Vordering op onrechtmatige verrijking niet toewijsbaar zonder grondslag in eis.
Procesrecht. Aanvulling grondslag vordering. Twee conclusie-regel. Aanpassen stellingen na cassatie en verwijzing. Ongerechtvaardigde verrijking. Vergoeding redelijk?
Rechtsvraag
Of het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door de vordering van de verweerster toe te wijzen op grond van ongerechtvaardigde verrijking, terwijl zij uitsluitend nakoming van een overeenkomst had gevorderd.
Regel
- art. 24 Rv (Rechtsstrijd: de rechter mag de grondslag van de rechtsstrijd niet ambtshalve wijzigen)
- art. 6:212 BW (Ongerechtvaardigde verrijking: een vordering kan worden ingesteld indien iemand ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander)
Toepassing
- art. 24 Rv (Rechtsstrijd: de rechter mag de grondslag van de rechtsstrijd niet ambtshalve wijzigen) Het hof heeft de vordering toegekend op basis van ongerechtvaardigde verrijking, terwijl verweerster deze grondslag niet aan haar vordering ten grondslag had gelegd. Dit is in strijd met art. 24 Rv, aangezien de rechter niet buiten de door partijen opgestelde rechtsstrijd mag treden. Het hof had niet zonder meer deze grondslag mogen aannemen zonder dat verweerster dit had gesteld. (rov. 3.4.2)
- art. 6:212 BW (Ongerechtvaardigde verrijking: een vordering kan worden ingesteld indien iemand ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander) Het hof heeft geoordeeld dat de verweerster aanspraak kon maken op vergoeding van kosten op basis van ongerechtvaardigde verrijking. Echter, de eiser had gesteld dat er een maximum budget van €16.000 was afgesproken. Het hof had deze stelling moeten beoordelen, omdat een vergoeding boven dat bedrag mogelijk niet redelijk zou zijn in de zin van art. 6:212 BW. (rov. 3.5.3)
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof Den Haag, omdat het hof ten onrechte heeft geoordeeld op basis van ongerechtvaardigde verrijking, wat niet was aangevoerd door verweerster. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet voorbij had mogen gaan aan de stelling van eiser inzake het maximum budget van €16.000.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser]
- Gedaagde: [verweerster]
[Eiser] betwist dat hij opdracht heeft gegeven voor de levering en plaatsing van gevelkozijnen en ramen, dat er een prijs van € 49.991,90 was overeengekomen en dat hij een opdrachtbevestiging heeft ontvangen. Hij stelt dat het maximum budget voor de overeenkomst € 16.000,- was en dat [verweerster] zonder opdracht handelde.
[Verweerster] stelt dat er een mondelinge overeenkomst is voor het leveren en plaatsen van gevelkozijnen en ramen voor € 49.991,90 en vordert betaling van deze werkzaamheden.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 16-02-2011 Verweerster stuurt een opdrachtbevestiging aan eiser voor het leveren en plaatsen van gevelkozijnen en ramen voor een prijs van € 49.991,90.
- 18-02-2011 Verweerster stuurt een offerte naar eiser voor dezelfde werkzaamheden als in de opdrachtbevestiging, welke niet door eiser wordt aanvaard.
- 14-03-2012 De rechtbank 's-Gravenhage doet een eerste uitspraak in de zaak tussen eiser en verweerster.
- 26-09-2012 De rechtbank 's-Gravenhage doet een tweede uitspraak in de zaak tussen eiser en verweerster.
- 08-01-2013 Het gerechtshof Den Haag doet een eerste uitspraak in hoger beroep in de zaak tussen eiser en verweerster.
- 04-03-2014 Het gerechtshof Den Haag doet een tweede uitspraak in hoger beroep in de zaak tussen eiser en verweerster.
- 30-09-2014 Het gerechtshof Den Haag doet een derde uitspraak in hoger beroep in de zaak tussen eiser en verweerster en wijst een bedrag van € 55.503,58 toe aan verweerster.
- 28-08-2015 De advocaat van eiser reageert per brief op de conclusie van de Advocaat-Generaal die strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
- 30-10-2015 De Hoge Raad vernietigt de arresten van het gerechtshof Den Haag en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.