Bestuurdersaansprakelijkheid vereist ernstig verwijt bij schending statuten ter bescherming aandeelhouder.
Bestuurdersaansprakelijkheid tegenover individuele aandeelhouder; behoorlijke taakvervulling, art. 2:9 BW van overeenkomstige toepassing; maatstaf. Procesrecht; omvang rechtsstrijd partijen in appel, grievenstelsel, aan grieven te stellen eisen, nieuwe stelling bij pleidooi nieuwe grief?, in beginsel strakke regel ook bij eiswijziging in hoger beroep.
Rechtsvraag
Moeten [eiser 2] en Beheer aansprakelijk worden gehouden voor de schade van NOM wegens het niet naleven van statutaire bepalingen die de belangen van NOM als aandeelhouder beschermen?
Regel
- art. 2:11 BW (persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders)
- art. 2:9 BW (aansprakelijkheid van bestuurders tegenover de rechtspersoon)
- art. 2:8 lid 1 BW (maatstaven van redelijkheid en billijkheid)
Toepassing
- art. 2:11 BW (persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders) De Hoge Raad overweegt dat [eiser 2] als bestuurder van Beheer, dat op zijn beurt bestuurder is van Holding, persoonlijk aansprakelijk kan zijn voor de schade die NOM heeft geleden. Het hof achtte [eiser 2] aansprakelijk omdat hij als indirect bestuurder heeft gehandeld in strijd met de statuten zonder goedkeuring van de AVA, hetgeen een normschending vormt die specifiek de belangen van NOM als aandeelhouder beschermt (rov. 13-15).
- art. 2:9 BW (aansprakelijkheid van bestuurders tegenover de rechtspersoon) Het hof oordeelde dat art. 2:9 BW niet van overeenkomstige toepassing is op de verhouding tussen een bestuurder en een individuele aandeelhouder. De Hoge Raad bevestigt dat voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover een aandeelhouder dezelfde hoge drempel geldt als tegenover de rechtspersoon, namelijk dat een ernstig verwijt moet worden gemaakt (rov. 5.3).
- art. 2:8 lid 1 BW (maatstaven van redelijkheid en billijkheid) De Hoge Raad stelt dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid in art. 2:8 lid 1 BW meebrengen dat de hoge drempel van art. 2:9 BW ook geldt bij een door een individuele aandeelhouder tegen een bestuurder aanhangig gemaakte aansprakelijkheidsprocedure (rov. 5.3).
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof te Leeuwarden en verwijst de zaak naar het gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. Het hof moet alsnog beoordelen of [eiser 2] en Beheer een ernstig verwijt treft voor de normschending jegens NOM als aandeelhouder, gezien de specifieke omstandigheden van het geval.
Partijen en standpunten
- Eiser: [Eiseres 1], [Eiser 2]
- Gedaagde: NOM Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij N.V.
Eisers stellen dat zij niet aansprakelijk zijn voor een tekortkoming in de participatie- en aandeelhoudersovereenkomst en betwisten de eisen van NOM.
NOM beweert dat Beheer en [Eiser 2] in strijd met de statuten en de overeenkomst hebben gehandeld, en eist schadevergoeding.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 23-07-2001 Na een bespreking tussen NOM en Holding is NOM gaan participeren in het aandelenkapitaal van Holding voor een bedrag van f 1 miljoen, waardoor NOM 49,9% en Beheer 50,1% van de aandelen ging houden.
- 31-10-2001 NOM sloot een overeenkomst van geldlening met Beheer en Holding waarbij zij f 3 miljoen verstrekte. De statuten van Holding werden gewijzigd en er werd een participatie- en aandeelhoudersovereenkomst gesloten.
- 21-03-2002 Beheer deelde NOM mee een derde financier te hebben gevonden. NOM gaf aan mee te willen werken aan een 'volledige exit'.
- 25-04-2002 NOM maakte schriftelijk aan Beheer kenbaar bereid te zijn haar aandelen in Holding te verkopen voor f 2 miljoen, onder de voorwaarde dat de geldlening als afgelost zou worden beschouwd.
- 16-05-2002 De ING Bank zegde het krediet van Holding op.
- 21-05-2002 Beheer vroeg surséance van betaling aan voor Holding en het faillissement van zes werkmaatschappijen. Dit besluit werd niet aan de AVA voorgelegd.
- 22-05-2002 De rechtbank trok de surséance in en sprak gelijktijdig het faillissement van Holding uit.
- 23-05-2002 NOM diende haar vordering uit de geldlening in bij de curatoren en stelde Beheer en [eiser 2] aansprakelijk.
- 19-12-2002 NOM dagvaardde [eiser] c.s. voor de rechtbank Assen met de vordering hen te veroordelen tot betaling van € 1.815.120,86 of schadevergoeding.
- 11-06-2003 De rechtbank Assen verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Groningen.
- 28-04-2004 De rechtbank Groningen wees de vorderingen van NOM af.
- 22-03-2006 Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [eiser] c.s. tot schadevergoeding aan NOM.