RvC heeft geen bemiddelingsplicht bij aandeelhouderconflicten; bestuursstrategie blijft bestuurszaak.
ASMI. Enquêteprocedure; Verantwoordelijkheid van bestuur van de vennootschap voor de te volgen strategie en voor de corporate governance; geen voorafgaand overleg vereist met aandeelhouders over handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (Vgl. HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ABN AMRO); bestuur dient het belang van alle betrokkenen bij de vennootschap op lange termijn in aanmerking te nemen; de Code Tabaksblat 2003 en 2008 vormen een uiting van de in Nederland heersende algemene rechtsovertuiging welke mede inhoud geeft aan de eisen van redelijkheid en billijkheid als bedoeld in art. 2:8 BW en de eisen die voortvloeien uit een behoorlijke taakvervulling waartoe elke bestuurder ingevolge art. 2:9 BW gehouden is; de in art. 2:140 lid 2 BW neergelegde taakopdracht van de RvC brengt niet mee dat deze de verplichting heeft een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen bestuur en aandeelhouders en dienaangaande verantwoording is verschuldigd aan de aandeelhouders; Iedere aandeelhouder heeft tijdens de AvA zelfstandig het recht vragen te stellen, daarbuiten hebben aandeelhouders geen recht op het verstrekken van door hen afzonderlijk verlangde informatie; een enquêteverzoek kan als daartoe in de procedure voldoende grond bestaat ook betrekking hebben op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de datum van indiening van dat verzoek.
Rechtsvraag
De kernvraag is of de ondernemingskamer terecht een onderzoek heeft bevolen naar het beleid en de gang van zaken van ASMI, met name in het licht van de uitoefening van de optie door de Stichting Continuïteit en de rol van de Raad van Commissarissen (RvC) en de transparantie jegens aandeelhouders.
Regel
- art. 2:349 lid 1 BW (Enquêterecht): Een enquêteverzoek kan betrekking hebben op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tot aan de datum van indiening van het verzoek.
- art. 2:140 lid 2 BW (Taak RvC): De RvC is belast met het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap.
- art. 2:107 lid 2 BW (Informatieplicht): Het bestuur en de RvC zijn gehouden aan de AvA alle verlangde inlichtingen te verschaffen, behoudens zwaarwichtige redenen.
- art. 2:8 BW (Redelijkheid en billijkheid): Degenen die krachtens de wet of de statuten bij de vennootschap zijn betrokken, moeten zich jegens elkaar gedragen volgens eisen van redelijkheid en billijkheid.
Toepassing
- art. 2:349 lid 1 BW (Enquêterecht): Een enquêteverzoek kan betrekking hebben op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tot aan de datum van indiening van het verzoek. De Hoge Raad oordeelde dat de ondernemingskamer kon afwijken van de regel dat een enquêteverzoek alleen betrekking heeft op feiten tot de datum van indiening, aangezien er een aanvulling op het verzoek was ingediend en het debat met wederzijds goedvinden werd voortgezet. Dit rechtvaardigde een afwijking van de gebruikelijke regel.
- art. 2:140 lid 2 BW (Taak RvC): De RvC is belast met het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de vennootschap. De Hoge Raad stelde dat de RvC niet verplicht is een bemiddelende rol te vervullen bij conflicten tussen bestuur en aandeelhouders en dat de RvC in het algemeen vrij is om personen tot adviseur te benoemen. De ondernemingskamer had ten onrechte geoordeeld dat de RvC tekortgeschoten was in zijn taak door niet te bemiddelen.
- art. 2:107 lid 2 BW (Informatieplicht): Het bestuur en de RvC zijn gehouden aan de AvA alle verlangde inlichtingen te verschaffen, behoudens zwaarwichtige redenen. De ondernemingskamer oordeelde dat er onvoldoende openheid was betracht jegens de aandeelhouders. De Hoge Raad vond dit oordeel toereikend gemotiveerd, omdat aandeelhouders recht hebben op informatie ter vergadering.
- art. 2:8 BW (Redelijkheid en billijkheid): Degenen die krachtens de wet of de statuten bij de vennootschap zijn betrokken, moeten zich jegens elkaar gedragen volgens eisen van redelijkheid en billijkheid. De Hoge Raad oordeelde dat de ondernemingskamer onvoldoende had gemotiveerd waarom het beleid van ASMI aanleiding gaf voor twijfel aan een juist beleid en dat de inhoud van de door het bestuur gevolgde strategie, gesteund door de RvC en een meerderheid van de AvA, niet zonder meer defensief en gesloten was.
Conclusie
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de ondernemingskamer, omdat deze deels was gebaseerd op onjuiste rechtsoordelen en ontoereikend was gemotiveerd. De zaak is verwezen naar de ondernemingskamer voor verdere behandeling.
Partijen en standpunten
- Eiser: STICHTING CONTINUITEIT ASM INTERNATIONAL en [A]
- Gedaagde: HERMES FOCUS ASSET MANAGEMENT EUROPE LTD, HERMES EUROPEAN FOCUS FUND I, II, III, FURSA MASTER GLOBAL EVENT DRIVEN FUND LP, VERENIGING VEB NCVB
Stichting Continuïteit en [A] hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de eindbeschikking van de ondernemingskamer, waarin een onderzoek naar het beleid van ASMI is bevolen vanwege twijfels over de juistheid van het beleid, met name met betrekking tot de uitoefening van een optieovereenkomst voor preferente aandelen en de rol van de RvC en de Stichting Continuïteit.
Hermes c.s. en VEB hebben verzocht de beroepen te verwerpen en stellen dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid van ASMI vanwege een defensieve en gesloten opstelling ten opzichte van aandeelhouders en onvoldoende transparantie.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 27-05-1997 De Stichting Continuïteit ASM International wordt opgericht met als doel het behartigen van de belangen van ASMI en haar groepsvennootschappen.
- 28-05-1997 De Stichting Continuïteit sluit een optieovereenkomst met ASMI voor preferente aandelen, waarmee ze 50% van de uitstaande gewone aandelen kan nemen.
- 27-11-2006 In de AvA wordt een motie van Fursa tegen de splitsing van ASMI's activiteiten voorgesteld en verworpen.
- 22-05-2007 ASMI maakt bekend dat [betrokkene 5] per 1 maart 2008 tot CEO is benoemd.
- 14-06-2007 Fursa maakt bezwaar tegen de benoeming van de nieuwe CEO omdat deze niet aan de AvA is voorgelegd.
- 08-02-2008 Het bestuur van de Stichting Continuïteit besluit de statuten te wijzigen om onafhankelijker van ASMI te opereren.
- 01-03-2008 [A] treedt af als CEO van ASMI en wordt opgevolgd door [betrokkene 5].
- 14-05-2008 De Stichting Continuïteit oefent haar optierecht uit en verkrijgt ongeveer 29% van het geplaatste kapitaal van ASMI.
- 19-05-2008 Hermes c.s. dienen een verzoek in bij de ondernemingskamer voor een onderzoek naar het beleid van ASMI.
- 21-04-2009 Hermes c.s. dienen een aanvulling in op hun verzoek tot enquête bij de ondernemingskamer.
- 05-08-2009 De ondernemingskamer beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van ASMI.
- 09-07-2010 De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de ondernemingskamer en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.