Proceskostenbeding dat consument alle gerechtelijke kosten laat dragen, is oneerlijk en vernietigbaar.
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen. Is proceskostenbeding oneerlijk? Zo ja, kan consument na vernietiging van het proceskostenbeding worden veroordeeld in proceskosten met toepassing van art. 237 Rv? Hoge Raad heeft voornemen over dat laatste vraag te stellen aan Hof van Justitie van Europese Unie.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of een proceskostenbeding in een huurovereenkomst, dat de huurder verplicht alle gerechtelijke kosten te betalen in geval van tekortkoming, als oneerlijk moet worden aangemerkt volgens Richtlijn 93/13/EEG, en of dit beding ertoe leidt dat er geen proceskostenveroordeling meer kan plaatsvinden op basis van art. 237 Rv.
Regel
- art. 3 lid 1, Richtlijn 93/13 (Het beding is oneerlijk indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen rechten en verplichtingen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument)
- art. 6:233 BW (Een beding in algemene voorwaarden is onredelijk bezwarend en daarmee oneerlijk indien het niet aan redelijkheid en billijkheid voldoet)
- art. 242 lid 1, Rv (De rechter kan het bedrag van bedongen proceskosten ambtshalve matigen)
- art. 237 Rv (Verplicht de rechter tot veroordeling van de partij die in het ongelijk is gesteld in de proceskosten)
Toepassing
- art. 3 lid 1, Richtlijn 93/13 (Het beding is oneerlijk indien het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen rechten en verplichtingen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument) De Hoge Raad concludeert dat het proceskostenbeding de positie van de consument aantast doordat het de wettelijke begrenzing van de proceskostenveroordeling wegneemt. De verhuurder kan aanspraak maken op volledige kosten, zelfs buiten de rechtbank om, wat de kans op een eerlijke onderhandeling met de consument verkleint.
- art. 6:233 BW (Een beding in algemene voorwaarden is onredelijk bezwarend en daarmee oneerlijk indien het niet aan redelijkheid en billijkheid voldoet) Het proceskostenbeding wordt beschouwd als onredelijk bezwarend omdat het ten nadele van de huurder afwijkt van de wettelijke proceskostenregeling. Daardoor is het beding oneerlijk volgens zowel nationale als Europese regelgeving.
- art. 242 lid 1, Rv (De rechter kan het bedrag van bedongen proceskosten ambtshalve matigen) Hoewel de rechter de bevoegdheid heeft om proceskosten te matigen, kan dit bij een onredelijk beding niet worden toegepast, omdat de wet vereist dat oneerlijke bedingen geheel buiten toepassing worden gelaten.
- art. 237 Rv (Verplicht de rechter tot veroordeling van de partij die in het ongelijk is gesteld in de proceskosten) De Hoge Raad stelt dat art. 237 Rv, als procesrechtelijke regel, niet automatisch van toepassing kan zijn na vernietiging van een oneerlijk beding, zonder dat eerst wordt vastgesteld of dit in lijn is met de doelstellingen van Richtlijn 93/13.
Conclusie
De Hoge Raad concludeert dat een proceskostenbeding zoals in deze zaak in het algemeen als oneerlijk moet worden aangemerkt volgens Richtlijn 93/13. Verder bestaat er redelijke twijfel of, na schrapping van een oneerlijk beding, de consument nog steeds veroordeeld kan worden in de proceskosten volgens nationaal recht. De Hoge Raad overweegt daarom een prejudiciële vraag aan het HvJEU te stellen over de reikwijdte van dit verbod op terugvallen op aanvullend recht.
Partijen en standpunten
- Eiser: Stichting Woonstichting Lieven de Key
- Gedaagde: De huurder
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, betaling van € 482,50 en veroordeling in proceskosten.
De huurder is niet verschenen in de procedure.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- [Datum onbekend] De verhuurder, Stichting Woonstichting Lieven de Key, verhuurt een parkeerplaats aan de huurder. Artikel 11 van de huurovereenkomst bevat een proceskostenbeding dat de huurder alle gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten laat dragen bij niet-nakoming.
- [Datum onbekend] De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde, en betaling van € 482,50 inclusief buitengerechtelijke kosten en een gebruiksvergoeding tot de feitelijke ontruiming, plus de proceskosten.
- 23-04-2024 De kantonrechter acht artikel 11.1 van de huurovereenkomst oneerlijk voor zover het gaat om buitengerechtelijke kosten en heeft het voornemen om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad over het proceskostenbeding.
- 16-07-2024 De rechtbank Amsterdam stelt op de voet van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad omtrent de eerlijkheid van het proceskostenbeding in de huurovereenkomst.
- [Datum onbekend] Namens de verhuurder en de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN) zijn schriftelijke opmerkingen ingediend over de prejudiciële vragen.
- 23-05-2025 De Hoge Raad beantwoordt de eerste prejudiciële vraag bevestigend en heeft het voornemen over de tweede vraag een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.