Kelderluik-arrest (ECLI:NL:HR:1965:AB7079)

Aansprakelijkheid werkgever voor onvolledige veiligheidsmaatregelen van werknemer bij gevaarlijke situaties.

Hoge Raad · 5 november 1965 · Cassatie · Civiel recht

Kelderluik-arrest. Onrechtmatige daad. Gevaarzetting. Maatstaven voor beoordeling.

Rechtsvraag

Is Coca-Cola aansprakelijk voor de schade die Duchateau heeft geleden door te vallen in een keldergat dat niet adequaat was afgeschermd door een personeelslid van Coca-Cola?

Regel

  • art. 1401 BW (Burgerlijk Wetboek) (onrechtmatige daad)
  • art. 1402 BW (Burgerlijk Wetboek) (schadevergoeding bij onrechtmatige daad)
  • art. 1403 BW (Burgerlijk Wetboek) (aansprakelijkheid voor ondergeschikten)
  • art. 1406 BW (Burgerlijk Wetboek) (fouten van ondergeschikten)
  • art. 1407 BW (Burgerlijk Wetboek) (aansprakelijkheid voor gevaarlijke situaties)
  • art. 48 Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) (bewijsaanbod)

Toepassing

  • art. 1401 BW (Burgerlijk Wetboek) (onrechtmatige daad) De rechter heeft vastgesteld dat het openen van het kelderluik door het personeelslid van Coca-Cola zonder de nodige veiligheidsmaatregelen te treffen een onrechtmatige daad vormt. Het nalaten van het nemen van deze maatregelen wordt beschouwd als een schending van de zorgplicht die het personeelslid, en daarmee Coca-Cola, had tegenover de cafébezoekers. Dit blijkt uit de overwegingen van het Hof (rechtsoverweging 11).
  • art. 1402 BW (Burgerlijk Wetboek) (schadevergoeding bij onrechtmatige daad) Omdat het gedrag van het personeelslid van Coca-Cola als onrechtmatige daad wordt gezien, is Coca-Cola verplicht om de schade die Duchateau heeft geleden te vergoeden. Het Hof heeft daarom Coca-Cola veroordeeld tot het vergoeden van de helft van de schade van Duchateau, aangezien ook Duchateau zelf enige schuld treft (rechtsoverweging 12-13).
  • art. 1403 BW (Burgerlijk Wetboek) (aansprakelijkheid voor ondergeschikten) Coca-Cola is als werkgever aansprakelijk voor de fouten van haar ondergeschikte Sjouwerman. Het Hof heeft geoordeeld dat Sjouwerman rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat bezoekers niet volledig oplettend zouden zijn en dat hij eenvoudige maatregelen had kunnen nemen om het gevaar te voorkomen. Zijn nalatigheid wordt aan Coca-Cola toegerekend (rechtsoverweging 11d-11e).
  • art. 1406 BW (Burgerlijk Wetboek) (fouten van ondergeschikten) Het Hof heeft vastgesteld dat Sjouwerman niet adequaat heeft gehandeld door het keldergat niet af te schermen met stoelen, zoals de eigenaar van het café gewoonlijk deed. Dit verzuim wordt als een fout van de ondergeschikte beschouwd, waarvoor Coca-Cola aansprakelijk is (rechtsoverweging 11a-11c).
  • art. 1407 BW (Burgerlijk Wetboek) (aansprakelijkheid voor gevaarlijke situaties) Het openen van het kelderluik zonder adequate veiligheidsmaatregelen te nemen, creëerde een gevaarlijke situatie voor de bezoekers van het café. Het Hof heeft geoordeeld dat Coca-Cola, via haar personeelslid Sjouwerman, verantwoordelijk is voor het ontstaan van deze gevaarlijke situatie en de gevolgen daarvan (rechtsoverweging 11d-11e).
  • art. 48 Rv (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) (bewijsaanbod) Duchateau heeft bewijs aangeboden voor zijn stellingen, en het Hof heeft hem toegelaten tot het bewijs. Nadat getuigen waren gehoord, heeft het Hof geoordeeld dat de door Duchateau gestelde feiten grotendeels bewezen zijn, wat heeft bijgedragen aan de beslissing om Coca-Cola gedeeltelijk aansprakelijk te stellen (rechtsoverweging 2-6).

Conclusie

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Coca-Cola verworpen en bevestigd dat Coca-Cola voor de helft aansprakelijk is voor de schade die Duchateau heeft geleden door te vallen in het keldergat. De beslissing is gebaseerd op de vaststelling dat het personeelslid van Coca-Cola nalatig was in het nemen van adequate veiligheidsmaatregelen, waardoor een gevaarlijke situatie voor cafébezoekers werd gecreëerd. Zowel Coca-Cola als Duchateau zijn ieder voor de helft verantwoordelijk voor de schade.

Partijen en standpunten

  • Eiser: The Coca-Cola Export Corporation
  • Gedaagde: Mathieu Duchateau

Duchateau stelt dat hij ernstig gewond is geraakt aan zijn linkerbeen toen hij in een open kelderluik viel in een café. Hij beweert dat het luik was geopend door een personeelslid van Coca-Cola zonder de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen, en eist schadevergoeding.

Coca-Cola betwist de aansprakelijkheid en stelt dat Duchateau zelf onoplettend was. Zij betogen dat Duchateau het openstaande luik had moeten opmerken en dat de door hen genomen maatregelen voldoende waren.

Wetsartikelen

  • art. 175 Gw

Tijdlijn

  1. 23-02-1961 Duchateau valt in een kelderluik in café De Munt, Singel 522 te Amsterdam, en raakt ernstig gewond aan zijn linkerbeen.
  2. 29-05-1961 Duchateau dagvaardt The Coca-Cola Export Corporation voor de Arrondissements-Rechtbank te Amsterdam, stellende dat een personeelslid van Coca-Cola het kelderluik had geopend zonder beveiligingsmaatregelen te treffen.
  3. 11-12-1962 De Rechtbank beveelt een gerechtelijke plaatsopneming in café De Munt om de situatie rondom het kelderluik te inspecteren.
  4. 28-05-1963 De Rechtbank wijst de vordering van Duchateau af, oordelend dat zijn eigen onoplettendheid en zorgeloosheid de oorzaak van de val waren.
  5. 11-11-1964 Het Gerechtshof vernietigt het vonnis van de Rechtbank en veroordeelt Coca-Cola tot vergoeding van de helft van de schade aan Duchateau.
  6. 05-11-1965 De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van The Coca-Cola Export Corporation en veroordeelt haar in de kosten van het cassatieberoep.