Homologatie van akkoord wordt toegewezen als aan wettelijke vereisten is voldaan en schuldeisers niet slechter af zijn.
WHOA; Vonnis homologatie akkoord ex artikel 383 Fw
Rechtsvraag
Moet het door [verzoekster] aangeboden akkoord gehomologeerd worden ondanks de bezwaren van [naam bedrijf 1] en voldoet het akkoord aan de eisen van artikel 384 Faillissementswet?
Regel
- art. 383 Fw (Homologatie van het akkoord)
- art. 384 lid 1 Fw (Toewijzing homologatieverzoek tenzij afwijzingsgronden)
- art. 384 lid 2 Fw (Afwijzingsgronden zoals onvolledigheid of bedrog)
- art. 384 lid 3 Fw (Best interest of creditors test)
- art. 384 lid 4 Fw (Absolute priority rule)
Toepassing
- art. 383 Fw (Homologatie van het akkoord) Het verzoek tot homologatie is tijdig ingediend en voldoet aan alle formele vereisten. [verzoekster] heeft de schuldeisers en aandeelhouders naar behoren in kennis gesteld van de datum van behandeling van het verzoek en het akkoord voldoet aan de vereisten van artikel 375 Fw. De rechtbank heeft vastgesteld dat het akkoord een redelijke termijn is voorgelegd aan de stemgerechtigden. (Rechtsoverweging 6.5)
- art. 384 lid 1 Fw (Toewijzing homologatieverzoek tenzij afwijzingsgronden) De rechtbank heeft geen afwijzingsgronden geconstateerd die het homologatieverzoek zouden kunnen verhinderen. De door [naam bedrijf 1] aangevoerde bezwaren zijn tijdig en eerder kenbaar gemaakt, maar blijken onvoldoende om het verzoek af te wijzen. (Rechtsoverweging 6.4)
- art. 384 lid 2 Fw (Afwijzingsgronden zoals onvolledigheid of bedrog) Er is geen sprake van bedrog, begunstiging of andere oneerlijke middelen bij de totstandkoming van het akkoord. De klassenindeling en de stemmingsprocedure zijn correct uitgevoerd. [naam bedrijf 1]'s bezwaren over de waarde van activa en klassenindeling zijn door [verzoekster] en de observator voldoende weerlegd. (Rechtsoverweging 6.6, 6.7)
- art. 384 lid 3 Fw (Best interest of creditors test) De rechtbank concludeert dat schuldeisers beter af zijn met het akkoord dan bij vereffening in faillissement. De argumenten van [naam bedrijf 1] over mogelijke bestuurdersaansprakelijkheid en actio pauliana zijn onvoldoende om aan te tonen dat schuldeisers bij faillissement beter af zouden zijn. (Rechtsoverweging 6.12, 6.13, 6.14)
- art. 384 lid 4 Fw (Absolute priority rule) De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een schending van de absolute priority rule. De betalingen aan [naam bedrijf 3] waren gerechtvaardigd en de waarde van de aandelen na reorganisatie is correct vastgesteld. (Rechtsoverweging 6.15, 6.15.1, 6.15.2)
Conclusie
De rechtbank homologeert het door [verzoekster] aangeboden akkoord, aangezien er geen gronden zijn voor afwijzing en het akkoord voldoet aan de eisen van de Faillissementswet. Schuldeisers zijn beter af met het akkoord dan bij een faillissement, en de procedurele vereisten zijn nageleefd.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verzoekster] B.V.
- Gedaagde: [naam bedrijf 1]
[verzoekster] B.V. verzoekt homologatie van een akkoord met schuldeisers en stelt dat het akkoord voldoet aan wettelijke eisen en dat schuldeisers beter af zijn dan bij faillissement.
[naam bedrijf 1] stelt dat er afwijzingsgronden zijn, waaronder een onjuiste klassenindeling en dat schuldeisers bij faillissement beter af zouden zijn.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 26-04-2021 [verzoekster] deponeerde een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie en diende een verzoek in voor een afkoelingsperiode van vier maanden ex artikel 376 Fw.
- 26-05-2021 De rechtbank kondigde een afkoelingsperiode voor vier maanden af en wees mr. A.J.A. Jansen aan als observator.
- 08-10-2021 De rechtbank verlengde de afkoelingsperiode met twee maanden.
- 24-12-2021 De rechtbank verlengde de afkoelingsperiode opnieuw met twee maanden en deed uitspraak over aspecten van het akkoord.
- 30-12-2021 [verzoekster] bood een akkoord aan haar schuldeisers aan.
- 02-02-2022 [verzoekster] diende een verzoek tot homologatie van het akkoord in, inclusief bijlagen en stemverslag.
- 07-02-2022 De rechtbank bepaalde dat het verzoekschrift tot homologatie op 14 februari 2022 zou worden behandeld en dat [verzoekster] de betrokken partijen moest informeren.
- 14-02-2022 Het verzoek tot homologatie werd in raadkamer behandeld. Verschillende partijen, waaronder de bestuurders en advocaten van [verzoekster] en [naam bedrijf 1], waren aanwezig.
- 11-02-2022 [naam bedrijf 1] diende een verzoek tot afwijzing van het homologatieverzoek in bij de rechtbank.
- 28-02-2022 De rechtbank homologeerde het akkoord aangeboden door [verzoekster] en stelde het salaris van de observator vast.