Bestuurder aansprakelijk bij persoonlijk ernstig verwijt; niet bij enkel niet-naleven effectenwetgeving.

Hoge Raad ยท 30 maart 2018 ยท Cassatie ยท Civiel recht

Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Vervolg op HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011/8. Invloed collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders (art. 2:9 BW) op persoonlijk ernstig verwijt als bestuurder. Betekenis van schending van normen van financieel recht (art. 3 en 7 (oud) Wte 1995).

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of TMF Management als bestuurder persoonlijk onrechtmatig heeft gehandeld door niet te voorkomen dat vennootschappen in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995) hebben gehandeld, en of zij daardoor aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade van de eisers.

Regel

  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad): Een persoon kan aansprakelijk zijn voor schade die het gevolg is van een onrechtmatige daad.
  • Art. 2:9 BW (Bestuurdersaansprakelijkheid): Bestuurders kunnen persoonlijk aansprakelijk zijn als hen een ernstig verwijt kan worden gemaakt.
  • Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995), art. 3 en 7 (oud): Verbod op het aanbieden van effecten zonder prospectus en optreden als effectenbemiddelaar zonder vergunning.

Toepassing

  • Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad) Het hof heeft geoordeeld dat TMF Management niet persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Het feit dat TMF Management als bestuurder niet heeft toegezien op naleving van de Wte 1995 kan haar niet persoonlijk worden verweten, omdat niet is gebleken dat zij wist of had moeten weten dat [betrokkene 2] c.s. in strijd met de Nederlandse regelgeving handelden. (rov. 3.6.4)
  • Art. 2:9 BW (Bestuurdersaansprakelijkheid) De Hoge Raad bevestigt dat voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt vereist is. Het hof heeft terecht overwogen dat de collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders niet automatisch leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid onder art. 6:162 BW. (rov. 3.3.1, 3.3.2)
  • Wet toezicht effectenverkeer 1995 (Wte 1995), art. 3 en 7 (oud) Het hof heeft geoordeeld dat de niet-naleving van de Wte 1995 door de vennootschappen niet automatisch leidt tot persoonlijke aansprakelijkheid van TMF Management. Het hof vond geen bewijs dat TMF Management wist of had moeten weten van de schendingen. (rov. 3.4.2, 3.5.2)

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de eisers. TMF Management kan niet persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade van de eisers, omdat er geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt aan TMF Management voor het niet naleven van de Wte 1995 door de vennootschappen. De eisers hebben niet voldoende feiten en omstandigheden aangevoerd om een persoonlijk ernstig verwijt aan te tonen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eisers]
  • Gedaagde: TMF Management (BVI) Ltd. en TMF Netherlands B.V.

[eisers] stellen dat TMF Management als bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld door niet te voorkomen dat vennootschappen handelden in strijd met de Wet toezicht effectenverkeer 1995, en vorderen schadevergoeding.

TMF c.s. betwist de vorderingen en stelt dat er geen sprake is van persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen door TMF Management.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1997 [betrokkene 2] neemt initiatief voor een resort met hotels en appartementen in de Dominicaanse Republiek. Vennootschappen worden opgericht met [betrokkene 2] als (indirect) aandeelhouder.
  2. [tussen 1997 en 11-2002] [eisers] investeren in het project door aandelen te kopen in een of meer vennootschappen die voor het project zijn opgericht.
  3. [onbekend] TMF Management wordt (mede)bestuurder van enkele van de vennootschappen die voor het project zijn opgericht.
  4. [na 11-2002] Het project gaat niet door, waardoor [eisers] schade lijden.
  5. 17-12-2010 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam, dat de vorderingen van [eisers] had afgewezen, en verwijst de zaak naar een ander hof.
  6. 01-09-2015 Het gerechtshof Den Haag wijst opnieuw de vorderingen van [eisers] af.
  7. 06-09-2016 Het gerechtshof 's-Hertogenbosch wijst opnieuw de vorderingen van [eisers] af.
  8. [onbekend] [eisers] stellen beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 september 2016.
  9. 21-12-2017 De advocaat van [eisers] reageert op de conclusie van de advocaat-generaal die strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
  10. 30-03-2018 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie.