De intentie van partijen is niet beslissend voor de kwalificatie van een pachtovereenkomst; de inhoud van de overeenkomst is bepalend.
Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen.
Rechtsvraag
Of de tussen [eiser] en [verweerder] gesloten overeenkomst kan worden gekwalificeerd als een pachtovereenkomst in de zin van art. 7:311 BW.
Regel
- Art. 7:311 BW (Definitie pachtovereenkomst): Een pachtovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie.
- Art. 7:317 BW (Schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst): Een pachtovereenkomst moet schriftelijk worden aangegaan.
Toepassing
- Art. 7:311 BW (Definitie pachtovereenkomst): Een pachtovereenkomst is een overeenkomst waarbij de ene partij, de verpachter, zich verbindt aan de andere partij, de pachter, een onroerende zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken ter uitoefening van de landbouw en de pachter zich verbindt tot een tegenprestatie. Het hof heeft vastgesteld dat [eiser] en [verweerder] een overeenkomst hebben gesloten waarbij [verweerder] enkele percelen grond aan [eiser] ter beschikking heeft gesteld tegen een jaarlijkse betaling van โฌ 4.000. Echter, het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat de intentie van partijen om een pachtovereenkomst aan te gaan beslissend is voor de kwalificatie. Volgens de Hoge Raad moet worden gekeken naar de overeengekomen rechten en verplichtingen en of deze voldoen aan de wettelijke omschrijving van een pachtovereenkomst, ongeacht de intentie. Rov. 3.2.2
- Art. 7:317 BW (Schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst): Een pachtovereenkomst moet schriftelijk worden aangegaan. Het hof heeft aangevoerd dat het feit dat de overeenkomst niet schriftelijk is vastgelegd in 2007/2008 een aanwijzing is dat partijen niet de bedoeling hadden een pachtovereenkomst aan te gaan. De Hoge Raad oordeelt dat dit niet relevant is voor de kwalificatie; het gaat om de inhoud van de rechten en verplichtingen. Rov. 3.2.4
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof heeft ten onrechte geoordeeld dat de intentie van partijen beslissend is voor de kwalificatie van de overeenkomst als pachtovereenkomst. De juiste maatstaf is of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van een pachtovereenkomst.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser]
- Gedaagde: [verweerder]
De eiser stelt dat de overeenkomst met de gedaagde moet worden gekwalificeerd als een pachtovereenkomst, aangezien het weiland door [A] N.V. wordt gebruikt voor een agrarisch bedrijf.
De gedaagde betoogt dat de overeenkomst een inscharingsovereenkomst betreft en geen pachtovereenkomst. Hij vordert ontruiming van het weiland.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-04-2008 Verweerder stelt enkele percelen weiland ter beschikking aan eiser tegen een jaarlijkse vergoeding van โฌ 4.000. Verweerder zaait het weiland in met graszaad zodat paarden kunnen grazen.
- 2008 De vergoeding van โฌ 4.000 per jaar wordt door de vennootschap [A] N.V. (waarvan eiser bestuurder en grootaandeelhouder is) aan verweerder betaald.
- 31-12-2014 Eind 2014 ondertekenen partijen een door verweerder opgestelde 'Overeenkomst van uitscharing', waarin wordt verklaard dat eiser paarden heeft ingeschaard bij verweerder tegen een jaarlijkse prijs van โฌ 4.000.
- 15-03-2015 Partijen ondertekenen een door verweerder opgestelde 'Jaarlijkse overeenkomst van inscharing (begrazing van paarden)', waarin wordt verklaard dat eiser paarden heeft ingeschaard tegen een prijs van โฌ 4.000 per jaar. Woorden 'paarden' en '(begrazing)' zijn door eiser doorgekrast.
- 31-03-2015 De advocaat van verweerder sommeert eiser om zijn paarden vรณรณr 1 augustus 2015 van het weiland te verwijderen.
- 17-04-2015 De gemachtigde van [A] reageert op de sommatie met de mededeling dat [A] het perceel gebruikt tegen een jaarlijkse prijs, dat sprake is van pacht, en dat deze pacht voor onbepaalde tijd geldt. [A] weigert het weiland te ontruimen.
- 23-03-2016 De kantonrechter te Middelburg wijst de vorderingen van verweerder toe, oordelend dat eiser de wederpartij is en dat de overeenkomst geen pachtovereenkomst is.
- 26-06-2018 Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, oordelend dat eiser de wederpartij is en dat de overeenkomst geen pachtovereenkomst is.
- 20-12-2019 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch en verwijst het geding naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ter verdere behandeling en beslissing.