Opschorting is gerechtvaardigd bij tekortkoming wederpartij in fiscale afwikkelingsverplichtingen onder vaststellingsovereenkomst.

Gerechtshof Den Haag · 20 januari 2026 · Hoger beroep kort geding · Civiel recht; Verbintenissenrecht

Kort Geding. Geschil over de uitleg en toepassing van een VSO gesloten ter beëindiging van een geschil over de voortzetting van een DJ-act.

Rechtsvraag

De rechtsvraag is of [appellant 1] c.s. gerechtigd was om zijn betalingsverplichtingen op te schorten op grond van artikel 21 van de vaststellingsovereenkomst (VSO) vanwege het niet nakomen door [geïntimeerde 1] c.s. van de verplichting om de Amerikaanse belasting 2017 te betalen.

Regel

  • art. 6:262 BW (opschortingsrecht bij niet-nakoming van een verbintenis)
  • art. 21 VSO (verplichting tot afwikkeling Amerikaanse belastingaangelegenheden door [geïntimeerde 1] c.s.)

Toepassing

  • art. 6:262 BW (opschortingsrecht bij niet-nakoming van een verbintenis) Het hof oordeelt dat [appellant 1] c.s. gerechtigd was om zijn betalingsverplichtingen op te schorten, omdat [geïntimeerde 1] c.s. in gebreke was gebleven met het voldoen van de Amerikaanse belasting 2017, die voortvloeide uit hun verplichtingen onder artikel 21 van de VSO. De opschorting was gerechtvaardigd gezien het substantiële bedrag van de belastingverplichting ($ 177.291) en de duidelijke tekortkoming van [geïntimeerde 1] c.s. (r.o. 6.34-6.38).
  • art. 21 VSO (verplichting tot afwikkeling Amerikaanse belastingaangelegenheden door [geïntimeerde 1] c.s.) Het hof interpreteert artikel 21 van de VSO als een duidelijke verplichting voor [geïntimeerde 1] c.s. om alle uitstaande Amerikaanse fiscale aangelegenheden af te wikkelen, inclusief het betalen van belastingen over de periode tot mei 2018. [geïntimeerde 1] c.s. had geen beroep gedaan op dwaling en was zich bewust van de fiscale risico's die [appellant 1] c.s. wilde vermijden door deze bepaling (r.o. 6.10-6.31).

Conclusie

Het hof concludeert dat [appellant 1] c.s. zijn betalingsverplichtingen terecht heeft opgeschort vanwege het niet nakomen door [geïntimeerde 1] c.s. van hun verplichting om de Amerikaanse belasting 2017 te betalen. De vorderingen van [geïntimeerde 1] c.s. worden afgewezen en [geïntimeerde 1] c.s. wordt veroordeeld tot nakoming van hun verplichting onder artikel 21 VSO.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [appellant 1] en de [appellant 1] -vennootschappen
  • Gedaagde: [geïntimeerde 1] c.s.

Eiser stelt dat gedaagde verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet nakomt, met name de fiscale afwikkeling in de VS, en beroept zich op opschorting van zijn eigen betalingsverplichtingen.

Gedaagde betwist de verplichtingen uit de overeenkomst zoals door eiser gesteld en vordert teruglevering van activa en betaling van licentievergoedingen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 2008 [geïntimeerden 1 t/m 4] hebben de DJ-act Dash Berlin opgericht en [appellant 1] aangetrokken als de optredende DJ.
  2. 2010 Partijen maakten een afspraak over de verdeling van de inkomsten van Dash Berlin.
  3. 2014 [appellant 1] werd door de IRS aangemerkt als belastingplichtige voor de inkomsten van Dash Berlin en CWA Management adviseerde over belastingaangelegenheden.
  4. Voorjaar 2018 De samenwerking tussen partijen werd beëindigd, wat leidde tot geschillen en een kortgedingprocedure in Haarlem.
  5. 10-12-2018 [appellant 1] benoemde TSJ als belastingadviseur voor Amerikaanse belastingzaken.
  6. Eind mei 2019 Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst die voorzag in voortzetting van Dash Berlin door [appellant 1] c.s. tegen betaling van een licentievergoeding.
  7. 28-04-2020 CWA Management diende namens [appellant 1] de Amerikaanse belastingaangifte 2017 in.
  8. 12-05-2020 [geïntimeerde 6] stuurde een factuur voor een licentievergoeding aan Playing Global B.V.
  9. 27-05-2020 [appellant 1] besloot de betaling van de licentiefactuur op te schorten in afwachting van de nakoming door [geïntimeerde 1] c.s. van belastingverplichtingen.
  10. 17-03-2021 De voorzieningenrechter wees de vorderingen van [geïntimeerde 1] c.s. grotendeels toe en de vorderingen van [appellant 1] c.s. af.
  11. 12-04-2021 [appellant 1] c.s. stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de voorzieningenrechter.
  12. 04-04-2023 Het hof hield een mondelinge behandeling in de zaak tussen [appellant 1] c.s. en [geïntimeerde 1] c.s.

kort-geding · nakoming · uitleg-overeenkomst · opschorting · intellectueel-eigendom · procesrecht