Haviltex (ECLI:NL:HR:1981:AG4158)
Uitleg schriftelijke overeenkomst vereist redelijke verwachtingen en bedoelingen van partijen.
Verbintenissenrecht. Uitleg overeenkomst. Op grond van een teruggavebeding mocht een koper een machine aan de verkoper teruggeven tegen ontvangst van een bepaald bedrag. Klachten over de maatstaf die het hof heeft aangelegd bij de uitleg van de overeenkomst, waaronder het teruggavebeding. Hoge Raad geeft als maatstaf dat de vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, niet kan worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.
Rechtsvraag
De centrale vraag is hoe de overeenkomst tussen partijen moet worden uitgelegd, specifiek of Haviltex het recht had de overeenkomst zonder opgave van redenen te ontbinden en of er sprake is van een leemte in de overeenkomst die moet worden aangevuld.
Regel
- Art. 6:248 BW (redelijkheid en billijkheid)
- Art. 3:33 BW (verklaring en wil)
- Haviltex-norm (de uitleg van een overeenkomst moet niet alleen taalkundig zijn, maar ook rekening houden met de bedoeling van partijen en hun redelijke verwachtingen)
Toepassing
- Art. 6:248 BW (redelijkheid en billijkheid) De Hoge Raad oordeelde dat bij de uitleg van de overeenkomst niet alleen de taalkundige betekenis van de woorden doorslaggevend is, maar ook de redelijke verwachtingen van partijen en de maatschappelijke context waarin zij zich bevonden. De redelijkheid en billijkheid kunnen meebrengen dat een zuiver taalkundige uitleg niet voldoende is. Het Hof had dit niet voldoende in zijn overwegingen betrokken.
- Art. 3:33 BW (verklaring en wil) De Hoge Raad benadrukte dat bij de uitleg van de overeenkomst moet worden gekeken naar wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, en niet alleen naar de letterlijke tekst. De wil van de partijen zoals die uit de omstandigheden blijkt, moet worden meegenomen in de uitleg.
- Haviltex-norm (de uitleg van een overeenkomst moet niet alleen taalkundig zijn, maar ook rekening houden met de bedoeling van partijen en hun redelijke verwachtingen) De Hoge Raad stelde dat de Haviltex-norm vereist dat de rechter moet kijken naar de zin die partijen in de gegeven omstandigheden aan de bepalingen mochten toekennen en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Het Hof had ten onrechte een zuiver taalkundige uitleg gehanteerd zonder voldoende rekening te houden met de context en de bedoelingen van partijen.
Conclusie
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste maatstaf had gehanteerd door de overeenkomst uitsluitend taalkundig uit te leggen zonder voldoende rekening te houden met de redelijke verwachtingen van partijen en de maatschappelijke context.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser 1] en [eiser 2]
- Gedaagde: Haviltex B.V.
De eisers stellen dat Haviltex de overeenkomst onrechtmatig heeft ontbonden en de machine niet daadwerkelijk heeft teruggegeven, waardoor zij recht hebben op de resterende koopsom of schadevergoeding.
Haviltex stelt dat de overeenkomst hen het recht gaf de machine terug te geven en de koopprijs terug te vorderen, en dat de eisers berustten in de teruggave.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 02-02-1976 Op 2 februari 1976 hebben [eiser 1] en [eiser 2] een overeenkomst gesloten met Haviltex B.V. voor de verkoop van een machine voor het snijden van steekschuim voor bloemen voor een bedrag van f 35.000,--.
- 16-06-1976 Haviltex schrijft aan [eiser 1] dat zij de machine overeenkomstig de bijzondere voorwaarde a) teruggeeft en verzoekt voor de terugbetaling van f 2.000,-- per maand zorg te dragen. Haviltex geeft aan dat de machine hun eigendom blijft totdat deze betaald is.
- 22-11-1976 Haviltex herinnert [eiser 1] aan de brief van 16 juni, vermeldt dat 5 termijnen zijn vervallen, en maakt gebruik van het overeengekomen recht tot garanties.
- 26-07-1977 Haviltex dagvaardt [eisers] voor de Arrondissementsrechtbank te Breda en vordert betaling van f 23.600,-- met rente en kosten.
- 13-02-1979 De Rechtbank te Breda wijst de vordering van Haviltex toe en wijst de reconventionele vordering van [eisers] af.
- 23-11-1979 Het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigt het vonnis van de Rechtbank Breda.
- 03-04-1980 De Hoge Raad verleent [eisers] toestemming om kosteloos te procederen.
- 13-03-1981 De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 november 1979 en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling.