Middellijk meerderheidsaandeelhouder moet zorgvuldigheidsplicht jegens verbonden rechtspersoon respecteren onder art. 2:8 BW.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Certificaathouders van Funda en Funda hebben ondernemingskamer verzocht onderzoek te gelasten naar beleid en gang van zaken van Funda. Verzoek is toegewezen. Klachten dat NVM als middellijk aandeelhouder van Funda geen onderwerp kan zijn van enquêteprocedure en dat is miskend dat op middellijk aandeelhouder geen zorgvuldigheidsplicht rust op de voet van art. 2:8 BW.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Funda, en of er een onderzoek moet worden bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Funda.
Regel
- Art. 2:8 BW (zorgvuldigheidsplicht tussen rechtspersoon en betrokkenen)
- Art. 2:350 lid 1 BW (enquêteprocedure bij gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen)
Toepassing
- Art. 2:8 BW (zorgvuldigheidsplicht tussen rechtspersoon en betrokkenen) De Hoge Raad oordeelt dat de zorgvuldigheidsplicht van art. 2:8 BW mede van toepassing is op NVM als middellijk meerderheidsaandeelhouder. NVM moet samen met NVM Holding een heldere keuze maken over de toekomst van de aandeelhoudersstructuur van Funda en een mogelijke exit voor de certificaathouders. Dit is noodzakelijk omdat de huidige onduidelijkheid een negatieve invloed heeft op Funda's strategie en succes. De ondernemingskamer stelde vast dat NVM Holding c.s. ondanks inspanningen sinds 2016 geen duidelijke keuze heeft gemaakt, wat een schending van de zorgvuldigheidsplicht oplevert. (rov. 4.38, 4.44)
- Art. 2:350 lid 1 BW (enquêteprocedure bij gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen) De ondernemingskamer heeft geoordeeld dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid van Funda, gezien het onvermogen van NVM Holding c.s. om een besluit te nemen over de toekomst van Funda en de invloed hiervan op de strategie van Funda. De Hoge Raad bevestigt dat de ondernemingskamer terecht een enquête heeft bevolen omdat de belangen van de rechtspersoon Funda voorop staan en de economische werkelijkheid in acht moet worden genomen. (rov. 4.40, 4.44)
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van NVM en NVM Holding, en bevestigt de beslissing van de ondernemingskamer om een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Funda. De zorgvuldigheidsplicht van NVM als middellijk meerderheidsaandeelhouder impliceert dat zij keuzes moet maken over de aandeelhoudersstructuur en de positie van Funda. Het onvermogen om dergelijke keuzes te maken, rechtvaardigt een onderzoek naar het beleid van Funda.
Partijen en standpunten
- Eiser: NEDERLANDSE COÖPERATIEVE VERENIGING VAN MAKELAARS EN TAXATEURS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM U.A.
- Gedaagde: FundaBelang c.s., Funda, NVM Holding, STAK Funda
NVM heeft cassatie ingesteld tegen de beschikking van de ondernemingskamer omtrent het beleid en de gang van zaken van Funda.
FundaBelang c.s. en anderen betoogden dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan het beleid van Funda en vroegen om een onderzoek.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 2000 Funda werd opgericht op initiatief van NVM met als doel een internetsite rond wonen te ontwikkelen en exploiteren.
- 2010 Op verzoek van STAK Funda zijn de voorwaarden voor het verhandelen van certificaten versoepeld, zodat deze doorlopend via een online platform konden worden verhandeld.
- 2016 NVM Holding c.s. zijn begonnen met de ontwikkeling van een toekomstvisie over de verhouding tussen Funda en NVM Holding als grootaandeelhouder.
- 2016 Funda heeft gesprekken gevoerd met potentiële investeerders zoals General Atlantic om te onderzoeken of zij konden bijdragen aan het langetermijnsucces van Funda.
- 22-09-2016 De ondernemingskamer heeft een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Funda vanaf deze datum.
- 10-02-2022 De ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam heeft een beschikking gegeven in de zaak 200.292.320/01 OK.
- 22-09-2023 De Hoge Raad heeft het principale en incidentele cassatieberoep verworpen en NVM veroordeeld in de proceskosten.