Gezag van gewijsde verhindert hernieuwde beoordeling van dezelfde rechtsbetrekking, ook bij andere juridische grondslag.
Niet-ontvankelijk schadevordering AVG vanwege kracht van gewijsde eerdere beschikking
Rechtsvraag
De centrale rechtsvraag in deze zaak is of [eiser] ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding en verklaring voor recht wegens het niet verstrekken van correspondentie door [gedaagde], gelet op het gezag van gewijsde van een eerdere uitspraak (de schadebeschikking) tussen dezelfde partijen over hetzelfde geschilpunt. Daarnaast wordt de vraag behandeld of [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met de AVG en artikel 843a Rv door de gevraagde correspondentie niet te verstrekken.
Regel
- Artikel: art. 236, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Omschrijving: Gezag van gewijsde: beslissingen die de rechtsbetrekking in geschil betreffen en zijn vervat in een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, hebben in een ander geding tussen dezelfde partijen bindende kracht.
- Artikel: art. 15, Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Omschrijving: Recht op inzage: betrokkene heeft het recht van de verwerkingsverantwoordelijke een bevestiging te verkrijgen of hem betreffende persoonsgegevens al dan niet worden verwerkt en, wanneer dat het geval is, inzage te krijgen in die persoonsgegevens.
- Artikel: art. 843a, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Omschrijving: Recht op afschrift van bescheiden: degene die een rechtmatig belang heeft, kan van degene die een bescheid onder zich heeft, afschrift of uittreksel daarvan vorderen, voor zover dit voor de bescherming van zijn belang redelijkerwijs nodig is.
- Artikel: art. 6:82, Burgerlijk Wetboek (BW). Omschrijving: Verzuim: schuldenaar is in verzuim indien hij in de nakoming van zijn verbintenis tekortschiet en daardoor aan de schuldeiser de schade heeft toegebracht waarvoor hij aansprakelijk is.
- Artikel: art. 1:445, Burgerlijk Wetboek (BW). Omschrijving: Rekening en verantwoording na beëindiging bewind: na het einde van het bewind kan de rechthebbende rekening en verantwoording vragen, voor zover dit niet onredelijk is.
Toepassing
- art. 236, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Gezag van gewijsde) De rechter oordeelt dat de schadebeschikking kracht van gewijsde heeft, omdat dezelfde partijen betrokken zijn en geen hoger beroep is ingesteld (rechtsoverweging 4.3). De rechtsbetrekking in geschil in de eerdere procedure betrof de wijze van uitvoering van het bewind, inclusief de vraag of [gedaagde] bepaalde correspondentie diende te overleggen en of [eiser] schade had geleden door het eventuele tekortschieten. In de onderhavige zaak vordert [eiser] schadevergoeding omdat [gedaagde] weigert correspondentie te overleggen, waarbij dezelfde correspondentie wordt gevraagd als in de eerdere procedure (rechtsoverweging 4.4). De rechter stelt vast dat de feitelijke grondslag van de vordering in deze zaak grotendeels overeenkomt met die van de eerdere procedure, ondanks een andere juridische grondslag (AVG en 843a Rv in plaats van BW-bepalingen). Het gezag van gewijsde staat daarom in de weg aan een nieuw oordeel over dezelfde rechtsbetrekking (rechtsoverweging 4.6).
- art. 15, Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) (Recht op inzage) De rechter overweegt dat [eiser] een beroep doet op artikel 15 AVG om inzage te verkrijgen in correspondentie waarbij zijn oude e-mailadres is gebruikt. Echter, omdat in de schadebeschikking al is geoordeeld dat [gedaagde] niet gehouden is deze correspondentie te verstrekken (en zelfs toegang heeft gegeven tot vrijwel de gehele administratie), kan [eiser] geen nieuw oordeel vorderen op basis van de AVG. De rechter benadrukt dat het gezag van gewijsde prevaleert, ook al is de juridische grondslag anders (rechtsoverweging 4.6).
- art. 843a, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Recht op afschrift van bescheiden) Ook artikel 843a Rv wordt door [eiser] ingeroepen om afschrift van de correspondentie te verkrijgen. De rechter oordeelt echter dat deze bepaling niet tot een ander resultaat leidt dan de eerdere beslissing, omdat de schadebeschikking al heeft bepaald dat [gedaagde] niet verplicht is de gevraagde stukken te verstrekken. De rechter verwijst naar de overweging in de schadebeschikking dat het verzoek van [eiser] onredelijk is (rechtsoverweging 4.5 en 4.6).
- art. 6:82, Burgerlijk Wetboek (BW) (Verzuim) De vordering van [eiser] om voor recht te verklaren dat [gedaagde] in verzuim is, wordt afgewezen omdat de rechter vaststelt dat er geen sprake is van verzuim. Dit volgt uit het feit dat de schadebeschikking al heeft geoordeeld dat [gedaagde] niet tekort is geschoten in haar verplichtingen als bewindvoerder en dat zij toegang heeft gegeven tot vrijwel de gehele administratie (rechtsoverweging 4.7).
