Eisen van redelijkheid en billijkheid vereisen geen expliciete bespreking van minderheidsbelangen in overleg.

Hoge Raad · 12 juli 2013 · Cassatie · Civiel recht

Ondernemingsrecht. Vordering tot vernietiging besluiten op de voet van art. 2:15 lid 1, aanhef en onder a en b, BW. Art. 2:8 BW; redelijkheid en billijkheid; plicht tot zorgvuldige belangenafweging; omstandigheden van het geval. Beoordeling zorgvuldigheid totstandkoming besluit; maatstaf; terughoudendheid rechter.

Rechtsvraag

Zijn de besluiten A en B van KLM vernietigbaar op grond van artikel 2:15 BW omdat het overleg zoals vereist door artikel 32 van de statuten van KLM niet zorgvuldig was en de belangen van minderheidsaandeelhouders niet correct zijn afgewogen?

Regel

  • art. 32, statuten KLM (vereist overleg voorafgaand aan winstbestemming)
  • art. 2:15 lid 1, BW (vernietigbaarheid van besluiten van rechtspersonen)
  • art. 2:8 BW (redelijkheid en billijkheid binnen rechtspersonen)

Toepassing

  • art. 32, statuten KLM (vereist overleg voorafgaand aan winstbestemming) Het hof oordeelde dat de totstandkoming van besluit A voldeed aan de eisen van art. 32 van de statuten van KLM. Er was overleg geweest tussen de directie, de raad van commissarissen en AFKLM, en zij waren het inhoudelijk eens. Er waren geen verdergaande eisen gesteld aan de aard en inhoud van dit overleg volgens de statuten. (rov. 3.9-3.11, 3.13)
  • art. 2:15 lid 1, BW (vernietigbaarheid van besluiten van rechtspersonen) Het hof stelde dat de besluiten niet vernietigbaar waren op grond van art. 2:15 BW omdat het statutair voorgeschreven overleg niet onzorgvuldig was. De statuten stelden geen eisen aan de inhoud van het overleg en de belangen van minderheidsaandeelhouders hoefden niet expliciet besproken te worden. (rov. 3.3.2, 3.3.3)
  • art. 2:8 BW (redelijkheid en billijkheid binnen rechtspersonen) Het hof benadrukte dat redelijkheid en billijkheid vereisen dat rekening wordt gehouden met de belangen van minderheidsaandeelhouders. Echter, de rechter moet terughoudend zijn bij de beoordeling of alle belangen naar redelijkheid en billijkheid zijn afgewogen. Het hof oordeelde dat KLM de argumenten voor reservering van de winst voldoende heeft afgewogen tegen het dividendbelang van minderheidsaandeelhouders. (rov. 3.4.3-3.4.5)

Conclusie

De Hoge Raad oordeelde dat de besluiten A en B van KLM niet vernietigbaar waren. Het overleg voldeed aan de statutaire eisen en er was geen schending van redelijkheid en billijkheid jegens minderheidsaandeelhouders. Het beroep werd verworpen en VEB c.s. werden veroordeeld in de proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Vereniging VEB NCVB en Emarcy B.V.
  • Gedaagde: Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. en Air France-KLM S.A.

Vorderden vernietiging van besluiten tot winstreservering en dividenduitkering, stellende dat deze in strijd waren met de statuten en redelijkheid en billijkheid.

Stelden dat de besluiten voldeden aan de statutaire eisen en redelijk waren gelet op economische omstandigheden en financiële behoeften.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 04-2004 AFKLM, destijds Air France S.A., bracht een openbaar bod uit op alle aan de beurzen genoteerde gewone aandelen in het kapitaal van KLM.
  2. 21-05-2004 AFKLM deed het openbaar bod gestand en verkreeg 96,3% van de geplaatste gewone aandelen in het kapitaal van KLM.
  3. 06-05-2004 De statuten van KLM werden gewijzigd met betrekking tot de winstbestemming en reserveringsbeleid.
  4. 14-01-2008 KLM bood aan om haar gewone aandelen in te kopen tegen een prijs van €21 per aandeel.
  5. 23-02-2008 De periode voor het inkoop bod door KLM eindigde.
  6. 03-07-2008 De vergadering van houders van prioriteitsaandelen van KLM besloot 90,7% van de winst te reserveren, besluit A. De algemene vergadering van houders van gewone aandelen besloot de resterende winst niet verder te reserveren, besluit B.
  7. 01-09-2010 De rechtbank Amsterdam wees de vorderingen van VEB c.s. tot vernietiging van besluit A en besluit B af.
  8. 15-11-2011 Het gerechtshof te Amsterdam bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam.
  9. 26-04-2013 De advocaten van partijen reageerden op de conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman bij brieven.
  10. 12-07-2013 De Hoge Raad der Nederlanden verwierp het beroep in cassatie van VEB c.s. en veroordeelde hen in de kosten van het geding.

vennootschapsrecht · aandeelhoudersgeschil · dividend · redelijkheid-en-billijkheid · zorgplicht