Beëindiging kredietovereenkomst kan onaanvaardbaar zijn bij onvoldoende belangenafweging volgens redelijkheid en billijkheid.
Verbintenissenrecht. Beëindiging kredietovereenkomst door bank rechtsgeldig? Beroep op derogerende werking redelijkheid en billijkheid, art. 6:248 lid 2 BW. Maatstaf. Mag bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de beëindiging onderscheid worden gemaakt tussen verschillende onderdelen van de kredietovereenkomst? Grenzen van de rechtsstrijd; belang bij klacht.
Rechtsvraag
Is de beëindiging van de rentevaste leningen door ING Bank rechtsgeldig, en kan ING Bank aanspraak maken op de vergoeding wegens vervroegde aflossing?
Regel
- Art. 11.1 ABK (Vervroegde opeisbaarheid van kredietfaciliteit bij niet-nakoming verplichtingen)
- Art. 6:248 lid 2 BW (Redelijkheid en billijkheid als maatstaf voor rechtsgeldigheid van contractuele bevoegdheden)
- Art. 2 ABV (Zorgplicht van de bank om naar beste vermogen met belangen van de cliënt rekening te houden)
Toepassing
- Art. 11.1 ABK (Vervroegde opeisbaarheid van kredietfaciliteit bij niet-nakoming verplichtingen) ING Bank beëindigde de kredietfaciliteit omdat [verweerster] c.s. verplichtingen niet zijn nagekomen, zoals het te laat aanleveren van kwartaalcijfers. Echter, de beëindiging van de rentevaste leningen kan onaanvaardbaar zijn als het belang van de kredietnemer niet voldoende wordt meegewogen. (rov. 4.7, 4.8.1-4.8.4)
- Art. 6:248 lid 2 BW (Redelijkheid en billijkheid als maatstaf voor rechtsgeldigheid van contractuele bevoegdheden) Het hof oordeelde dat de beëindiging van de rentevaste leningen en de daarbij verschuldigde boeterente onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, gezien het beperkte risico voor ING Bank en de tijdige voldoening van verplichtingen door [verweerster] c.s. (rov. 4.11, 4.12)
- Art. 2 ABV (Zorgplicht van de bank om naar beste vermogen met belangen van de cliënt rekening te houden) Het hof benadrukte de zorgplicht van ING Bank, die onvoldoende rekening hield met het belang van [verweerster] c.s. bij de beëindiging van de rentevaste leningen, wat bijdroeg aan de onaanvaardbaarheid van de beëindiging. (rov. 4.11)
Conclusie
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de beëindiging van de rentevaste leningen door ING Bank, en de daarmee samenhangende aanspraak op boeterente, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. ING Bank kan daarom geen aanspraak maken op de vergoeding wegens vervroegde aflossing.
Partijen en standpunten
- Eiser: ING Bank N.V.
- Gedaagde: [verweerster 1], [verweerster 2], [verweerster 3]
ING Bank vordert betaling van € 122.125,69 wegens vervroegde aflossing van rentevaste leningen.
[verweerster] c.s. stellen dat ING Bank de kredietrelatie onrechtmatig heeft opgezegd en geen vergoeding verschuldigd is.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 21-07-2010 De rechtbank Amsterdam heeft een vonnis gewezen in de zaak 455383/HA ZA 10-1090.
- 19-10-2011 De rechtbank Amsterdam heeft een tweede vonnis gewezen in de zaak 455383/HA ZA 10-1090.
- 12-02-2013 Het gerechtshof Amsterdam heeft arrest gewezen in de zaak 200.099.072/01. Het arrest van het hof is aan het arrest van de Hoge Raad gehecht.
- Juni-Juli 2009 ING Bank informeerde [verweerster] c.s. over haar besluit om de kredietrelatie te beëindigen vanwege het niet nakomen van verplichtingen door [verweerster] c.s.
- 01-03-2010 ING Bank zegde de kredieten op en maakte aanspraak op een vergoeding voor het vervroegd aflossen van de rentevaste leningen.
- 18-02-2010 ING Bank verstuurde een aflossingsnota aan [verweerster] c.s., waarin het totaal te betalen bedrag werd vermeld, inclusief een vergoeding voor vervroegd aflossen.
- 01-03-2010 Rabobank stelde een bankgarantie ten gunste van ING Bank voor de vergoeding voor het vervroegd aflossen.
- 09-03-2010 [verweerster] c.s. losten de kredieten bij ING Bank af, met uitzondering van de vergoeding voor het vervroegd aflossen.
- 2010 De rechtbank wees de vorderingen van [verweerster] c.s. af en kende de vordering van ING Bank toe.
- 2013 Het hof wees de vorderingen van [verweerster] c.s. grotendeels toe en wees de vordering van ING Bank af.
- 2014 ING Bank stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
- 10-10-2014 De Hoge Raad verwierp het beroep van ING Bank en veroordeelde ING Bank in de kosten van het geding in cassatie.