Verjaring van onverschuldigde betaling begint bij vernietiging vonnis, niet bij betaling.
Onverschuldigde betaling. Verjaring. Huurrecht. Huurverhoging wordt in appel (na vernietiging in cassatie en verwijzing) vernietigd. Vordering tot terugbetaling van te veel betaalde huur. Aanvang verjaringstermijn van deze vordering.
Rechtsvraag
Is de vordering van Pinoccio tot terugbetaling van de onverschuldigd betaalde huur verjaard volgens artikel 3:309 BW?
Regel
- Art. 3:309 BW (Verjaring van rechtsvordering uit onverschuldigde betaling): Verjaart door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden.
- Art. 6:203 BW (Onverschuldigde betaling): Voor het bestaan van een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling moet de prestatie zonder rechtsgrond zijn verricht.
- HR 30 januari 2004, NJ 2005/246, ECLI:NL:HR:2004:AN7327 (Rechtsgrond en vernietiging vonnis): Zolang het vonnis in stand blijft, wordt er niet onverschuldigd betaald.
- HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3678, NJ 2015/168 (Vernietiging vonnis): Een onherroepelijk geworden vernietiging van een vonnis teweegbrengt een vordering tot ongedaanmaking van de verrichte prestatie.
- HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3784, NJ 2016/196 (Rechtskracht en verjaring): De verjaring begint pas te lopen wanneer de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering in te stellen.
Toepassing
- Art. 3:309 BW (Verjaring van rechtsvordering uit onverschuldigde betaling): Verjaart door verloop van vijf jaar na de aanvang van de dag, volgend op die waarop de schuldeiser zowel met het bestaan van zijn vordering als met de persoon van de ontvanger bekend is geworden. Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn niet eerder startte dan op 19 februari 2014, omdat Pinoccio pas toen daadwerkelijk in staat was om de vordering geldend te maken, namelijk na de vernietiging van het eerdere vonnis. De verjaring begint te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is de vordering in te stellen.
- Art. 6:203 BW (Onverschuldigde betaling): Voor het bestaan van een vordering uit hoofde van onverschuldigde betaling moet de prestatie zonder rechtsgrond zijn verricht. Zolang het vonnis van 28 december 2006 in stand bleef, was er een rechtsgrond voor de betalingen. Pas na vernietiging van het vonnis ontviel de rechtsgrond en ontstond de vordering tot ongedaanmaking van de betaling.
- HR 30 januari 2004, NJ 2005/246, ECLI:NL:HR:2004:AN7327 (Rechtsgrond en vernietiging vonnis): Zolang het vonnis in stand blijft, wordt er niet onverschuldigd betaald. De betalingen vonden plaats op basis van een vonnis dat in eerste instantie rechtskracht had. De vernietiging van het vonnis in hoger beroep leidde tot het ontstaan van de vordering tot ongedaanmaking.
- HR 19 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3678, NJ 2015/168 (Vernietiging vonnis): Een onherroepelijk geworden vernietiging van een vonnis teweegbrengt een vordering tot ongedaanmaking van de verrichte prestatie. De Hoge Raad bevestigt dat de vernietiging van het vonnis terugwerkende kracht heeft en dat de vordering tot ongedaanmaking ontstaat bij de betaling ter uitvoering van het eerder vonnis.
- HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU3784, NJ 2016/196 (Rechtskracht en verjaring): De verjaring begint pas te lopen wanneer de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering in te stellen. De Hoge Raad oordeelde dat, omdat hangende het hoger beroep de vordering niet toewijsbaar is, de verjaringstermijn pas begint te lopen na de vernietiging van het vonnis.
Conclusie
De Hoge Raad verwerpt het beroep van De Leeuw c.s. en oordeelt dat de vordering van Pinoccio tot terugbetaling van onverschuldigd betaalde huur niet verjaard is. De verjaringstermijn begon pas te lopen na de vernietiging van het vonnis op 19 februari 2014, omdat Pinoccio pas toen daadwerkelijk in staat was om de vordering in te stellen.
Partijen en standpunten
- Eiser: Bierbrouwerij De Leeuw B.V. en De Leeuw Beheer B.V.
- Gedaagde: Pinoccio-Restaurants B.V.
De Leeuw c.s. betoogt dat de vordering van Pinoccio uit hoofde van onverschuldigde betaling is verjaard volgens art. 3:309 BW.
Pinoccio vordert terugbetaling van de huurverhogingen betaald onder een later vernietigd vonnis, stelt dat verjaring niet van toepassing is.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-03-1984 Bierbrouwerij De Leeuw B.V. verhuurt een pand te Maastricht aan Momus II B.V. voor de duur van twintig jaar, tot en met 28 februari 2004.
- 25-03-1987 Een optiebeding wordt overeengekomen dat de huurovereenkomst met tien jaar verlengt.
- 28-12-2005 De kantonrechter te Maastricht verhoogt de huurprijs met ingang van 19 juli 2004 en veroordeelt Momus II om het verschil te betalen.
- 30-01-2006 Momus II B.V. stelt een hoger beroep in tegen het vonnis van 28 december 2005 en vordert vernietiging en terugbetaling van teveel betaalde huur.
- 08-04-2008 Het gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.
- 28-05-2010 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof 's-Hertogenbosch en verwijst de zaak naar het hof Arnhem.
- 14-02-2014 Het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering van BDL tot nadere huurprijsvaststelling af.
- 31-10-2007 Momus II B.V. cedeert haar vorderingen ten aanzien van te veel betaalde huur en mogelijk toekomstige te veel betaalde huur aan Pinoccio-Restaurants B.V.
- 23-02-2016 De advocaat van De Leeuw c.s. reageert op de conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink.
- 03-06-2016 De Hoge Raad verwerpt het beroep van De Leeuw c.s. en veroordeelt hen in de proceskosten.