Bestuurders van een joint venture moeten bij conflict zorgvuldigheid betrachten jegens alle aandeelhouders.

Hoge Raad · 4 april 2014 · Cassatie · Civiel recht

Vennootschapsrecht. Enquêterecht. Joint venture. Belang van de vennootschap: bevorderen van bestendige succes onderneming en, bij joint venture, aard en inhoud samenwerking aandeelhouders. Zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot belangen van stakeholders. HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0976, NJ 2010/544; HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145, NJ 2013/461; HR 14 september 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4117, NJ 2007/610. Bestuurstaak bij instructiemacht van aandeelhouders. Ondernemingskamer gebonden aan oordeel onderzoeker? HR 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2161, NJ 2003/286. Verplichtingen aandeelhouders uit hoofde van art. 2:8 BW. Informatieplicht bestuur op grond van art. 2:8 BW?

Rechtsvraag

Heeft de ondernemingskamer terecht geoordeeld dat sprake is van wanbeleid bij de Vennootschap en was het bestuur van de Vennootschap verplicht om de instructies van de aandeelhouders op te volgen?

Regel

  • art. 2:239 lid 5 BW (bestuurders dienen zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming)
  • art. 2:8 BW (zorgvuldigheid jegens al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken)

Toepassing

  • art. 2:239 lid 5 BW (bestuurders dienen zich te richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming) De ondernemingskamer oordeelde dat het bestuur van de Vennootschap zich geen rekenschap heeft gegeven van het eigen belang van de Vennootschap en zijn eigen rol hierin. De vennootschap was een joint venture tussen gelijkwaardige partners, en het bestuur had ervoor moeten zorgen dat de verhouding tussen de aandeelhouders niet onnodig veranderde. Het bestuur heeft echter gehandeld in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap door niet adequaat vast te leggen wat met de eerste verwatering werd beoogd, geen voorwaarden te stellen voor een zakelijke ruilverhouding, en na te laten om de eerste verwatering ongedaan te maken toen bleek dat Banco Sabadell geen aanvullende financiering zou verstrekken. (rov. 3.20.1, 3.20.2, 3.21)
  • art. 2:8 BW (zorgvuldigheid jegens al degenen die bij de vennootschap en haar onderneming zijn betrokken) De ondernemingskamer oordeelde dat Invernostra en Inversiones, door heimelijk afbreuk te doen aan de beoogde aandeelhoudersgelijkheid, hebben gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid die zij als aandeelhouders ten opzichte van Holding I in acht behoorden te nemen. Het bestuur van de Vennootschap had Holding I moeten informeren over de voorgenomen aandelenoverdracht en moeten trachten om de 50/50-verhouding te herstellen. Het nalaten hiervan was in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. (rov. 3.25.2, 3.26, 3.27)

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het principale beroep en bevestigt dat de ondernemingskamer terecht wanbeleid heeft vastgesteld bij de Vennootschap. Het bestuur van de Vennootschap had een eigen verantwoordelijkheid om zich te richten naar het belang van de vennootschap en hoefde niet blindelings instructies van de aandeelhouders op te volgen. De ondernemingskamer heeft juist geoordeeld dat het bestuur in strijd heeft gehandeld met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap en zorgvuldigheid jegens alle betrokkenen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [A]
  • Gedaagde: Cancun Holding I B.V., Cancun Holding II B.V., Inversiones Ma y Mo S.L., [B], Invernostra S.L. (Unipersonal), [C], Equity Trust Co. N.V.

De eiser betoogt dat er sprake is van wanbeleid bij de vennootschap vanwege onregelmatigheden rondom de aandelenverwatering, bestuursbesluiten en de behandeling van aandeelhoudersbelangen.

De gedaagden stellen dat zij hebben gehandeld in overeenstemming met de aandeelhoudersovereenkomst en dat hun acties gerechtvaardigd waren door de omstandigheden, zoals de noodzaak om een lening veilig te stellen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 25-08-2005 Holding I richt de Vennootschap op als houdstervennootschap van Efesyde S.A. de C.V., een Mexicaanse vennootschap die een hotelcomplex in Cancun (Mexico) zou realiseren.
  2. 10-2006 Holding I draagt 50% van de aandelen van de Vennootschap over aan Inversiones Ma y Mo S.L. De aandelen van Inversiones worden indirect gehouden door leden van de familie [van B].
  3. 18-06-2009 Invernostra converteert een lening van USD 3 miljoen aan de Vennootschap in aandelen, waardoor zij een belang van 7% in de Vennootschap verwerft. Aan deze aandelen zijn bijzondere zeggenschapsrechten verbonden.
  4. 01-07-2009 Efesyde geeft aandelen uit aan Inversiones, die deze volstort door verrekening met een vordering van USD 14,5 miljoen op Efesyde. Hierdoor verwatert het belang van de Vennootschap in Efesyde van 99,9% naar 22%.
  5. 01-10-2009 Invernostra draagt haar aandelen C over aan Inversiones, waardoor Inversiones een belang van 53,5% in de Vennootschap verkrijgt.
  6. 27-10-2009 De Vennootschap vervangt het bestuur van Vesta Tours N.V., een vennootschap die een rol vervult bij de administratieve verwerking van boekingsgelden.
  7. 03-11-2009 Tijdens een buitengewone aandeelhoudersvergadering (BAVA) van Efesyde wordt besloten nieuwe aandelen uit te geven aan Inversiones, waardoor het belang van de Vennootschap in Efesyde verder verwatert van 22% naar 0,13%.
  8. 21-09-2009 Holding I dient een enquêteverzoek in bij de ondernemingskamer.
  9. 28-04-2010 De ondernemingskamer beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschap vanaf 1 januari 2008.
  10. 08-04-2011 De ondernemingskamer bepaalt dat het onderzoeksverslag ter inzage ligt voor belanghebbenden.
  11. 07-06-2011 Holding I verzoekt de ondernemingskamer vast te stellen dat sprake is van wanbeleid bij de Vennootschap.
  12. 19-07-2012 De ondernemingskamer oordeelt dat in vier opzichten sprake is geweest van wanbeleid bij de Vennootschap en vernietigt de besluiten van het bestuur tot medewerking aan de eerste verwatering en het ontslag van het bestuur van Vesta.