Enkel drijven van een onderneming zonder concrete activiteiten is geen overtreding van een concurrentiebeding.
Arbeidsrecht. Concurrentiebeding. Drijven van onderneming als afzonderlijke overtreding. Verzuim deel van gestelde overtredingen te beoordelen. Beslagkosten. Toepasselijkheid klachtplicht (art. 6:89 BW).
Rechtsvraag
Heeft [oud-werknemer A] en [oud-werknemer B] het concurrentiebeding geschonden door een onderneming te vestigen en te drijven binnen de verboden geografische reikwijdte en tijdsperiode, en zijn zij daarom aansprakelijk voor de verbeurde boetes en beslagkosten?
Regel
- art. 15 arbeidsovereenkomst (Concurrentiebeding): Het is de werknemer verboden om binnen 18 maanden na beëindiging van de dienstbetrekking binnen een straal van 50 km een gelijksoortige zaak te vestigen of te drijven, op straffe van een boete van € 10.000 per overtreding en € 1.000 per dag dat de overtreding voortduurt.
- art. 6:89 BW (Klachtplicht): De schuldeiser moet binnen bekwame tijd nadat hij een gebrek in de prestatie heeft ontdekt, bij de schuldenaar ter zake protesteren.
- art. 706 Rv (Beslagkosten): De beslaglegger kan de kosten van beslaglegging terugvorderen indien het beslag terecht is gelegd.
Toepassing
- art. 15 arbeidsovereenkomst (Concurrentiebeding): Het is de werknemer verboden om binnen 18 maanden na beëindiging van de dienstbetrekking binnen een straal van 50 km een gelijksoortige zaak te vestigen of te drijven, op straffe van een boete van € 10.000 per overtreding en € 1.000 per dag dat de overtreding voortduurt. Het hof heeft vastgesteld dat [de oud-werknemers] een vennootschap onder firma hebben opgericht en dat de activiteiten van deze onderneming gelijksoortig waren aan die van Centra-Klima. Dit vestigen leverde een overtreding op van het concurrentiebeding, waarvoor zij ieder een boete van € 10.000 hebben verbeurd. Daarnaast hebben zij werkzaamheden verricht binnen de verboden straal van 50 km, wat verdere overtredingen opleverde. Echter, het hof oordeelde dat het enkel drijven van de onderneming zonder concrete overtredingen geen schending van het beding was (rov. 22-26).
- art. 6:89 BW (Klachtplicht): De schuldeiser moet binnen bekwame tijd nadat hij een gebrek in de prestatie heeft ontdekt, bij de schuldenaar ter zake protesteren. De Hoge Raad oordeelde dat art. 6:89 BW niet van toepassing is op niet-presteren, zoals een schending van een concurrentiebeding. De door Centra-Klima genomen tijd om de overtredingen te onderzoeken en aan te spreken was gerechtvaardigd en geen schending van de klachtplicht (rov. 39.7).
- art. 706 Rv (Beslagkosten): De beslaglegger kan de kosten van beslaglegging terugvorderen indien het beslag terecht is gelegd. Het hof heeft nagelaten de vordering van Centra-Klima tot vergoeding van de beslagkosten te beoordelen, ondanks de gedeeltelijke toewijzing van de primaire vordering. Dit was een fout, aangezien de beslagkosten teruggevorderd hadden moeten worden (rov. 27-28, 39.1).
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Den Haag en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte niet alle gestelde overtredingen van het concurrentiebeding heeft beoordeeld en niet heeft beslist over de beslagkosten. Daarnaast verwerpt de Hoge Raad het incidentele beroep van [oud-werknemer B] met betrekking tot de klachtplicht.
Partijen en standpunten
- Eiser: Centra-Klima B.V.
- Gedaagde: [oud-werknemer A] en [oud-werknemer B]
Centra-Klima stelt dat de oud-werknemers het concurrentiebeding hebben overtreden door het oprichten en drijven van een concurrerende onderneming en vordert boetes van respectievelijk € 481.000,-- en € 459.000,--.
De oud-werknemers betwisten dat hun activiteiten een overtreding van het concurrentiebeding vormen en stellen dat sommige handelingen voorbereidende acties of vriendendiensten waren.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2009 [oud-werknemer B] treedt in dienst bij Centra-Klima als monteur.
- 2011 [oud-werknemer A] treedt in dienst bij Centra-Klima als monteur.
- 17-07-2019 [oud-werknemer B] zegt zijn arbeidsovereenkomst bij Centra-Klima op.
- 22-07-2019 [oud-werknemer A] zegt zijn arbeidsovereenkomst bij Centra-Klima op.
- 30-11-2019 De arbeidsovereenkomst van [oud-werknemer B] bij Centra-Klima eindigt.
- 20-12-2019 De arbeidsovereenkomst van [oud-werknemer A] bij Centra-Klima eindigt.
- 06-03-2020 [oud-werknemer A] en [oud-werknemer B] richten een vennootschap onder firma op en schrijven deze in bij de Kamer van Koophandel onder de naam [de v.o.f.].
- 11-02-2021 Centra-Klima maakt per brief aanspraak op betaling van € 351.000,-- aan verbeurde boetes door [de oud-werknemers] wegens overtreding van het concurrentiebeding.
- Maart 2021 Centra-Klima legt conservatoir beslag op de woningen en bankrekeningen van [de oud-werknemers].
- 21-06-2021 De rechtbank Rotterdam wijst de vorderingen van Centra-Klima af.
- 24-09-2021 De rechtbank Rotterdam bevestigt het eerdere vonnis.
- 31-01-2023 Het gerechtshof Den Haag vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [de oud-werknemers] tot betaling van € 20.000,-- ([oud-werknemer A]) en € 30.000,-- ([oud-werknemer B]).