Uittredingsverzoek afgewezen bij onvoldoende aantoonbare schade aan aandeelhoudersrechten.
Ondernemingskamer, gezamenlijke behandeling uittredingsverzoek en aanvullende voorzieningen enqu锚te procedure (in tweede fase)
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of [broer H] c.s. kunnen worden gedwongen om uit te treden uit de Vennootschappen gezien de verstoorde relatie met [broer M] c.s., en of de statuten van de Vennootschappen kunnen worden gewijzigd met een gewone meerderheid van stemmen om de governance te verbeteren.
Regel
- art. 2:343 BW (Uittreding van aandeelhouders)
- art. 2:349a BW (Enqu锚teprocedure)
- art. 2:356 BW (Voorzieningen in enqu锚teprocedure)
- art. 2:216 lid 2 BW (Uitkeringstoets dividend)
- art. 2:263 lid 2 BW (Structuurregime)
- art. 2:264 BW (Opgaaf structuurregime)
- art. 2:8 BW (Redelijkheid en billijkheid aandeelhoudersverhoudingen)
Toepassing
- art. 2:343 BW (Uittreding van aandeelhouders) De Ondernemingskamer overweegt dat [broer H] c.s. onvoldoende hebben aangetoond dat zij door gedragingen van [broer M] c.s. of de Vennootschappen zodanig in hun rechten of belangen zijn geschaad dat het voortduren van hun aandeelhouderschap niet redelijk is. De verstoorde verhoudingen zijn grotendeels aan [broer H] c.s. te wijten, en er is geen sprake van beknelling dankzij de OK-bestuurder en OK-beheerder. Bovendien is er geen bewijs dat [broer M] c.s. redelijke oplossingen hebben geblokkeerd.
- art. 2:349a BW (Enqu锚teprocedure) De Vennootschappen hebben verzocht om een statutenwijziging mogelijk te maken met een gewone meerderheid van stemmen om de governance te verbeteren. De Ondernemingskamer acht dit noodzakelijk gezien de huidige verstoorde situatie en de behoefte aan versterking van de managementorganisatie.
- art. 2:356 BW (Voorzieningen in enqu锚teprocedure) De Ondernemingskamer heeft bepaald dat de statuten tijdelijk kunnen worden gewijzigd met normale meerderheid van stemmen, om zo de governance te versterken en de managementorganisatie te verbeteren.
- art. 2:216 lid 2 BW (Uitkeringstoets dividend) De OK-bestuurder heeft het besluit tot dividenduitkering van 18 maart 2024 niet uitgevoerd omdat deze uitkeringstoets dat niet toeliet. Dit is uitgebreid en toereikend toegelicht in de e-mails van 17 april 2024.
- art. 2:263 lid 2 BW (Structuurregime) De Ondernemingskamer overweegt dat de invoering van het structuurregime bij [vennootschap 1 winkelexploitatie] voor de hand ligt, omdat deze binnen afzienbare tijd verplicht zal zijn. Dit draagt bij aan de governance en managementversterking.
- art. 2:8 BW (Redelijkheid en billijkheid aandeelhoudersverhoudingen) De Ondernemingskamer oordeelt dat [broer M] c.s. en de Vennootschappen zich niet onredelijk hebben opgesteld. [broer H] c.s. hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verstoorde verhoudingen en andere gronden leiden tot een positie waarin het aandeelhouderschap niet langer redelijk is.
Conclusie
De Ondernemingskamer wijst het verzoek van [broer H] c.s. tot uittreding af, aangezien zij niet hebben aangetoond dat zij zodanig in hun rechten of belangen zijn geschaad dat het aandeelhouderschap niet langer van hen kan worden gevergd. Het verzoek van de Vennootschappen om statutenwijziging met een gewone meerderheid van stemmen mogelijk te maken, wordt toegewezen om de governance te verbeteren.
Partijen en standpunten
- Eiser: [persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H]
- Gedaagde: [persoonlijke houdstermaatschappij broer M], [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer M], [vennootschap 1 winkelexploitatie] en [vennootschap 2 vastgoed]
[persoonlijke houdstermaatschappij broer H] en [de Belgische persoonlijke houdstermaatschappij broer H] willen dat hun aandelen worden overgenomen vanwege verstoorde verhoudingen en belemmering van hun belangen.
[broer M] c.s. en de Vennootschappen stellen dat er geen reden is voor een gedwongen overname en dat [broer H] c.s. zelf verantwoordelijk zijn voor de verstoorde verhoudingen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 19-11-2020 Tijdens een directieoverleg ontstond een verschil van inzicht tussen broer H en broer M over de vraag of de zoon van broer H aandelen mocht verwerven. Dit leidde tot een breuk waarbij broer H aangaf dat hun wegen moesten scheiden.
- 12-05-2021 De Ondernemingskamer beval een onderzoek naar het beleid van de Vennootschappen en stelde Meijer aan als bestuurder en Schreurs als beheerder van een aandeel van iedere aandeelhouder.
- 03-02-2025 De Ondernemingskamer concludeerde dat er sprake was van wanbeleid bij de Vennootschappen, waarvoor broer H verantwoordelijk werd gehouden. Broer H en zijn houdstermaatschappij werden ontslagen als bestuurders.
- 02-01-2025 Persoonlijke houdstermaatschappij broer H diende een verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer voor uittreding en overname van aandelen door persoonlijke houdstermaatschappij broer M.
- 10-01-2025 De Vennootschappen dienden een verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer in het kader van de enqu锚teprocedure, waarin zij onder meer vroegen om statutenwijziging mogelijk te maken met een gewone meerderheid van stemmen.
- 06-03-2025 Broer H c.s. dienden een verweerschrift in tegen het verzoek in de enqu锚teprocedure en vroegen om afwijzing van het verzoek.
- 06-03-2025 Broer M c.s. dienden een verweerschrift in tegen de uittredingsprocedure en vroegen om afwijzing van de verzoeken van persoonlijke houdstermaatschappij broer H.
- 12-03-2025 De Ondernemingskamer besloot de verzoeken achter gesloten deuren te behandelen.
- 03-04-2025 De Ondernemingskamer hield een zitting waarbij de advocaten van partijen hun standpunten toelichtten en er nadere vragen werden gesteld.
- 14-05-2025 Een proces-verbaal van de zitting werd aan partijen gezonden, waarop zij reageerden.
- 19-06-2025 De Ondernemingskamer wees het verzoek tot uittreding van persoonlijke houdstermaatschappij broer H af en bepaalde dat een statutenwijziging met een gewone meerderheid kon worden genomen.