Schadevergoeding vereist volledige toerekening, tenzij voldoende gemotiveerd anderszins op basis van art. 6:98 BW.

Hoge Raad · 10 februari 2017 · Cassatie · Civiel recht

Vermogensrecht. Schade. Toerekening en voorzienbaarheid van schade (art. 6:98 BW). Betekenis van de omstandigheid dat een contractspartij niet uit eigen belang heeft gehandeld. Wettelijke rente. Hoofdsom en wettelijke rente moeten afzonderlijk worden vastgesteld. Matiging van wettelijke rente verlangt afzonderlijk oordeel (HR 14 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR0220, NJ 2007/481).

Rechtsvraag

De centrale vraag is of het gerechtshof Den Haag terecht heeft geoordeeld over de toerekening van schade en de verplichting tot schadevergoeding van [verweerster] aan Avi Cranes Ltd. in verband met hun contractuele verplichtingen en de daaruit voortvloeiende schade.

Regel

  • art. 6:98 BW (toerekening van schade)
  • art. 6:119 BW (wettelijke rente)
  • art. 6:109 BW (matiging van schadevergoeding)

Toepassing

  • art. 6:98 BW (toerekening van schade) Het hof oordeelde dat de schade die Avi leed door de wanprestatie van [verweerster] niet volledig aan [verweerster] kon worden toegerekend, omdat zij niet uit eigen belang handelde en de schade niet voorzienbaar was. De Hoge Raad oordeelde dat de voorzienbaarheid een rol kan spelen in de toerekening, maar dat het hof ten onrechte de eigenbelang-argumenten te zwaar heeft gewogen zonder voldoende andere omstandigheden te noemen. Bovendien moet de toerekening zijn gebaseerd op voldoende verband tussen de schade en de gebeurtenis waarvoor aansprakelijkheid bestaat.
  • art. 6:119 BW (wettelijke rente) De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte geen onderscheid maakte tussen de hoofdsom en de wettelijke rente. De wettelijke rente is een vorm van schadevergoeding wegens vertraging en moet afzonderlijk worden vastgesteld. De rechtbank had niet de bevoegdheid om de wettelijke rente te matigen zonder afzonderlijke motivering.
  • art. 6:109 BW (matiging van schadevergoeding) De Hoge Raad merkte op dat hoewel het hof de schadevergoeding had kunnen matigen op basis van art. 6:109 BW, de motivering hiervoor onvoldoende was. Bij matiging moet terughoudendheid in acht worden genomen. Het hof had moeten verduidelijken welke omstandigheden bijdroegen aan de beslissing om de schade te matigen.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof Den Haag en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Het hof heeft fouten gemaakt in de toerekening van schade en de toepassing van wettelijke rente, en moet deze zaken opnieuw beoordelen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: AVI CRANES LTD.
  • Gedaagde: [verweerster]

AVI vordert terugbetaling van aanbetaling en vergoeding voor gederfde huur en transportkosten. AVI stelt dat [verweerster] tekort schoot in contractuele verplichtingen.

Verweerster stelt dat AVI geen recht heeft op schadevergoeding voor gemiste korting en betwist tekortkomingen in de verhuurovereenkomst.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 11-2008 Avi verkoopt twee kranen van het merk Liebherr aan [verweerster] en ontvangt een aanbetaling van € 446.500,--.
  2. 21-11-2008 [verweerster] voldoet een aanbetaling van € 446.500,-- aan Avi voor de Liebherr kranen.
  3. najaar 2006 De Sennebogen kraan wordt door [verweerster] namens Avi verhuurd aan Sarilar Int. Transport and Commerce Ltd.
  4. 12-2006 Avi stuurt [verweerster] facturen voor de verhuur van de Sennebogen kraan, aangeduid als 'pro forma invoice'.
  5. 01-2007 Sarilar voldoet de huurtermijnen voor de Sennebogen kraan niet aan [verweerster].
  6. 2010 De Sennebogen kraan wordt door Sarilar aan [verweerster] afgegeven.
  7. 05-2011 Avi betaalt € 98.490,-- voor het transport van de Sennebogen kraan van Dubai naar Israël.
  8. 16-01-2013 De rechtbank Rotterdam wijst de vorderingen van [verweerster] in conventie toe en wijst de vorderingen van Avi in reconventie af.
  9. 19-06-2013 De rechtbank Rotterdam herbevestigt eerdere vonnis.
  10. 25-02-2014 Het gerechtshof Den Haag vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van [verweerster] af.
  11. 23-06-2015 Het gerechtshof Den Haag bevestigt het eerdere arrest.
  12. 2-12-2016 De advocaat van [verweerster] reageert op de conclusie van de Advocaat-Generaal.