Bij wanbeleid kan een tijdelijke commissaris worden benoemd met specifieke bevoegdheden, mits goed gemotiveerd.
-
Rechtsvraag
Heeft de Ondernemingskamer terecht geoordeeld dat er sprake is van wanbeleid bij de vennootschap en waren de door de Ondernemingskamer getroffen voorzieningen gerechtvaardigd?
Regel
- art. 2:8 BW (redelijkheid en billijkheid in de verhouding tussen vennootschap en aandeelhouders)
- art. 2:356 BW (bevoegdheden van de Ondernemingskamer bij wanbeleid)
- art. 2:250 BW (bevoegdheden van commissarissen)
Toepassing
- art. 2:8 BW (redelijkheid en billijkheid in de verhouding tussen vennootschap en aandeelhouders) De Ondernemingskamer heeft geoordeeld dat de vennootschap een bijzondere zorgvuldigheid moet betrachten jegens haar minderheidsaandeelhouders, vooral in gevallen waar sprake is van familierechtelijke verhoudingen. Dit oordeel is gebaseerd op de redelijkheid en billijkheid zoals vereist door art. 2:8 BW. De Hoge Raad bevestigt dat deze zorgvuldigheidsplicht zwaarder weegt in situaties waar de belangen van de vennootschap kunnen verstrengelen met die van haar directie of meerderheidsaandeelhouders. De Ondernemingskamer heeft terecht geconcludeerd dat de vennootschap ernstig is tekortgeschoten in deze zorgvuldigheidsplicht.
- art. 2:356 BW (bevoegdheden van de Ondernemingskamer bij wanbeleid) De Ondernemingskamer heeft gebruik gemaakt van haar bevoegdheden onder art. 2:356 BW om een tijdelijke commissaris aan te stellen en bepaalde transacties te verbieden zonder goedkeuring van de commissaris. De Hoge Raad oordeelt dat de Ondernemingskamer hierbij echter de wettelijke grenzen heeft overschreden door extra bevoegdheden toe te kennen aan de commissaris die niet expliciet in art. 2:356 BW staan vermeld.
- art. 2:250 BW (bevoegdheden van commissarissen) De Ondernemingskamer heeft verwezen naar de bevoegdheden van commissarissen zoals vermeld in art. 2:250 BW, maar de Hoge Raad oordeelt dat deze bevoegdheden niet onverkort kunnen worden toegepast op een door de Ondernemingskamer aangestelde commissaris. De Ondernemingskamer heeft ten onrechte extra bevoegdheden toegekend zonder specifieke wettelijke basis.
Conclusie
De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Ondernemingskamer omdat deze ten onrechte extra bevoegdheden heeft toegekend aan de aangestelde commissaris en bepaalde transacties heeft verboden zonder de wettelijke basis daarvoor duidelijk te specificeren. De zaak wordt terugverwezen naar de Ondernemingskamer voor verdere behandeling en beslissing.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verzoekster]
- Gedaagde: [verweerder 1], [verweerder 2]
De vennootschap betwist de vaststelling van wanbeleid en verzoekt de Ondernemingskamer te bepalen dat er geen sprake is van wanbeleid, met afwijzing van de door verweerders verzochte voorzieningen en bepaling dat de kosten van het onderzoek voor zover die hoger worden vastgesteld dan ฦ 20.000,-- mogen worden verhaald op verweerders.
Verweerders stellen dat er sprake is van wanbeleid bij de vennootschap, veroorzaakt door de directeur, en verzoeken om bepaalde voorzieningen te treffen, waaronder de benoeming van een commissaris en het verbod op bepaalde transacties zonder goedkeuring van de commissaris.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 08-10-1998 De Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij de vennootschap, waarbij jhr. mr. J.E. van der Does de Willebois als onderzoeker wordt benoemd.
- 17-08-2000 Verweerders dienen een verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam, waarin zij verzoeken vast te stellen dat sprake is geweest van wanbeleid bij de vennootschap en haar dochtervennootschappen, veroorzaakt door de directeur van de vennootschap. Tevens verzoeken zij bepaalde voorzieningen te treffen en te bepalen dat de vennootschap de kosten van het onderzoek zal dragen.
- 30-11-2000 De Ondernemingskamer concludeert dat er sprake is van wanbeleid bij de vennootschap. De Ondernemingskamer benoemt tijdelijk J.F. Oudejans RA als commissaris van de vennootschap met bepaalde bevoegdheden en stelt zijn salaris vast. Verder wordt de vennootschap verboden transacties aan te gaan met aandeelhouders zonder goedkeuring van de commissaris.
- 30-11-2000 De vennootschap stelt beroep in cassatie in tegen de beschikking van de Ondernemingskamer van 30 november 2000.
- 01-03-2002 De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Ondernemingskamer van 30 november 2000 en verwijst de zaak terug naar de Ondernemingskamer voor verdere behandeling en beslissing. De kosten van het geding in cassatie worden gecompenseerd.