- art. 1:445, Burgerlijk Wetboek (BW) (Rekening en verantwoording na beëindiging bewind) De rechter verwijst naar de schadebeschikking, waarin is overwogen dat het verzoek van [eiser] om rekening en verantwoording over dezelfde tijdsruimte onredelijk is, mede omdat [eiser] destijds expliciet geen gebruik heeft willen maken van de mogelijkheid om de rekening en verantwoording te bespreken. Deze overweging ondersteunt het oordeel dat [gedaagde] niet gehouden is de gevraagde correspondentie te verstrekken (rechtsoverweging 4.5).
Conclusie
De rechter wijst de vorderingen van [eiser] af. De kern van de beslissing is dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen omdat de schadebeschikking gezag van gewijsde heeft en de onderhavige procedure grotendeels over dezelfde feiten en geschilpunten gaat als de eerdere procedure. De rechter oordeelt dat [gedaagde] niet gehouden is de gevraagde correspondentie te verstrekken en dat er geen sprake is van schade die voor vergoeding in aanmerking komt. De vorderingen tot schadevergoeding, verklaring voor recht en veroordeling in de proceskosten worden afgewezen, en [eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten van [gedaagde].
Partijen en standpunten
- Eiser: [naam eiser]
- Gedaagde: [naam gedaagde] B.V.
Eiser vordert een verklaring voor recht dat gedaagde in verzuim is wegens schending van de AVG (artikelen 12 en 15), artikel 843a Rv en artikel 6:82 BW door weigering om inzage te verlenen in correspondentie met betrekking tot zijn oude e-mailadres en specifieke onderwerpen uit de periode 2014-2015. Daarnaast vordert eiser schadevergoeding van € 1.325,- (of een door de rechter te bepalen bedrag) wegens immateriële schade, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
Gedaagde voert aan dat de vorderingen van eiser reeds zijn behandeld en afgewezen in een eerdere procedure (schadebeschikking), die gezag van gewijsde heeft. Daarnaast stelt gedaagde dat aan het inzageverzoek reeds is voldaan en dat er geen sprake is van schade die voor vergoeding in aanmerking komt. Gedaagde betoogt dat eiser misbruik van recht maakt door een nieuwe procedure te starten over dezelfde feiten en grondslagen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 12-12-2008 [Eiser] is bij beschikking van de kantonrechter onder curatele gesteld.
- 18-05-2012 De curatele van [eiser] is bij beschikking van de kantonrechter omgezet in een onderbewindstelling. [Gedaagde] B.V. is benoemd tot bewindvoerder.
- 30-01-2024 Bij beschikking van de kantonrechter is de onderbewindstelling van [eiser] met ingang van 1 maart 2024 opgeheven.
- 15-03-2024 [Eiser] start een procedure bij de Rechtbank Gelderland (zaaknummer: 10894016 BH VERZ 24-1237) waarin hij schadevergoeding vordert wegens de wijze waarop [gedaagde] het bewind heeft gevoerd en verzoekt om afgifte van diverse stukken.
- 01-10-2024 [Eiser] stuurt een e-mail naar [gedaagde] waarin hij op grond van Artikel 15 AVG en Artikel 843a BW verzoekt om alle correspondentie die tussen [gedaagde] en [eiser] heeft plaatsgevonden, met name correspondentie uit de periode 2014-2015 over het CBR, het Alcoholslotprogramma (ASP) of termijnbetalingen.
- 21-10-2024 [Eiser] stuurt een eerste herinnering naar [gedaagde] met betrekking tot zijn AVG-verzoek van 1 oktober 2024.
- 28-10-2024 [Eiser] stuurt een tweede herinnering naar [gedaagde] met betrekking tot zijn AVG-verzoek.
- 29-10-2024 [Eiser] stuurt een derde herinnering naar [gedaagde] met betrekking tot zijn AVG-verzoek.
- 01-11-2024 [Eiser] dient een klacht in bij de Autoriteit Persoonsgegevens over [gedaagde] vanwege het niet reageren op zijn AVG-verzoek.
- 31-01-2025 De kantonrechter wijst een beschikking (schadebeschikking) in de eerdere procedure van [eiser] (zaaknummer: 10894016 BH VERZ 24-1237). Hierin wordt het verzoek om correspondentie en schadevergoeding afgewezen, omdat [gedaagde] reeds toegang heeft verleend tot vrijwel de gehele administratie en het verzoek als onredelijk wordt beschouwd.
- 21-03-2025 [Eiser] stuurt een brief naar [gedaagde] waarin hij haar in gebreke stelt met betrekking tot het niet voldoen aan zijn AVG-verzoek.
- 30-04-2025 [Eiser] stuurt een tweede brief naar [gedaagde] waarin hij haar opnieuw in gebreke stelt en aanspraak maakt op een schadevergoeding van € 1.325,-.