Bij hoofdelijke aansprakelijkheid geldt de verjaringstermijn van art. 3:307 BW voor niet-handelende echtgenoot.

Hoge Raad ยท 5 juli 2024 ยท Cassatie ยท Civiel recht; Verbintenissenrecht

Personen- en familierecht. Verbintenissenrecht. Verjaring. Aansprakelijkheid van ene echtgenoot voor verbintenissen aangegaan door andere echtgenoot ten behoeve van de gewone gang van de huishouding (art. 1:85 BW). Kan verbintenis uit geldlening verbintenis zijn als bedoeld in art. 1:85 BW? Overeenkomstige toepassing verjaringsbepalingen uit titel 11 van Boek 3 (art. 3:326 BW)? Verjaringstermijn van art. 3:307 lid 1 BW van toepassing?

Rechtsvraag

Is [eiser 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de leningen op grond van art. 1:85 BW, en is de verjaringstermijn van art. 3:307 lid 1 BW van toepassing op de vorderingen van [verweerders] jegens [eiser 2]?

Regel

  • art. 1:85 BW (Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schulden ten behoeve van de gewone gang van de huishouding)
  • art. 3:306 BW (Algemene verjaringstermijn van 20 jaar)
  • art. 3:307 lid 1 BW (Verjaringstermijn van 5 jaar voor vorderingen uit overeenkomst tot een geven of doen)

Toepassing

  • art. 1:85 BW (Hoofdelijke aansprakelijkheid voor schulden ten behoeve van de gewone gang van de huishouding) Het hof oordeelde dat de leningen in 2002 en 2005 zijn aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. Dit oordeel was gebaseerd op het feit dat aan [verweerders] kenbaar was gemaakt dat de leningen voor de huishouding waren en dat de geleende gelden ook daaraan zijn besteed. Het hof concludeerde dat [verweerders] redelijkerwijs mochten aannemen dat de leningen voor de huishouding waren, waardoor [eiser 2] hoofdelijk aansprakelijk is. De Hoge Raad bevestigde dat dit geen onjuiste rechtsopvatting was. (Rechtsoverweging 3.2.2)
  • art. 3:306 BW (Algemene verjaringstermijn van 20 jaar) Het hof oordeelde dat de algemene verjaringstermijn van 20 jaar van toepassing was op de vorderingen tegen [eiser 2], omdat de wet niet anders bepaalt. De Hoge Raad oordeelde echter dat deze termijn niet van toepassing is omdat art. 3:307 lid 1 BW een specifieke termijn bepaalt voor verbintenissen uit overeenkomst. (Rechtsoverweging 3.4.5)
  • art. 3:307 lid 1 BW (Verjaringstermijn van 5 jaar voor vorderingen uit overeenkomst tot een geven of doen) De Hoge Raad oordeelde dat de verjaringstermijn van 5 jaar van toepassing is op de vorderingen tegen [eiser 2], omdat de verbintenissen voortkomen uit een overeenkomst tot een geven of doen. Dit betekent dat de vorderingen jegens [eiser 2] mogelijk zijn verjaard, omdat [verweerders] niet binnen deze termijn hebben gehandeld. (Rechtsoverweging 3.4.5)

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling. De Hoge Raad oordeelde dat [eiser 2] mogelijk niet hoofdelijk aansprakelijk is vanwege verjaring, omdat de verjaringstermijn van art. 3:307 lid 1 BW van toepassing is. Daarnaast moet het hof opnieuw beoordelen of de buitengerechtelijke kosten terecht zijn toegewezen, omdat [eisers] hiertegen wel degelijk verweer hebben gevoerd.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser 1] en [eiser 2]
  • Gedaagde: [verweerder 1] en [verweerder 2]

Eisers betwisten de hoofdelijke aansprakelijkheid van [eiser 2] voor de leningen als bedoeld in art. 1:85 BW, aangezien de leningen niet zouden zijn aangegaan voor de gewone gang van de huishouding.

Verweerders stellen dat de leningen in 2002 en 2005 zijn verstrekt voor de gewone gang van de huishouding, waardoor [eiser 2] hoofdelijk aansprakelijk is.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1985 [eiser 1] en [eiser 2] trouwen buiten gemeenschap van goederen.
  2. 1988 [eiser 1] begint samen met zijn broer een bloembollenbedrijf.
  3. 1998 Het bloembollenbedrijf van [eiser 1] stopt met opereren.
  4. 30-06-1998 [verweerders] verstrekken de eerste van negen onderhandse leningen aan [eiser 1] en/of [eisers] voor een totaalbedrag van โ‚ฌ 50.764,61.
  5. 28-10-2005 De laatste van de negen leningen wordt verstrekt.
  6. 06-01-2014 [eiser 1] ondertekent een overzicht van openstaande leningen 'voor gezien'.
  7. 22-08-2016 [eiser 1] ondertekent nogmaals een overzicht van openstaande leningen 'voor gezien'.
  8. 2017 Er wordt begonnen met aflossen op de leningen, in totaal โ‚ฌ 26.500 tot 2019.
  9. 2020 Sinds dit jaar zijn er geen betalingen meer gedaan door [eisers].
  10. 14-09-2020 [verweerders] dagvaarden [eisers] voor terugbetaling van de leningen en buitengerechtelijke incassokosten.
  11. 25-11-2020 De rechtbank wijst de vorderingen toe ten aanzien van [eiser 1] en wijst de buitengerechtelijke kosten af.
  12. 24-03-2021 De rechtbank bevestigt haar eerdere beslissing.