Verjaring vordering onverschuldigde betaling start afzonderlijk per betaling, niet bij kennis schuld.
Aansprakelijkheidsrecht. Vordering tot terugbetaling van door bank in rekening gebrachte, door cliënt periodiek betaalde, liquiditeitspremie. Aanvangsmoment verjaring vordering uit onverschuldigde betaling (art. 3:309 BW). Ontstaansmoment vordering bij onverschuldigde periodieke betalingen.
Rechtsvraag
Is de vordering van SnowWorld op ABN AMRO, gebaseerd op onverschuldigde betaling van liquiditeitspremies, verjaard volgens art. 3:309 BW?
Regel
- art. 3:309 BW (verjaring van een vordering uit onverschuldigde betaling)
- art. 3:310 BW (verjaring van rechtsvorderingen tot vergoeding van schade en betaling van een bedongen boete)
Toepassing
- art. 3:309 BW (verjaring van een vordering uit onverschuldigde betaling) De Hoge Raad oordeelt dat een vordering uit onverschuldigde betaling ontstaat op het moment dat een betaling zonder rechtsgrond wordt verricht. In het geval van periodieke betalingen ontstaat er telkens op het moment van betaling een afzonderlijke vordering. Dit betekent dat de verjaringstermijn voor elke afzonderlijke betaling apart moet worden beoordeeld. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat de verjaringstermijn voor de volledige liquiditeitspremie begon te lopen toen SnowWorld in het voorjaar van 2009 begreep dat zij onverschuldigd betaalde.
- art. 3:310 BW (verjaring van rechtsvorderingen tot vergoeding van schade en betaling van een bedongen boete) De Hoge Raad verwijst naar de intentie van de wetgever om de regeling van de aanvang van de verjaring van art. 3:309 BW zoveel mogelijk te laten aansluiten bij die van art. 3:310 BW. Beide artikelen staan in het teken van rechtszekerheid en billijkheid. De verjaringstermijn begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering in te stellen.
Conclusie
De Hoge Raad concludeert dat de verjaringstermijn voor de vorderingen uit onverschuldigde betaling van de liquiditeitspremies niet in het voorjaar van 2009 voor alle betalingen is begonnen, maar dat deze afzonderlijk per betaling moeten worden beoordeeld. De beslissing van het hof dat de vordering van SnowWorld was verjaard, was gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting. Het arrest van het gerechtshof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag.
Partijen en standpunten
- Eiser: Stichting Swapschade namens SnowWorld Leisure N.V.
- Gedaagde: ABN AMRO Bank N.V.
SnowWorld vordert terugbetaling van liquiditeitspremies wegens onrechtmatig handelen en onverschuldigde betaling door ABN AMRO.
ABN AMRO beroept zich op de verjaring van de vordering van SnowWorld.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2007 Tussen medio 2007 en 17 juni 2010 heeft SnowWorld negen renteswaps afgesloten bij ABN AMRO in verband met kredietovereenkomsten voor twee skihallen.
- 12-2008 ABN AMRO kondigt aan SnowWorld aan dat vanaf 1 januari 2009 een liquiditeitspremie van 0,30% in rekening zal worden gebracht.
- 11-03-2009 ABN AMRO informeert SnowWorld dat de liquiditeitspremie vanaf 1 april 2009 wordt verhoogd naar 0,50%.
- Spring 2009 De financieel directeur van SnowWorld klaagt telefonisch bij ABN AMRO over de verhoging van de liquiditeitspremie.
- 10-06-2010 Nieuwe kredietafspraken vastgelegd met ABN AMRO, inclusief details over variabele rente en liquiditeitspremie.
- 17-06-2010 SnowWorld beëindigt de lopende renteswaps en sluit renteswap 9 af.
- 23-11-2016 De advocaat van SnowWorld klaagt bij ABN AMRO over de verkoop van renteswaps als ongeschikt product.
- 12-2018 SnowWorld stapt over naar een andere bank en beëindigt renteswap 9, waarbij een bedrag van € 1.201.600,-- aan ABN AMRO wordt betaald.
- 19-06-2019 De rechtbank Amsterdam honoreert het beroep van ABN AMRO op verjaring van de vordering van SnowWorld.
- 22-01-2020 Vervolgprocedure in de rechtbank Amsterdam.
- 12-05-2021 De rechtbank Amsterdam doet uitspraak in de zaak tussen SnowWorld en ABN AMRO.
- 26-10-2021 Het gerechtshof Amsterdam behandelt het hoger beroep van SnowWorld.