Een enquĂȘteverzoek kan alleen worden toegewezen bij gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen.

Hoge Raad · 11 juli 2014 · Cassatie · Civiel recht

Vennootschapsrecht. EnquĂȘterecht. HR 25 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO7076, NJ 2011/335. Beoordelingsvrijheid, onderzoeksbevoegdheid en belangenafweging ondernemingskamer bij verzoek tot vervanging van een bij onmiddellijke voorziening benoemde bestuurder, commissaris en beheerder van aandelen. Ontslag slechts bij kennelijk onredelijk handelen of bij redelijke verwachting daarvan; onjuist en onbegrijpelijk oordeel? Samenhang met 13/04531.

Rechtsvraag

Moet de ondernemingskamer de door Riamo gevraagde onmiddellijke voorzieningen en het enquĂȘteverzoek toewijzen gezien de verstoorde verhoudingen tussen de aandeelhouders en de financiĂ«le situatie van Novero?

Regel

  • art. 2:349a lid 2 BW (Regelt de bevoegdheid van de ondernemingskamer om onmiddellijke voorzieningen te treffen in verband met de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek)
  • art. 2:345 BW (Regelt het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon)

Toepassing

  • art. 2:349a lid 2 BW (Regelt de bevoegdheid van de ondernemingskamer om onmiddellijke voorzieningen te treffen in verband met de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek) De ondernemingskamer heeft geoordeeld dat de onmiddellijke voorzieningen die Riamo heeft verzocht niet noodzakelijk zijn, omdat de tijdelijke bestuurder [betrokkene 2] en beheerder [betrokkene 3] hun taken niet kennelijk onredelijk hebben uitgevoerd. De omstandigheden, zoals de verstoorde verhoudingen tussen Arch en Riamo en de financiĂ«le problemen van Novero, rechtvaardigen geen wijziging van de eerder getroffen voorzieningen (rov. 3.4.1-3.4.2).
  • art. 2:345 BW (Regelt het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon) De ondernemingskamer heeft het verzoek van Riamo tot het gelasten van een enquĂȘte afgewezen omdat er geen gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen. De tijdelijke bestuurder en beheerder hebben niet onredelijk gehandeld, waardoor het verzoek tot een enquĂȘte niet toewijsbaar is (rov. 3.25).

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het beroep van Riamo omdat de ondernemingskamer terecht een terughoudende benadering heeft gehanteerd bij de beoordeling van het enquĂȘteverzoek en de onmiddellijke voorzieningen. De omstandigheden van de zaak, zoals de verstoorde verhoudingen en de financiĂ«le situatie, rechtvaardigen geen ingrijpen in de vorm van voorzieningen of een enquĂȘte.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Riamo Holdings GmbH
  • Gedaagde: Arch Industries Holding B.V.

Riamo verzocht een onderzoek naar het beleid van Novero vanaf 14 maart 2013 en onmiddellijke voorzieningen, waaronder het ontslag of schorsing van bestuurders.

Arch voerde aan dat de verzoeken van Riamo ongegrond waren en dat de ondernemingskamer de juiste maatregelen had getroffen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 02-07-2009 Arch, Riamo, [betrokkene 1] en Novero sluiten een joint venture overeenkomst. Arch en Novero sluiten tevens een Shareholder Loan Agreement voor een lening van maximaal €16 miljoen tot 31 december 2018.
  2. 14-03-2013 De ondernemingskamer beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Novero vanaf 1 juli 2009 en stelt [betrokkene 2] aan als commissaris.
  3. 20-06-2013 De ondernemingskamer schorst Riamo als bestuurder van Novero en benoemt [betrokkene 2] tot bestuurder bij wijze van voorlopige voorziening.
  4. 30-10-2013 De ondernemingskamer geeft een beschikking die de basis vormt voor het cassatieberoep.
  5. Onbekend Riamo stelt beroep in cassatie in tegen de beschikking van de ondernemingskamer van 30 oktober 2013.
  6. 02-06-2014 De advocaat van Riamo reageert op de conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman, die strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
  7. 11-07-2014 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Riamo en veroordeelt Riamo in de kosten van het geding.