All-in loon inclusief vakantiebijdrage mag niet zonder transparantie en duidelijke compensatie voor omzetverlies.
Verbintenissenrecht. Arbeidsrecht. Recht op loon tijdens vakantie, art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn (2003/88/EG), art. 7:639 lid 1 BW, all-in loon, variabel loon. Toepassing HvJEU 16 maart 2006, gevoegde zaken C-131/04 en C-257/04, ECLI:EU:C:2006:177 (Robinson-Steele)? Klachtplicht, art. 6:89 BW, plicht tot doorbetaling loon tijdens vakantie, ondeugdelijke nakoming of geheel niet verrichten prestatie? Art. 20 Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), all-in loon.
Rechtsvraag
Zijn de afspraken over een variabel all-in loon in strijd met het recht van werknemers op een betaalde vakantie zoals verzekerd door art. 7 van de Europese Arbeidstijdenrichtlijn, waardoor deze afspraken nietig zijn?
Regel
- art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn (recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon)
- art. 7:639 BW (recht van werknemer op behoud van loon tijdens vakantie)
- art. 20 Wfsv (verbod op verhaal van werkgeverslasten op werknemer)
Toepassing
- art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn (recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon) Het hof oordeelde dat de afspraak over het all-in loon de fysiotherapeuten ontmoedigde om vakantie op te nemen, omdat hun salaris afhankelijk was van de omzet. Tijdens vakantie werd geen omzet gegenereerd, wat leidde tot een lager salaris. Dit ontmoedigt de werknemers om vakantie op te nemen, wat in strijd is met art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn. Het hof baseerde zich op de uitspraak van het HvJEU in de zaak Robinson-Steele, waarin het werd gesteld dat een dergelijke regeling niet is toegestaan omdat het de werknemer niet in staat stelt daadwerkelijk vakantie op te nemen zonder financieel nadeel. (rov. 3.16)
- art. 7:639 BW (recht van werknemer op behoud van loon tijdens vakantie) Het hof heeft geoordeeld dat de fysiotherapeuten tijdens hun vakantie recht hadden op een beloning die vergelijkbaar is met hun inkomen tijdens gewerkte periodes. Het beloningssysteem ontmoedigde echter de opname van vakantie, aangezien de werknemers meer verdienden als ze doorwerkten. Dit was in strijd met art. 7:639 BW, dat in overeenstemming met art. 7 lid 1 Arbeidstijdenrichtlijn moet worden uitgelegd. (rov. 3.2.5, 3.2.6)
- art. 20 Wfsv (verbod op verhaal van werkgeverslasten op werknemer) Het hof oordeelde dat het overeengekomen all-in loon, waarbij werkgeverslasten in mindering worden gebracht op de omzet voordat het loon wordt vastgesteld, niet in strijd is met art. 20 Wfsv. Dit artikel beoogt werknemers te beschermen tegen onvoorziene financi毛le risico's, maar in deze zaak was er geen sprake van verhaal van werkgeverslasten achteraf. Het percentage aan werkgeverslasten was gefixeerd, zodat werknemers geen nadeel ondervonden van eventuele veranderingen in de premie. (rov. 3.27)
Conclusie
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de afspraken over een variabel all-in loon in strijd zijn met het recht van werknemers op een betaalde vakantie zoals verzekerd door art. 7 van de Europese Arbeidstijdenrichtlijn. Het beloningssysteem ontmoedigde de fysiotherapeuten om vakantie op te nemen, wat in strijd is met het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. De afspraken over het all-in loon zijn daarom nietig. De zaak is verwezen naar het gerechtshof 鈥檚-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
Partijen en standpunten
- Eiser: de maatschap
- Gedaagde: de fysiotherapeuten
De maatschap betwist de toewijzing van achterstallig loon en vakantietoeslag aan fysiotherapeuten en stelt dat deze correct zijn betaald.
De fysiotherapeuten eisen achterstallig loon en vakantietoeslag vanwege niet-nakoming van de arbeidsovereenkomst door de maatschap.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2009 De fysiotherapeuten beginnen in verschillende periodes parttime te werken bij de maatschap. Dit dienstverband loopt tot 2018.
- 27-02-2019 De rechtbank Midden-Nederland doet een eerste vonnis in de zaak tussen de maatschap en de fysiotherapeuten.
- 31-12-2019 Een tweede vonnis wordt uitgesproken door de rechtbank Midden-Nederland.
- 26-05-2021 De rechtbank Midden-Nederland doet een derde vonnis in de zaak.
- 13-12-2022 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden doet een eerste arrest in de zaak in hoger beroep.
- 21-11-2023 Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden doet een tweede arrest in hoger beroep, waarbij het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de maatschap wordt veroordeeld tot betaling aan de fysiotherapeuten.
- 21-11-2023 De maatschap stelt beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof van 21 november 2023.
- 21-11-2023 De fysiotherapeuten stellen gedeeltelijk voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep in.
- 21-11-2025 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2023 en verwijst de zaak naar het gerechtshof 鈥檚-Hertogenbosch voor verdere behandeling.