WHOA staat geen gedwongen wijziging financieringsvoorwaarden toe zonder instemming schuldeisers.
Cassatie in het belang der wet. Insolventierecht. WHOA. Art. 370 lid 1 Fw. Kan financier door homologatie van akkoord worden verplicht om nog niet benutte kredietruimte aan schuldenaar ter beschikking te stellen onder voorwaarden die ten nadele van financier afwijken van bestaande financieringsovereenkomst? Kan door WHOA-akkoord rangorde tussen schuldeisers worden gewijzigd?
Rechtsvraag
Kan een financier door homologatie van een akkoord onder de WHOA worden gedwongen om eerder overeengekomen kredietruimte die ten tijde van de homologatie nog niet was benut, aan de schuldenaar ter beschikking te stellen onder voorwaarden die ten nadele van de financier afwijken van de bestaande financieringsovereenkomst?
Regel
- art. 370 lid 1 Fw (wijziging van de rechten van schuldeisers en aandeelhouders)
- art. 373 Fw (regeling over het wijzigen van lopende overeenkomsten)
- art. 384 lid 3 Fw (no creditor worse off-beginsel)
- art. 384 lid 4, onder c en d, Fw (cash out-optie en verplichting tot 'aan boord blijven')
Toepassing
- art. 370 lid 1 Fw (wijziging van de rechten van schuldeisers en aandeelhouders) De rechtbank oordeelde dat de WHOA toelaat dat kredietverstrekkers worden verplicht om op basis van bestaande kredietfaciliteiten financiering te blijven verstrekken. Dit oordeel werd echter door de Hoge Raad gecorrigeerd, die stelt dat de WHOA geen grondslag biedt om financiers te verplichten nieuw krediet te verschaffen of bestaande krediettoezeggingen gestand te doen onder gewijzigde voorwaarden. De rechtbank maakte een onjuiste interpretatie door te stellen dat de verplichting voortvloeide uit een bestaande overeenkomst terwijl er in feite sprake was van een wijziging van voorwaarden. (Rechtsoverwegingen 3.4, 3.8, 3.10)
- art. 373 Fw (regeling over het wijzigen van lopende overeenkomsten) De Hoge Raad benadrukt dat art. 373 Fw voorziet in de mogelijkheid om lopende overeenkomsten te herstructureren, maar niet om een financier te dwingen een overeenkomst na te komen onder gewijzigde voorwaarden. De rechtbank had hier geen gebruik van kunnen maken om de bestaande kredietverplichtingen te wijzigen. (Rechtsoverwegingen 3.5, 3.8)
- art. 384 lid 3 Fw (no creditor worse off-beginsel) De Hoge Raad stelt dat het opleggen van een verplichting tot het verstrekken van nieuwe financiering of het wijzigen van bestaande voorwaarden strijdig zou zijn met het no creditor worse off-beginsel, omdat schuldeisers niet slechter af mogen zijn dan in het geval van een faillissement. De rechtbank heeft dit beginsel niet juist toegepast. (Rechtsoverweging 3.8)
- art. 384 lid 4, onder c en d, Fw (cash out-optie en verplichting tot 'aan boord blijven') De WHOA staat toe dat bedrijfsmatige financiers met een voorrang gedwongen kunnen worden om ‘aan boord te blijven’, maar biedt geen basis om nieuwe financieringsverplichtingen op te leggen. De rechtbank heeft de regels omtrent de cash out-optie en 'aan boord blijven' verkeerd toegepast door aan te nemen dat het akkoord financiers kon verplichten om onder gewijzigde voorwaarden krediet te verstrekken. (Rechtsoverweging 3.7)
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam omdat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de WHOA toelaat dat financiers worden gedwongen om onder gewijzigde voorwaarden krediet te verstrekken. De WHOA biedt geen grondslag voor een dergelijke verplichting en het opleggen hiervan zou in strijd zijn met het no creditor worse off-beginsel.
Partijen en standpunten
- Eiser: Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
- Gedaagde: Rechtbank Rotterdam
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad vordert vernietiging van het vonnis van de rechtbank Rotterdam. Het betoog is dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de WHOA toelaat dat financiering op gewijzigde voorwaarden kan worden afgedwongen.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de WHOA toestaat dat kredietverstrekkers verplicht kunnen worden om financiering te blijven verstrekken onder gewijzigde voorwaarden, mits de wijzigingen niet wezenlijk zijn en passen binnen artikel 370 lid 1 Fw.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 03-06-2025 De looptijd van de financiering uit hoofde van de Senior Facilities Agreement (SFA) is tot 3 juni 2025.
- 04-01-2023 IHC Merwede Holding B.V. schiet tekort in de nakoming van de verplichting om de Amazon-lening van € 28 miljoen terug te betalen.
- 31-01-2023 De Cut-Off Date voor het akkoord dat IHC aan de Secured Lenders voorlegt is 31 januari 2023.
- 02-02-2023 IHC legt een (groeps)akkoord voor aan de Secured Lenders, waarin onder meer de verkoop van een dochtervennootschap aan HAL Investments B.V. en de aanpassing van de financieringsvoorwaarden worden voorgesteld.
- 09-03-2023 De rechtbank Rotterdam homologeert het akkoord en besluit dat de Secured Lenders ook in de toekomst financiering aan IHC moeten blijven verstrekken, ondanks de bezwaren van Rabobank.
- 30-03-2023 Het vonnis van de rechtbank Rotterdam in de zaak wordt schriftelijk uitgewerkt.
- 25-10-2024 De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam in het belang der wet, met de bepaling dat deze vernietiging geen nadeel toebrengt aan de door partijen verkregen rechten.