Contractuele opzegging bij wanbetaling is toelaatbaar tenzij onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Hoge Raad · 2 februari 2018 · Cassatie · Civiel recht

Procesrecht, contractenrecht. Art. 348 Rv, gedekt verweer; maatstaf, HR 19 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC1964, NJ 1996/709. Licentieovereenkomst. Opzegbaarheid duurovereenkomst. Aanvulling wettelijke of contractuele regeling van opzegging (art. 6:248 lid 1 BW). Beroep op opzeggingsbevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:248 lid 2 BW). HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1134, NJ 2016/450.

Rechtsvraag

De centrale rechtsvraag is of de opzegging van de licentieovereenkomst tussen SMQ en Goglio rechtsgeldig was, met name gezien de contractuele voorwaarden en de redelijkheid en billijkheid in het kader van de opzegging.

Regel

  • Art. 348 Rv (Gedekte verweren): Een verweer kan slechts als gedekt worden beschouwd indien uit de proceshouding ondubbelzinnig blijkt dat het verweer is prijsgegeven.
  • Art. 6:248 lid 1 BW (Redelijkheid en billijkheid aanvullend): De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een duurovereenkomst slechts kan worden opgezegd indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat.
  • Art. 6:248 lid 2 BW (Redelijkheid en billijkheid beperkend): Een beroep op een contractuele bevoegdheid kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

Toepassing

  • Art. 348 Rv (Gedekte verweren): Een verweer kan slechts als gedekt worden beschouwd indien uit de proceshouding ondubbelzinnig blijkt dat het verweer is prijsgegeven. Het hof oordeelde dat Goglio het verweer dat de 60-dagentermijn pas op 26 maart 2013 was aangevangen, had prijsgegeven, omdat zij ondubbelzinnig had erkend te laat te hebben betaald. Dit was gebaseerd op haar proceshouding en verklaringen in eerste aanleg. Het hof's interpretatie van Goglio's proceshouding was relevant voor de beslissing dat het verweer gedekt was. (Rechtsoverweging 3.4.3)
  • Art. 6:248 lid 1 BW (Redelijkheid en billijkheid aanvullend): De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een duurovereenkomst slechts kan worden opgezegd indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Het hof oordeelde dat de contractuele bepalingen voor opzegging redelijk waren en dat er geen aanvullende eisen op grond van redelijkheid en billijkheid nodig waren. De afspraken tussen de partijen waren duidelijk en de opzegging was contractueel toegestaan zonder aanvullende belangenafweging. (Rechtsoverweging 3.8)
  • Art. 6:248 lid 2 BW (Redelijkheid en billijkheid beperkend): Een beroep op een contractuele bevoegdheid kan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Het hof oordeelde dat de opzegging niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Goglio had onvoldoende gesteld om aan te tonen dat de opzegging onaanvaardbaar was, vooral omdat de voorwaarden voor opzegging contractueel waren vastgelegd en Goglio deze had kunnen voorkomen door tijdig te betalen. (Rechtsoverweging 3.8)

Conclusie

De Hoge Raad heeft het principale beroep verworpen en geoordeeld dat de opzegging van de licentieovereenkomst rechtsgeldig was. Het hof heeft terecht geoordeeld dat de contractuele bepalingen voor opzegging redelijk waren en dat er geen aanvullende eisen van redelijkheid en billijkheid van toepassing waren. Goglio's verweer was gedekt en de opzegging was niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Goglio S.P.A.
  • Gedaagde: SMQ Group B.V.

Goglio betoogt dat de termijn van 60 dagen voor betaling pas op 26 maart 2013 begon, en dat zij dus niet te laat was met de betaling van de licentievergoeding.

SMQ stelt dat Goglio de licentievergoeding te laat heeft betaald en daarom een contractuele break-up fee verschuldigd is.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 25-06-2010 SMQ, Goglio en Qbig zijn een licentieovereenkomst aangegaan voor de duur van 15 jaar, inclusief bepalingen over royalty-fees en een break-up fee.
  2. 31-01-2013 SMQ heeft Goglio verzocht om de licentiebetaling over 2012 te voldoen.
  3. 06-02-2013 SMQ stuurt een ingebrekestelling aan Goglio wegens niet-betaling van de licentievergoeding over 2012.
  4. 26-03-2013 SMQ stuurt een aangetekende brief aan Goglio, herhaalt het betalingsverzoek en wijst op mogelijke beëindiging van de overeenkomst bij niet-betaling.
  5. 19-04-2013 SMQ zegt de licentieovereenkomst met Goglio op.
  6. 23-04-2013 Goglio betaalt de licentievergoeding over 2012 aan SMQ.
  7. 03-05-2013 SMQ stelt Goglio in gebreke voor de betaling van de break-up fee zoals bepaald in de overeenkomst.
  8. 13-02-2013 Een Memorandum of Understanding wordt getekend voorafgaand aan de verkoop van octrooien aan [A] Corporation.
  9. 04-03-2014 SMQ verkoopt de octrooien aan [A] Corporation.
  10. 23-04-2014 De rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van SMQ toe en veroordeelt Goglio tot betaling van de break-up fee.
  11. 31-05-2016 Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.
  12. 13-10-2017 De advocaten van Goglio en SMQ reageren op de conclusie van de Advocaat-Generaal.