Boedel is wettelijke rente en verhoging verschuldigd bij niet-tijdige loondbetaling, faillissement kan matiging rechtvaardigen.
Prejudici毛le vragen (art. 392 Rv). Faillissementsrecht; arbeidsrecht. Is boedel over loon dat o.g.v. art. 40 Fw boedelschuld is wettelijke verhoging (art. 7:625 BW) en wettelijke rente verschuldigd, ook over loon dat valt onder loongarantieregeling van art. 61 e.v. Werkloosheidswet? Welke rang hebben deze vorderingen? In hoeverre vormt faillissement hierbij grond voor matiging van wettelijke verhoging? Moet curator werknemers uit eigen beweging over hun rechten jegens boedel uit hoofde van wettelijke verhoging en wettelijke rente informeren?
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of de faillissementsboedel wettelijke rente en wettelijke verhoging verschuldigd is over niet-tijdig betaald loon dat als boedelschuld kwalificeert en onder de loongarantieregeling valt, welke rang deze vorderingen hebben, en of de curator verplicht is werknemers daarover te informeren.
Regel
- art. 40 lid 2 Fw (boedelschuld loon tijdens faillissement)
- art. 6:119 BW (wettelijke rente bij verzuim)
- art. 7:625 BW (wettelijke verhoging bij vertraagde loonbetaling)
- art. 3:288 BW (bevoorrechte vorderingen op goederen)
- art. 68 Fw (beheer en vereffening van failliete boedel door curator)
Toepassing
- art. 40 lid 2 Fw (boedelschuld loon tijdens faillissement) De Hoge Raad stelt dat loonvorderingen die ontstaan na faillissement als boedelschuld worden aangemerkt en niet-tijdige betaling daarvan leidt tot een verplichting tot wettelijke rente en verhoging als boedelschuld. Dit is onafhankelijk van het feit dat het UWV loon overneemt via de loongarantieregeling. De arbeidsverhouding blijft ongewijzigd tot de overeenkomst is be毛indigd. (Rechtsoverweging 3.1.1-3.1.2)
- art. 6:119 BW (wettelijke rente bij verzuim) De wettelijke rente is verschuldigd omdat er sprake is van verzuim bij de betaling van boedelschuld. Dit verzuim ontstaat door niet-naleving van de betalingsverplichting door de curator. Het feit dat een werknemer ook aanspraak kan maken jegens het UWV doet hier niets aan af. (Rechtsoverweging 3.2.2-3.2.6)
- art. 7:625 BW (wettelijke verhoging bij vertraagde loonbetaling) De wettelijke verhoging is ook verschuldigd als boedelschuld, ongeacht of de werknemer aanspraak maakt op uitkering via het UWV. De verhoging dient als prikkel voor tijdige betaling en is ook van toepassing in faillissementssituaties. Gebrek aan middelen is geen reden voor niet-toerekening. (Rechtsoverweging 3.3.3-3.3.6)
- art. 3:288 BW (bevoorrechte vorderingen op goederen) De wettelijke verhoging valt onder het voorrecht van art. 3:288 BW, terwijl de wettelijke rente niet onder deze bepaling valt en als concurrente boedelvordering wordt aangemerkt. Dit is consistent met de historische interpretatie en wetgevingsgeschiedenis. (Rechtsoverweging 3.5.3-3.5.8)
- art. 68 Fw (beheer en vereffening van failliete boedel door curator) De curator is niet verplicht om werknemers actief te informeren over hun aanspraken op wettelijke rente en verhoging, tenzij hij weet of vermoedt dat de schuldeiser hiervan niet op de hoogte is. Een algemene kennisgeving bij opzegging van de arbeidsovereenkomst volstaat. (Rechtsoverweging 3.6.2)
Conclusie
De Hoge Raad concludeert dat de boedel wettelijke rente en wettelijke verhoging verschuldigd is voor niet-tijdig betaald loon dat als boedelschuld kwalificeert. De wettelijke verhoging heeft voorrang volgens art. 3:288 BW, terwijl de wettelijke rente een concurrente vordering blijft. De curator hoeft werknemers niet actief te informeren over deze aanspraken, tenzij hij weet dat ze hier niet van op de hoogte zijn.
Partijen en standpunten
- Eiser: Federatie Nederlandse Vakbeweging
- Gedaagde: R.J.C. Geelen, curator in het faillissement van Brabant Alucast The Netherlands Site Heijen B.V.
FNV vordert dat de curator wettelijke rente en wettelijke verhoging verschuldigd is over boedelschuld aan werknemers en dat de curator verplicht is werknemers te informeren over hun aanspraken.
De curator betwist de verschuldigdheid van de wettelijke verhoging vanwege betalingsonmacht en acht zich niet verplicht werknemers uit eigen beweging te informeren.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 20-07-2018 Aan Brabant Alucast The Netherlands Site Heijen B.V. (BAH) is voorlopige surseance van betaling verleend.
- 24-07-2018 De surseance van betaling voor BAH is ingetrokken en BAH is in staat van faillissement verklaard.
- 24-07-2018 R.J.C. Geelen is aangesteld als curator in het faillissement van BAH.
- 20-07-2018 Het loon voor juli 2018, dat normaliter op 20 juli 2018 zou worden betaald, is vanwege het ontbreken van vrij actief niet uitbetaald.
- 31-07-2018 Op grond van de toepasselijke cao moest het loon uiterlijk op 31 juli 2018 betaald zijn.
- 02-08-2018 Op de locatie van BAH zijn intakegesprekken met de werknemers gevoerd in het kader van de loongarantieregeling.
- 30-08-2018 Het merendeel van de werknemers is per 30 augustus 2018 uit dienst getreden.
- 05-09-2018 De overige werknemers zijn per 5 september 2018 uit dienst getreden.
- 30-09-2018 De curator hanteerde als uitgangspunt dat de eindafrekening van de werknemers uiterlijk op 30 september 2018 betaald had moeten zijn.
- 30-10-2018 De curator heeft boedelvorderingen berekend en deze per brief aan de werknemers gecommuniceerd.
- 03-04-2023 De curator heeft boedelvorderingen genoteerd in het financieel verslag in het faillissement van BAH.
- 11-12-2024 De rechtbank Limburg heeft prejudici毛le vragen gesteld aan de Hoge Raad in de zaak C/03/320026 / HA ZA 23-297.