Instandhoudingsverklaring is formaliteit; herleving auteursrecht door Benelux-Gerechtshof te beoordelen.
Ontvankelijkheid. Cassatiedagvaarding uitgebracht uit naam vennootschap die door fusie was opgehouden te bestaan. Herstelmogelijkheden? Hoge Raad komt terug van HR 9 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN7324, NJ 2005/222. Herstel mogelijk, tenzij wederpartij daardoor onredelijk in haar belangen wordt geschaad. Auteursrecht; inbreukvordering. Werk van toegepaste kunst. Vgl. HR 30 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ0655, NJ 2009/540 (kortgedingprocedure). Beschermingsduur art. 7 lid 4 Berner Conventie (BC) niet afhankelijk van formeel vereiste instandhoudingsverklaring art. 21 lid 3 (oud) BTMW (HR 26 mei 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5967, NJ 2000/671). Formaliteitenverbod art. 5 lid 2 BC wijkt ingevolge art. 2 lid 7 BC voor art. 21 lid 3 (oud) BTMW. Berner Conventie geldt alleen in internationale situaties (HR 11 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1558, NJ 2002/55); geen door art. 18 VWEU verboden discriminatie van eigen onderdanen van lidstaat. Prejudiciële vragen aan Benelux-Gerechtshof over overgangsrecht met betrekking tot het vervallen van art. 21 lid 3 (oud) BTMW: herleeft de auteursrechtelijke bescherming na het vervallen van deze bepaling en zo ja, op welk moment? Land van oorsprong. Uitleg begrippen ‘publicatie’ en ‘publiek’ in art. 3 lid 3 (in verband met art. 5 lid 4 onder a) BC.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of het auteursrecht op de Charly en Chaplin stoelen van Montis is vervallen door het ontbreken van een instandhoudingsverklaring zoals vereist door art. 21 lid 3 (oud) BTMW, en of Montis zich kan beroepen op het formaliteitenverbod en de minimumbeschermingsduur van de Berner Conventie.
Regel
- art. 21 lid 3 (oud) BTMW (vervanging van modelbescherming door auteursrecht vereist instandhoudingsverklaring)
- art. 5 lid 2 Berner Conventie (formaliteitenverbod voor uitoefening auteursrecht)
- art. 7 lid 4 Berner Conventie (minimumbeschermingsduur van 25 jaar voor werken van toegepaste kunst)
- art. 18 VWEU (verbod van discriminatie naar nationaliteit binnen de EU)
Toepassing
- art. 21 lid 3 (oud) BTMW (vervanging van modelbescherming door auteursrecht vereist instandhoudingsverklaring) De Hoge Raad overwoog dat Montis geen instandhoudingsverklaring heeft afgelegd, waardoor het auteursrecht in 1993 verviel. Echter, aangezien de instandhoudingsverklaring in strijd is met de BC voor zover deze afbreuk doet aan de minimumbeschermingstermijn, is deze bepaling niet van toepassing op de minimumbeschermingsduur van art. 7 lid 4 BC.
- art. 5 lid 2 Berner Conventie (formaliteitenverbod voor uitoefening auteursrecht) Het hof oordeelde dat het formaliteitenverbod van de BC niet toestaat dat de uitoefening van auteursrechten afhankelijk wordt gesteld van het afleggen van een instandhoudingsverklaring. Dit ondersteunt Montis' standpunt dat de rechten op de Charly blijven bestaan.
- art. 7 lid 4 Berner Conventie (minimumbeschermingsduur van 25 jaar voor werken van toegepaste kunst) De Hoge Raad bevestigde dat Montis ten aanzien van de Charly aanspraak kan maken op een bescherming van 25 jaar vanaf de vervaardiging, ondanks het ontbreken van een instandhoudingsverklaring, omdat deze termijn niet kan worden bekort door nationale wetgeving.
- art. 18 VWEU (verbod van discriminatie naar nationaliteit binnen de EU) De Hoge Raad oordeelde dat de nationale regeling die differentieert tussen bescherming van binnenlandse werken en werken uit andere lidstaten geen strijd oplevert met art. 18 VWEU, omdat deze bepaling niet ziet op discriminatie van eigen onderdanen door hun eigen staat.
Conclusie
De Hoge Raad concludeerde dat Montis' auteursrecht op de Charly niet kan worden beschouwd als vervallen vanwege het ontbreken van een instandhoudingsverklaring voor de minimumbeschermingsduur van 25 jaar, zoals vereist door art. 7 lid 4 BC. De zaak wordt geschorst in afwachting van een uitspraak van het Benelux-Gerechtshof over het al dan niet herleven van het auteursrecht na 2003.
Partijen en standpunten
- Eiser: Montis Design B.V., door fusie opgegaan in Montis Holding B.V.
- Gedaagde: [verweerster]
Montis eist dat [verweerster] met de stoel Beat inbreuk maakt op de auteursrechten van de Charly en Chaplin, en dat deze inbreuk moet worden gestaakt.
[verweerster] stelt dat Montis geen geldig auteursrecht heeft vanwege het niet afleggen van een instandhoudingsverklaring.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-01-1983 Montis publiceert de fauteuil Charly voor het eerst op een meubelbeurs in Keulen.
- 19-04-1988 Montis verricht een internationaal modeldepot voor de Charly en Chaplin met vermelding van Montis als modelrechthebbende en Gerard van den Berg als ontwerper.
- 1990 Gerard van den Berg draagt zijn rechten op de Charly en Chaplin over aan Montis.
- 05-04-2007 Montis stelt [verweerster] op de hoogte dat de stoel Beat inbreuk maakt op Montis’ auteursrecht en sommeert [verweerster] de inbreuk te staken.
- 18-02-2009 De rechtbank 's-Hertogenbosch doet een eerste uitspraak in de bodemprocedure tussen Montis en [verweerster].
- 02-06-2010 De rechtbank 's-Hertogenbosch doet een tweede uitspraak in de bodemprocedure tussen Montis en [verweerster].
- 27-12-2011 Het gerechtshof 's-Hertogenbosch wijst het beroep van Montis af en oordeelt dat het auteursrecht op Charly en Chaplin is vervallen.
- 16-12-2011 Montis Design B.V. gaat door fusie op in Montis Holding B.V. en houdt op zelfstandig te bestaan.
- 20-12-2011 De registratie van Montis Design B.V. in het handelsregister wordt beëindigd vanwege het verdwijnen van de rechtspersoon.
- 25-10-2012 De advocaat van Montis informeert de Hoge Raad over de fusie en verzoekt om wijziging van de tenaamstelling van eiseres in de gedingstukken.
- 06-09-2013 De advocaten van Montis en [verweerster] reageren op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
- 13-12-2013 De Hoge Raad verwerpt het principale beroep en stelt prejudiciële vragen aan het Benelux-Gerechtshof over de herleving van auteursrechten na het vervallen van art. 21 lid 3 BTMW.