Verjaring ontbindingsvordering vereist meer dan schriftelijke mededeling; stuiting vraagt formele handeling.
Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Stuiting verjaring rechtsvordering tot ontbinding, art. 3:317 BW. Volstaat schriftelijke mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud recht? Betekenis HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919.
Rechtsvraag
Is de rechtsvordering tot ontbinding van de overeenkomst tussen Carigna en [verweerders] verjaard, waardoor Carigna geen recht meer heeft op ontbinding van de overeenkomst vanwege een tekortkoming?
Regel
- art. 3:311 lid 1 BW (Vervalt de mogelijkheid tot ontbinding na verjaringstermijn)
- art. 3:317 lid 1 BW (Stuiting van verjaring voor nakoming)
- art. 3:317 lid 2 BW (Stuiting van verjaring voor andere vorderingen)
Toepassing
- art. 3:311 lid 1 BW (Vervalt de mogelijkheid tot ontbinding na verjaringstermijn) Carigna werd op 14 maart 2013 bekend met de tekortkoming. De verjaringstermijn voor ontbinding begon toen te lopen en was in 2018 verlopen, omdat binnen vijf jaar geen ontbinding is gevorderd of uitgesproken.
- art. 3:317 lid 1 BW (Stuiting van verjaring voor nakoming) Carigna's brieven van 14 maart 2013 en 8 maart 2018 bevatten geen ondubbelzinnige verklaring om ontbinding te stuiten. Het hof vond dat vergoeding of terugbetaling van juridische kosten niet afhankelijk was van ontbinding.
- art. 3:317 lid 2 BW (Stuiting van verjaring voor andere vorderingen) Voor stuiting van de verjaring van de ontbinding is een formele stuiting vereist. Er was geen daad van rechtsvervolging binnen zes maanden na de brief van 8 maart 2018, dus de stuiting was niet effectief.
Conclusie
De rechtsvordering tot ontbinding van de overeenkomst is verjaard, omdat Carigna geen tijdige stuitingshandeling heeft verricht. De Hoge Raad bevestigt dat de verjaring van de ontbindingsvordering niet kon worden gestuit door enkel een schriftelijke mededeling waarin Carigna zich haar recht voorbehoudt.
Partijen en standpunten
- Eiser: Carigna Investments N.V.
- Gedaagde: [verweerster 1] N.V. en [de advocaat]
Carigna vordert schadevergoeding en ontbinding van de overeenkomst van opdracht wegens beroepsfouten door [verweerders].
[Verweerders] stellen dat de bevoegdheid tot ontbinding is verjaard en dat er geen sprake is van een tekortkoming.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 1999 Tussen Carigna en een derde is een geschil ontstaan over de verkoop van een pand, waarbij een voorkeursrecht van koop van de derde werd geschonden. Carigna werd veroordeeld tot schadevergoeding.
- 12-05-2010 De kantonrechter te Amsterdam veroordeelde Carigna tot betaling van € 3.858.411,-- aan de derde, vermeerderd met wettelijke handelsrente.
- 12-02-2013 Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter van 12 mei 2010.
- 21-02-2013 Tijdens de schadestaatprocedure worden nieuwe verweren aangevoerd door een nieuwe advocaat, maar het hof wijst deze af wegens het late stadium van aanvoering.
- 14-03-2013 Carigna stelt [verweerster 1] en [de advocaat] aansprakelijk voor fouten in de procedure en eist schadevergoeding.
- 08-03-2018 Carigna stuurt een brief waarin zij opnieuw [verweerster 1] aansprakelijk stelt en zich het recht voorbehoudt om schadevergoeding te vorderen.
- 09-12-2020 De rechtbank Noord-Holland wijst de vorderingen van Carigna af.
- 24-11-2021 Eindvonnis door de rechtbank Noord-Holland, waarbij Carigna's vorderingen worden afgewezen.
- 12-12-2023 Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Holland.
- 16-04-2024 Arrest van 12 december 2023 wordt door het gerechtshof Amsterdam verbeterd.
- 14-11-2025 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Carigna en veroordeelt Carigna in de kosten van het geding.