Bestuurder aansprakelijk voor onrechtmatig handelen zonder vereiste van ernstig verwijt.

Hoge Raad · 23 november 2012 · Cassatie · Civiel recht

Onrechtmatige daad. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder anders dan voor tekortkoming of onrechtmatig handelen vennootschap door onbehoorlijke taakvervulling; maatstaf; niet vereist dat bestuurder ernstig verwijt kan worden gemaakt, ook niet indien onrechtmatige gedragingen bestuurder moeten worden toegerekend aan vennootschap.

Rechtsvraag

Is [eiser] persoonlijk aansprakelijk jegens [verweerder] c.s. voor een onrechtmatige daad, ondanks dat de onrechtmatige gedragingen tevens als gedragingen van de Vennootschap kunnen worden aangemerkt?

Regel

  • art. 6:162 BW (onrechtmatige daad): bepaalt dat een persoon aansprakelijk kan zijn voor schade veroorzaakt door een onrechtmatige daad.
  • art. 2:9 BW (behoorlijke taakuitoefening bestuurder): bepaalt dat een bestuurder van een vennootschap een behoorlijke taakuitoefening moet hebben, anders kan hij persoonlijk aansprakelijk zijn.
  • Jurisprudentie HR 8 december 2006, LJN AZ0758, NJ 2006/659 (Ontvanger/[...]): stelt criteria voor de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders jegens derden, waarbij een ernstig verwijt vereist is.

Toepassing

  • art. 6:162 BW (onrechtmatige daad): bepaalt dat een persoon aansprakelijk kan zijn voor schade veroorzaakt door een onrechtmatige daad. Het hof oordeelde dat [eiser] persoonlijk aansprakelijk was omdat hij naliet [verweerder] c.s. te informeren over de risico's van het project, ondanks zijn rol als deskundig bemiddelaar. Dit nalaten wordt gezien als een onrechtmatige daad jegens [verweerder] c.s. (rov. 4.7.2 - 4.8.1).
  • art. 2:9 BW (behoorlijke taakuitoefening bestuurder): bepaalt dat een bestuurder van een vennootschap een behoorlijke taakuitoefening moet hebben, anders kan hij persoonlijk aansprakelijk zijn. De Hoge Raad concludeert dat de aansprakelijkheid van [eiser] niet is gebaseerd op een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder, maar op een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting jegens [verweerder] c.s. (rov. 3.4.2).
  • Jurisprudentie HR 8 december 2006, LJN AZ0758, NJ 2006/659 (Ontvanger/[...]): stelt criteria voor de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders jegens derden, waarbij een ernstig verwijt vereist is. De Hoge Raad stelt dat deze jurisprudentie niet van toepassing is omdat de aansprakelijkheid van [eiser] niet voortkomt uit een tekortschietende taakuitoefening als bestuurder, maar uit een persoonlijke zorgvuldigheidsnorm. Daarom is een ernstig verwijt niet vereist voor zijn aansprakelijkheid (rov. 3.4.2).

Conclusie

De Hoge Raad verwerpt het beroep van [eiser] en bevestigt dat hij persoonlijk aansprakelijk is voor een onrechtmatige daad jegens [verweerder] c.s., gebaseerd op een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting en niet op zijn rol als bestuurder van de Vennootschap. Een ernstig verwijt is in dit geval niet vereist voor aansprakelijkheid.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [Eiser]
  • Gedaagde: [Verweerder 1], [Verweerster 2]

De eiser vordert hoofdelijke veroordeling van verweerders tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen door hen niet te informeren over illegale bouw en risico op sloop.

De verweerders zijn niet verschenen en hebben geen verweer gevoerd.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 02-2004 Verweerder c.s. bezochten de 'Second Home beurs' in Houten en kwamen in contact met de Vennootschap, die informatie verstrekte over woningbouwprojecten in Spanje, waaronder het project 'Villa Mundo'.
  2. 05-2004 Verweerder c.s. reisden naar Spanje om het project te bezichtigen, waar eiser hen vertelde dat de rode borden bij het project verband hielden met bouwproblemen die opgelost zouden worden door boetes te betalen.
  3. 06-2004 Verweerder c.s. werden in Nederland bezocht door betrokkene 2 en eiser. Er werd overeenstemming bereikt over de koopprijs van een huis in het project, en aanbetalingen werden gedaan.
  4. 22-11-2004 Eiser werd in een gesprek met bewoners geïnformeerd over problemen met bouwvergunningen en een mogelijke afbraakplicht door de gemeente Elche.
  5. Eind 11-2004 Verweerder c.s. reisden opnieuw naar Spanje, werden door eiser van de luchthaven opgehaald en ondergebracht in een hotel.
  6. 30-11-2004 Verweerder c.s. en eiser bezichtigden een half afgebouwde villa. Eiser adviseerde hen over de koop en de financiering, waarna zij akkoord gingen met een koopprijs van € 265.000,--.
  7. 01-12-2004 Verweerder c.s. bereikten overeenstemming met de eigenaren van de villa over de koop.
  8. 02-12-2004 De koop werd bij de notaris getekend, inclusief de terugschrijving van eerder gekocht bouwgrond.
  9. 04-12-2004 Verweerder c.s. voldeden een bedrag van € 110.000,-- als deel van de koopsom.
  10. Eind 01-2005 Verweerder c.s. vernamen dat de gekochte villa was afgebroken omdat er geen bouwvergunning was afgegeven.
  11. 19-10-2005 De rechtbank te 's-Hertogenbosch wees de vordering van verweerder c.s. tot schadevergoeding af.
  12. 13-09-2006 De rechtbank te 's-Hertogenbosch bevestigde de afwijzing van de vordering van verweerder c.s.