Pandhouder kan art. 6:136 BW niet gebruiken bij faillissement pandgever voor verrekening tegenvordering.

Hoge Raad · 13 september 2013 · Cassatie · Civiel recht

Faillissement pandgever. Pandhouder verleent last tot incasso. Art. 1022 lid 1 Rv; moet beroep op onbevoegdheid vanwege arbitrageovereenkomst voorafgaand aan alle weren worden gedaan indien procespartij (lasthebber van pandhouder) niet is gebonden aan arbitraal beding? Kan debiteur van verpande vordering zijn tegenvordering verrekenen met overeenkomstige toepassing van art. 53 lid 3 Fw zonder dat lasthebber beroep toekomt op art. 6:136 BW? HR 18 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT9061, NJ 2006/190. Aanhouding in afwachting arbitrale uitspraak over gegrondheid tegenvordering.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de Provincie een beroep kan doen op verrekening met de vordering van [verweerster] en of het hof terecht de vordering van [verweerster] heeft toegewezen ondanks de tegenvordering van de Provincie.

Regel

  • art. 6:130 lid 2 BW (verrekening van vorderingen)
  • art. 1022 lid 1 Rv (onbevoegdheid vanwege arbitraal beding)
  • art. 6:136 BW (verrekening bij betwiste tegenvorderingen)
  • art. 53 lid 3 Fw (verrekening bij faillissement)

Toepassing

  • art. 6:130 lid 2 BW (verrekening van vorderingen) Het hof heeft geoordeeld dat de Provincie een beroep op verrekening met de vordering van [verweerster] toekomt, maar dat de vordering niet eenvoudig is vast te stellen vanwege de arbitrageclausule in de turnkey-overeenkomst. Hierdoor kon het hof de gegrondheid van het beroep niet beoordelen en werd het beroep gepasseerd.
  • art. 1022 lid 1 Rv (onbevoegdheid vanwege arbitraal beding) Het hof oordeelde dat [verweerster] tijdig een beroep deed op de onbevoegdheid vanwege het arbitraal beding, en dat dit beroep ook gedaan kon worden bij memorie van antwoord in het incidentele appel.
  • art. 6:136 BW (verrekening bij betwiste tegenvorderingen) De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de tegenvordering van de Provincie niet heeft beoordeeld onder art. 6:136 BW, omdat in geval van faillissement van de pandgever, de debiteur de vordering mag verrekenen, ongeacht een beroep op art. 6:136 BW door de pandhouder.
  • art. 53 lid 3 Fw (verrekening bij faillissement) De Hoge Raad oordeelde dat de Provincie, als debiteur van een verpande vordering, zijn tegenvordering kon verrekenen ondanks het faillissement van [A], overeenkomstig art. 53 lid 3 Fw.

Conclusie

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof te Leeuwarden en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, omdat het hof ten onrechte de tegenvordering van de Provincie niet heeft beoordeeld en de vordering van [verweerster] zonder voldoende motivering heeft toegewezen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Provinsje Fryslân
  • Gedaagde: [verweerster]

Provinsje Fryslân heeft een beroep gedaan op verrekening van een vordering uit een turnkey-aannemingsovereenkomst met een tegenvordering van [A].

[verweerster] vordert betaling voor verrichte werkzaamheden en stelt dat de vordering van de Provincie onderhevig is aan arbitrage en daarom niet eenvoudig vast te stellen is.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 20-11-2002 De Provincie ontbond buitengerechtelijk de turnkey-aannemingsovereenkomst met Aannemingsmaatschappij [A] vanwege tekortschieten in de nakoming.
  2. 29-11-2002 Aannemingsmaatschappij [A] werd failliet verklaard.
  3. [2002] Vorderingen van [A] op de Provincie waren verpand aan ING, die [betrokkene] een privatieve last gaf om deze vorderingen te incasseren.
  4. [2002] [betrokkene] machtigde zijn echtgenote, [verweerster], om de vorderingen op de Provincie te innen.
  5. [Datum onbekend] [verweerster] vorderde betaling van € 47.923,40 van de Provincie voor door [A] verrichte werkzaamheden.
  6. 21-01-2009 De rechtbank Leeuwarden wees een vonnis in zaak 85004/HA ZA 07-742.
  7. 01-02-2011 Het gerechtshof Leeuwarden wees een arrest in zaak 200.025.228/01.
  8. 07-06-2011 Het gerechtshof Leeuwarden wees een tweede arrest in zaak 200.025.228/01.
  9. 01-05-2012 Het gerechtshof Leeuwarden wees een eindarrest waarin de vordering van [verweerster] werd toegewezen.
  10. [Na 01-05-2012] De Provincie stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof van 1 mei 2012.
  11. [Na datum cassatie] De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 1 mei 2012 en verwijzing.
  12. 13-09-2013 De Hoge Raad vernietigde het arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 1 mei 2012 en verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.