Klachtplicht artikel 6:89 BW geldt ook voor loonvorderingen, maar specifieke omstandigheden kunnen invloed hebben.

Hoge Raad ยท 20 september 2024 ยท Cassatie ยท Civiel recht; Verbintenissenrecht

Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. Klachtplicht. Art. 6:89 BW. Werknemer vordert uitbetaling van overuren. Vordering is afgewezen op de grond dat hij niet heeft voldaan aan de klachtplicht. Klachten werknemer over het toepassingsbereik van de klachtplicht van art. 6:89 BW en de toepassing daarvan.

Rechtsvraag

Is de klachtplicht van art. 6:89 BW van toepassing op loonvorderingen en andere aanspraken uit hoofde van een arbeidsovereenkomst, en heeft de werknemer tijdig geklaagd over het niet uitbetalen van overuren?

Regel

  • art. 6:89 BW (klachtplicht voor gebrekkige prestatie)
  • CAO Koninklijke Horeca Nederland art. 3.12 (vergoeding overwerk)

Toepassing

  • art. 6:89 BW (klachtplicht voor gebrekkige prestatie) Het hof oordeelde dat de werknemer te laat heeft geklaagd over de niet-betaalde overuren, omdat hij al gedurende zijn dienstverband wist dat niet alle overuren betaald werden. De werknemer had maandelijks loonstroken ontvangen waarop een deel van de overuren was vermeld en betaald, en had daarom tijdig moeten klagen zodra hij merkte dat niet alle gewerkte overuren werden uitbetaald. De ratio van de klachtplicht is dat de schuldenaar beschermd wordt tegen te late vorderingen. Het hof vond dat de werknemer verzuimd had tijdig te klagen, waardoor het beroep op de klachtplicht door de werkgever slaagde. (Rechtsoverwegingen 3.9.4 en 3.9.6).
  • CAO Koninklijke Horeca Nederland art. 3.12 (vergoeding overwerk) De cao bepaalt dat overuren in eerste instantie in vrije tijd gecompenseerd moeten worden en pas uitbetaald worden als compensatie in tijd niet mogelijk is. Het hof heeft overwogen dat de werknemer wist dat hij recht had op compensatie voor overuren, maar dat hij niet tijdig heeft geklaagd over de niet-betaalde uren. Hierdoor kon de werkgever niet meer de overuren compenseren in vrije tijd of de werkzaamheden anders inrichten. (Rechtsoverweging 3.9.6).

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. De Hoge Raad oordeelt dat de klachtplicht van art. 6:89 BW van toepassing is op loonvorderingen, maar dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met relevante omstandigheden die de werknemer heeft aangevoerd. Het hof had deze omstandigheden kenbaar in zijn beoordeling moeten betrekken.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [de werknemer]
  • Gedaagde: [verweerster] B.V. t.h.o.d.n. [naam 1] of [naam 2]

De werknemer vordert betaling voor gewerkte, maar niet betaalde overuren, waarvan hij stelt dat deze na sluitingstijd zijn verricht.

Verweerster stelt dat de werknemer niet tijdig heeft geklaagd over de niet uitbetaalde overuren en beroept zich op schending van de klachtplicht volgens artikel 6:89 BW.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 2011 De werknemer treedt in dienst bij [verweerster] als medewerker cafรฉbedrijf tegen een uurloon van โ‚ฌ 12,-- bruto.
  2. 11-06-2018 De werknemer is tot 11 juni 2018 in dienst geweest bij [verweerster].
  3. 11-2018 De gemachtigde van de werknemer bericht [verweerster] dat er sprake was van niet betaalde overuren na sluitingstijd en eist nabetaling met wettelijke verhoging.
  4. 24-01-2020 De rechtbank Amsterdam wijst de vordering van de werknemer tot betaling van overuren af omdat de werknemer onvoldoende heeft gesteld om tot bewijs te worden toegelaten.
  5. 22-05-2020 De rechtbank Amsterdam bevestigt haar eerdere beslissing en wijst de vordering van de werknemer af.
  6. 05-04-2022 Het gerechtshof Amsterdam wijst de vordering van de werknemer af omdat hij niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd over het uitblijven van betaling van overuren.
  7. 13-12-2022 Het gerechtshof Amsterdam herhaalt zijn eerdere beslissing en wijst wederom de vordering van de werknemer af.
  8. 20-09-2024 De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. Het incidentele beroep van [verweerster] wordt verworpen.