser] de vrees wekt dat er negatieve dingen over hem in staan.
- 31-10-2023 [Eiser] start een kort geding en dagvaardt [gedaagde]. Hij vordert nakoming van het geheimhoudingsbeding met dwangsom en inzage in het boek van [gedaagde].
- 08-11-2023 [Gedaagde] dient producties 1 tot en met 7 in bij de rechtbank.
- 08-11-2023 [Eiser] dient aanvullende producties 15 tot en met 20 in bij de rechtbank.
- 08-11-2023 [Gedaagde] dient productie 8 in bij de rechtbank.
- 09-11-2023 Mondelinge behandeling van het kort geding vindt plaats, inclusief pleitnotities van beide partijen.
- 30-11-2023 De voorzieningenrechter oordeelt dat [gedaagde] zich aan het geheimhoudingsbeding moet houden met een lagere dwangsom dan geëist. De verzoeken van [eiser] om inzage in het boek en een publicatieverbod worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.