Contractuele vertragingsrente over niet-betaalde huurtermijnen is boedelschuld bij verzuim.

Hoge Raad ยท 24 december 2021 ยท Cassatie ยท Civiel recht

Faillissementsrecht. Art. 39 Fw; art. 238 Fw; art. 6:119 e.v. BW. Is wettelijke rente of contractuele vertragingsrente over als boedelschuld verschuldigde huurprijs een boedelschuld?

Rechtsvraag

Is de curatoren van het faillissement van [A] B.V. de contractuele vertragingsrente over de niet tijdig betaalde huurtermijnen aan [eiseres] verschuldigd, en moet deze renteschuld als een boedelschuld worden aangemerkt?

Regel

  • art. 39 Fw (boedelschuld: huurprijs tijdens faillissement)
  • art. 6:75 BW (overmacht en toerekenbaarheid bij niet-nakoming)
  • art. 6:119 BW (wettelijke rente)
  • art. 238 Fw (boedelschuld tijdens surseance van betaling)
  • art. 6:119a BW (handelsrente)
  • HR 19 april 2013 (Koot Beheer/Tideman) (criteria voor boedelschulden)

Toepassing

  • art. 39 Fw (boedelschuld: huurprijs tijdens faillissement) De huurprijs tijdens het faillissement van [A] B.V. vormt een boedelschuld van de eerste categorie, omdat deze voortvloeit uit de wet. De boete of rente wegens niet-nakoming van de huurschuld valt hier echter niet onder, omdat art. 39 Fw dat niet bepaalt. Daarom is de contractuele vertragingsrente geen boedelschuld van de eerste categorie. (rov. 4.6)
  • art. 6:75 BW (overmacht en toerekenbaarheid bij niet-nakoming) Het hof oordeelde dat financieel onvermogen normaal geen grond voor overmacht biedt bij een geldsom, maar dat dit anders kan zijn bij een curator die een boedelschuld niet kan voldoen omdat hij slechts de beschikking heeft over de boedel zoals aangetroffen. De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat een gebrek aan geldmiddelen geen overmacht oplevert, ook niet voor de boedel. (rov. 3.2.6)
  • art. 6:119 BW (wettelijke rente) De Hoge Raad oordeelt dat als er verzuim is bij de voldoening van een boedelvordering, de met de boedelvordering verbonden verplichting tot betaling van rente ook als boedelschuld moet worden aangemerkt. Dit geldt zowel voor de wettelijke als de contractuele rente, afhankelijk van de bepalingen in de huurovereenkomst. (rov. 3.2.4)
  • art. 238 Fw (boedelschuld tijdens surseance van betaling) De huurprijs is ook tijdens de surseance van betaling een boedelschuld, hetgeen betekent dat de verhuurder een onmiddellijke aanspraak op de boedel heeft voor de boedelvordering. Dit recht wordt voortgezet in faillissement. (rov. 3.2.2)
  • art. 6:119a BW (handelsrente) De vraag of de wettelijke handelsrente of de contractuele vertragingsrente van toepassing is, hangt af van de voorwaarden in de huurovereenkomst. Als er sprake is van verzuim en de huurovereenkomst voorziet in een contractuele vertragingsrente, dan is deze als boedelschuld verschuldigd. (rov. 3.3.4)
  • HR 19 april 2013 (Koot Beheer/Tideman) (criteria voor boedelschulden) Boedelschulden worden bepaald door criteria zoals vastgesteld in Koot Beheer/Tideman. De Hoge Raad past deze criteria toe en concludeert dat de vertragingsrente, onder de omstandigheden dat er verzuim is en de huurprijs als boedelschuld geldt, ook als boedelschuld moet worden aangemerkt. (rov. 3.2.4)

Conclusie

De Hoge Raad concludeert dat de curatoren de contractuele vertragingsrente over de niet tijdig betaalde huurtermijnen aan [eiseres] verschuldigd zijn, vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag van betaling. Deze renteschuld moet als een boedelschuld worden aangemerkt, omdat de huurprijs ook tijdens de opzeggingsperiode als boedelschuld geldt en de contractuele vertragingsrente daarop van toepassing is. Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de afwijzing van deze verklaring voor recht betreft.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiseres] C.V.
  • Gedaagde: J.B.A. Jansen en G.J. Koers als curatoren in faillissement van [A] B.V.

[eiseres] vorderde betaling van de huurboedelschuld vermeerderd met contractuele dan wel wettelijke (handels)rente als boedelschuld.

Curatoren stelden dat de boedel geen vertragingsrente als boedelschuld verschuldigd is vanwege onzekerheid over de boedeltoereikendheid.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 14-04-2015 Aan [A] B.V. wordt voorlopige surseance van betaling verleend.
  2. 16-04-2015 De surseance van betaling wordt ingetrokken en [A] B.V. wordt in staat van faillissement verklaard.
  3. 20-07-2015 De curatoren zeggen de huurovereenkomst met [eiseres] op per 31 oktober 2015 op grond van art. 39 Fw.
  4. 09-09-2015 De curatoren noteren een huurvordering van โ‚ฌ 583.834,39 als huurboedelschuld van [eiseres] over de periode vanaf de surseance tot het einde van de huurovereenkomst.
  5. 19-02-2018 In het Centraal Insolventieregister wordt een uitnodiging voor de verificatievergadering op 21 september 2018 gepubliceerd.
  6. 01-08-2018 De staat van baten en lasten vermeldt een boedelsaldo van โ‚ฌ 11.969.483,-- exclusief verwachte baten, en boedelvorderingen van โ‚ฌ 12.080.860,--.
  7. 11-02-2020 Het gerechtshof Den Haag wijst arrest in de zaak tussen [eiseres] en de curatoren, waarbij de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.
  8. 11-02-2020 Kort voor het arrest van het hof hebben de curatoren de huurboedelschuld aan [eiseres] betaald.
  9. 24-12-2021 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Den Haag voor zover het de verklaring voor recht betreft en verklaart dat de curatoren de contractuele vertragingsrente als boedelschuld verschuldigd zijn vanaf de vervaldatum van de desbetreffende factuur.

huurrecht ยท faillissement ยท boedelschuld ยท contractuele-rente ยท huurvordering