Schending zorgplicht bank vereist bekendheid met tekortkoming; tijdsverloop niet doorslaggevend zonder nadeel.
Beleggingsadviesrelatie. Bijzondere zorgplicht bank; onderzoeks- en waarschuwingsplicht. Beroep bank op art. 6:89 BW: protest binnen bekwame tijd? Maatstaf; overeenkomstige toepassing van regels die gelden bij art. 7:23 BW. Lengte onderzoeks- en klachttermijn; afweging alle betrokken belangen; alle relevante omstandigheden. Mededelingen bank, nadeel bank. Redelijke termijn voor beraad. Specifieke aard beleggingssituatie.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of [eisers] tijdig hebben geklaagd over een vermeend gebrek in de prestatie van Rabobank volgens art. 6:89 BW, en daardoor hun recht op klagen behouden.
Regel
- art. 6:89 BW (klachtplicht bij gebrekkige prestatie)
- art. 7:23 BW (klachtplicht bij koopovereenkomsten, analoog toegepast)
Toepassing
- art. 6:89 BW (klachtplicht bij gebrekkige prestatie) Het hof oordeelde dat [eisers] eind 2002 bekend waren met de grote verliezen en dat zij zich bewust moesten zijn van een gebrek in de prestatie van Rabobank. Volgens het hof was het tijdsverloop van drie jaar voordat er geklaagd werd, te lang. De Hoge Raad vond dit oordeel echter onbegrijpelijk omdat verliezen op zichzelf geen reden zijn om te veronderstellen dat Rabobank tekortgeschoten was in haar dienstverlening (rov. 5.2).
- art. 7:23 BW (klachtplicht bij koopovereenkomsten, analoog toegepast) De toepassing van art. 7:23 BW op de situatie wees erop dat de koper, in dit geval [eisers], tijd nodig had voor onderzoek of er sprake was van een gebrek. De Hoge Raad benadrukte dat het tijdsverloop een belangrijke factor is, maar niet doorslaggevend. Er was onvoldoende rekening gehouden met de afwezigheid van nadeel voor Rabobank door de vertraging (rov. 5.4).
Conclusie
De Hoge Raad heeft het oordeel van het hof vernietigd en geoordeeld dat het hof onvoldoende heeft toegelicht waarom [eisers] al in 2002 aanleiding hadden om een onderzoek naar Rabobanks prestatie in te stellen. Het tijdsverloop tussen ontdekking en klacht moet in context van alle omstandigheden en zonder nadelig gevolg voor Rabobank worden beoordeeld. Het geding is verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Eiser 1] en [Eiseres 2]
- Gedaagde: Co枚peratieve Rabobank Noord-Holland Noord U.A.
Eisers stellen dat Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden door hen onvoldoende te informeren over beleggingsrisico's en onjuiste adviezen te geven, waardoor zij grote verliezen leden. Zij vorderen schadevergoeding.
Rabobank stelt dat eisers niet binnen bekwame tijd hebben geprotesteerd over de vermeende tekortkomingen, zoals vereist volgens art. 6:89 BW.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- Najaar 1997 [Eisers] beginnen via Rabobank te beleggen in aandelen en opties. Er bestaat een beleggingsadviesrelatie tussen Rabobank en [eisers].
- Herfst 2002 [Eisers] worden zich bewust van de grote verliezen die zijn geleden door de beleggingen via Rabobank.
- Voorjaar 2001 Bij het opmaken van de inbrengverklaring van de accountant wordt duidelijk dat [eisers] hun beleggingsverliezen hebben gecompenseerd met de opbrengst van het melkquotum.
- 29-12-2005 [Eisers] dienen voor het eerst een klacht in bij Rabobank over de geleden beleggingsverliezen.
- 22-07-2009 De rechtbank Alkmaar wijst de vorderingen van [eisers] af vanwege niet tijdig protesteren volgens art. 6:89 BW.
- 10-02-2010 Bevestiging van eerder vonnis door rechtbank Alkmaar.
- 23-08-2011 Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, oordelend dat [eisers] niet tijdig hebben geklaagd.
- 08-02-2013 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.